A 30 Day Song Challenge

30_days_song_challenge

Op Twitter gaat er al een een tijdje een lijstje rond aan de hand waarvan mensen dertig dagen lang elke dag een nummer plaatsen op basis van een categorie.
Geduld, dat zijn de anderen, dus ik ga niet eens proberen die liedjes dertig dagen op te sparen, ik zet ze er in één keer op. Ik heb bij de video’s vooral gelet op twee dingen: 1. Is het wel de uitvoering die ik zo mooi vind? en 2. Is de geluidskwaliteit aanvaardbaar? Daarom zitten er filmpjes tussen met belachelijk beeld: gewoon niet op letten. Luisteren!

1. A song you like with a color in the title

Muse – Supermassive Black Hole

Ik maakte in 2010 een jaaroverzicht met dit liedje erachter gemonteerd (zie filmpje). Ik dreig vaak over Muse heen te groeien, maar de bombast is zo perfect dat het ondoenlijk is het lelijk te gaan vinden.

Spotify-linkje.

2. A song you like with a number in the title

Paul Hardcastle – Nineteen

Toen ik elf was, stond dit nummer op een van de cassettebandjes van mijn zus. Ik jatte het bandje omdat Nineteen én dit nummer erop stonden.

Spotify-linkje.

3. A song that reminds you of summertime

Juanes – Camisa Negra

Wannes’ beste vriend Lode, die normaal gesproken met uiterst kunstzinnige muziek aan komt zetten, raadde ons in 2006 dit nummer aan. Sindsdien draaien we het elke zomer.

Spotify-linkje.

4. A song that reminds you of someone you would rather forget about

Noir Désir – Le vent nous portera

Toen ik dit nummer voor het eerst hoorde, vond ik het prachtig. Niet lang daarna las ik in de krant dat zanger Bertrand Cantat zijn vriendin Marie Trintignant in coma had geslagen. Een paar dagen later stierf ze. Daarna luisterde ik er vrijwel nooit meer naar.

Spotify-linkje.

5. A song that needs to be played LOUD

Dan Le Sac vs Scroobius Pip – The Beat That My Heart Skipped

Dan Le Sac en Scroobious Pip maakten het onovertroffen nummer Thou shalt always kill. Maar het bleek nog geweldiger te kunnen: The Beat That My Heart Skipped. Advies: Turn op the bass!

Spotify-linkje.

6. A song that makes you want to dance

Django Django – Default

In een interview in De Standaard noemde ik dit ooit de huishymne. Echt heel moeilijk om bij stil te blijven zitten.

Spotify-linkje.

7. A song to drive to

Queens Of The Stone Age – The lost art of keeping a secret

Een automuziekje heeft een draaiend wiel. Ik luister ook graag Justin Timberlake in de auto, of De Jeugd Van Tegenwoordig of iets dergelijks, maar als ik echt een steengoede song met een draaiend wiel moet noemen, dan is het dit nummer.

Spotify-linkje.

8. A song about drugs or alcohol

Snoop Dogg – Gin and juice

Het hele album is fantastisch, maar dit nummer is hors categorie. Sinds 1993 altijd naar blijven luisteren. Wil maar niet achterhaald worden.

Spotify-linkje.

9. A song that makes you happy

Aretha Franklin – Won’t be long

Mijn moeder had een elpee met dit nummer erop. Sinds 1986 draai ik met enige regelmaat Aretha Franklin, maar dit nummer vond ik pas een paar jaar geleden voor het eerst in een digitale versie terug.

Spotify-linkje.

10. A song that makes you sad

Etta James & Dr. John – I’d rather go blind

Ik heb deze nogal letterlijk genomen. Ik word niet droevig van dit nummer, maar ik moet al huilen nog voordat het begint. Simpelweg omdat ik weet dat wat gaat komen het allerontroerendste is dat ik die dag zal zien, altijd weer. Daarom: zet de muziek hard en kijk het nummer helemaal uit. Je zult er geen spijt van krijgen.

Een Spotify-linkje naar deze versie vond ik niet, en een andere versie zal nooit hetzelfde effect hebben.

11. A song that you never get tired of

Caesar – Before my head explodes

In deze categorie mogen natuurlijk alleen de al wat oudere nummers die hebben bewezen nooit te gaan vervelen. Ik wist direct welke het moest zijn, zo overtuigd ben ik van het feit dat dit briljante melodietje nooit gaat vervelen.

Spotify-linkje.

12. A song from your preteen years

Doe Maar – Je loopt je lul achterna

Ik kon alles van Doe Maar kiezen want ik was er vanaf mijn zesde weg van, maar ik dacht: laat ik er een kiezen die ik toen echt heel goed vond, juist omdát ik nog geen tiener was. Dat van die ‘lul’ vond ik nog niet eens zo schokkend trouwens, ik herinner me vooral een zondig gevoel als ik het zinnetje ‘je was weer bij die slet’ meezong.

Spotify-linkje.

13. One of your favorite 80’s songs

Pixies – Where is my mind

In 1988 kwam Pixies al met Surfer Rosa en toch viel het kwartje bij mij pas in 1992. Dat was een mooi moment: drie jaar Pixiesplaten inhalen, alleen maar goeie! Dit nummer was vanaf dag 1 favoriet.

Spotify-linkje.

14. A song that you would love played at your wedding

Bodyrockers – I like the way you move

Ik vroeg Wannes welk nummer hij zou kiezen en zonder dat hij wist dat ik deze had opgeschreven noemde hij ook dit liedje; het eerste nummer waar we ooit samen op dansten, in de buitenlucht, op een zomeravond.

Spotify-linkje.

15. A song that is a cover by another artist

Rod Stewart – You Keep me hangin’ on

Dit is weer een erg lang nummer, maar mocht je het begin ook maar een beetje mooi vinden dan is het de moeite het helemaal uit te luisteren. Stel je voor: mijn vriendinnen en ik, dertien jaar, liefdesverdriet, zingen, springen, huilen en juichen. Ook deze moet zo hard mogelijk, anders heeft het echt geen zin.

Spotify-linkje.

16. One of your favorite classical songs

Allegri – Misere Mei, Deus

Volgens Wannes heb ik het eerste weekend dat hij naar Amsterdam kwam hem temidden van een dolby surround system dit stuk laten horen, in een uitvoering in de Santa Maria Maggiore in Rome. Ze hadden de verschillende stemmen in verschillende hoeken van de basiliek gezet, waardoor het effect ‘super-surround’ was. Ik kan het me niet meer heel helder voor de geest halen, maar ik vind het achteraf een goede versiertruc.

Spotify-linkje.

17. A song that you would sing a duet with on karaoke

Willy en Willeke Alberti – De glimlach van een kind

Ik ben dol op zingen, maar niet zo heel dol op karaoke. Als het gaat om lekker zingen, sfeer en gezelligheid zou ik deze kiezen (en ook omdat Amsterdamse liedjes altijd een klein beetje heimwee opleveren).

Spotify-linkje.

18. A song from the year that you were born

Billy Preston – Nothing from nothing

Van dit nummer kwam ik er vandaag pas achter dat het in 1974, mijn geboortejaar, werd uitgebracht. Dat jaar was verder een jaar van veel carnaval en Abba, dus ik hoefde niet lang na te denken welke ik zou kiezen.

Spotify-linkje.

19. A song that makes you think about life

Maarten van Roozendaal – Trouw zijn

Maarten Van Roozendaal overhandigde mijn cabaretgroepje en mij in 2001 onze eerste cd in het Pleintheater in Amsterdam. Daarna volgde een heel lange avond met de mooiste zanger die er was. Bij elk liedje dat ik van hem luister, denk ik aan het leven, niet alleen door zijn teksten, maar ook omdat hij dood is en ik hem mis.

Spotify-linkje.

20. A song that has many meanings to you

Gotcha! – Stronger than Ajax/ Save Da Day

Dit vond ik een moeilijke, want vrijwel elk liedje heeft meerdere betekenissen voor me. Uiteindelijk heb ik deze gekozen. Allereerst omdat de cd waar dit liedje van komt, Gotcha! Gotcha! Gotcha!, heeft bewezen onverwoestbaar te zijn. Ten tweede omdat ik opgroeide om de hoek van het Ajax-stadion en het gejuich achter het wedstrijdverslag uit de intro wekelijks hoorde als ik in bed lag. Ten derde omdat het deels de selectie was die in deze intro voorbijkomt, die ik zag voetballen in de tijd dat ik zelf nog wel eens naar een voetbalwedstrijd ging. Én omdat ik dit nummer een bewijs vind van de veelzijdigheid van Gotcha! Een originele intro, een luid eerste deel, een heel zacht tweede deel, en dan weer harder. Epische funk, zou ik zeggen.

Spotify-linkje.

21. A favourite song with a person’s name in the title

Molly Johnson – Miss Celie’s Blues

We kennen dit liedje allemaal uit de film The Color Purple. Ik was dan ook heel blij toen ik een paar jaar geleden ontdekte dat iemand het nummer op een cd had gezet met wat mij betreft helemaal de juiste sfeer.

Spotify-linkje.

22. A song that moves you forward

U2 – Gloria (versie: Under A Blood Red Sky)

Opvallend: ik vind October en War, de studioplaten waar de nummers van de live-plaat Under A Blood Red Sky oorspronkelijk op stonden niet zo erg goed, maar deze concertplaat heeft zo ongelooflijk veel energie dat die nooit is gaan vervelen. Ik dacht dus voor deze categorie direct aan dit nummer.

Spotify-linkje.

23. A song that you think everybody should listen to

Dr. John – Desitively Bonnaroo

Hup, gewoon meteen een heel album, waarvan het volkomen onbegrijpelijk is dat het geen alom bekende klassieker is geworden. Ik vind élk nummer van de buitencategorie. Lievelingsliedjes? Ja, nou, allemaal dus, maar bijvoorbeeld R U 4 Real en (Everybody wanna get rich) Rite away.

Spotify-linkje.

24. A song by a band you wish were still together

Elastica – S.O.F.T.

Elastica is de meest sexy band van de jaren negentig met vrijwel alleen maar songs die mij heel goed liggen Als ze nog steeds zouden bestaan zouden er nog veel meer liedjes zijn als S.O.F.T of 2:1 of Waking up of Annie. Dat ware tof geweest.

Spotify-linkje.

25. A song by an artist no longer living

Bob Marley – Them Belly Full

Hier kon ik er te veel noemen: David Bowie, Prince, Otis Redding, Marvin Gaye en ga zo maar door. Uiteindelijk heb ik gekozen voor muziek die voor mij echt onverslijtbaar is en dat zijn de twee liveplaten van Bob Marley die ik in mijn hart draag: Babylon by Bus en Live. Omdat Live de meeste lievelingsliedjes herbergt en de beste koortjes heeft, heb ik daarvan het fijnste nummer gekozen: Them Belly Full.

Spotify-linkje.

26. A song that makes you want to fall in love

Morphine – You look like rain

Het is een van de eerste nummers die Wannes naar me stuurde en sindsdien associeer ik dit nummer voor eeuwig met ongelooflijke zin om verliefd te worden.

Spotify-linkje.

27. A song that breaks your heart

Aerosmith – Dream on

In 1991 verdween de jongen met wie ik twee jaar lang een paar keer per week de kleine keuken van een eetcafé in Amsterdam Oud-West had bestierd. Hij was 18 jaar oud, en naar later bleek: dood. Op zijn begrafenis klonk deze muziek heel hard toen de kist naar buiten werd gedragen door zijn beste vrienden. Nog steeds breekt mijn hart als ik het nummer hoor.

Spotify-linkje.

28. A song by an artist with a voice that you love

Stevie Ray Vaughan – Pride and joy

Een artiest die meestal boven wordt gehaald als het over gitaar spelen gaat, maar die ik graag naar voren schuif om zijn stemgeluid. Ik kon Nat King Cole kiezen, of Eva Cassidy, maar ik besloot niet voor de usual suspects te gaan.

Spotify-linkje.

29. A song that you remember from your childhood

Joost Prinsen – De Liefdesbrief (Uit J.J. de Bom voorheen De Kindervriend)

Ik keek toen ik klein was heel graag naar J.J. de Bom voorheen De Kindervriend en ik had alle platen. In het weekend sloop ik ’s ochtends zachtjes naar beneden om met zo’n heel grote jarenzeventigkoptelefoon op mijn hoofd de teksten van de liedjes, die op de binnenhoes stonden, uit mijn hoofd te leren.

Er is helaas geen Spotify-linkje van dit liedje.

30. A song that reminds you of yourself

Little White T-shirt – Dressing up Marianne

Mijn zelfgemaakte liedjes doen mij uiteraard het meeste aan mijzelf denken. Er staan veel huisgemaakte deuntjes op deze site, maar ik heb gekozen voor Dressing up Marianne.

Meer liedjes van LWT vind je hier.

Uitgezucht en weggezucht

solidariteit_weggezucht_uitgezucht

Normaal is het al lang niet meer, solidair zijn. In de jaren negentig, toen het gif van de neoliberalisering al werd geïnjecteerd maar de mensen zelf nog gewoon deden alsof barmhartigheid en medemenselijkheid vanzelfsprekend was, viel je nog niet in negatieve zin op als je uitgesproken solidair was met minderheden. Nu is dat anders, solidariteit wordt zonder al te veel scrupules in de kaartenbak onder ‘aanstellerij’ geschaard.

Solidariteit hoeft natuurlijk niet leuk te zijn, daarvoor is het te principieel, maar toen ik in de jaren negentig als journalist mijn eerste stukken schreef over structurele uitsluiting veroorzaakte dat zelden de kramp die ik nu aantref wanneer mijn stukken inleving in andere mensen vergen. Niet dat mijn lezers destijds erg enthousiast reageerden als ik met onderzoek blootlegde hoeveel uitsluiting er vooral op beleidsniveau gaande was, maar ik werd op een enkele kwaaie brief na zelden ‘uitgezucht’ op basis van mijn weinig opbeurende boodschap.

Tegenwoordig word ik voortdurend uitgezucht en weggezucht. Ik schreef er precies een jaar geleden een column over, dus dat aspect ga ik niet nog eens herhalen, maar neem van mij aan: de mensen zijn te moe voor openlijke solidariteit. Ze willen nog net op een fatsoenlijke partij stemmen en wat geld overmaken naar wat goede doelen, maar verder willen ze niet al te veel lastiggevallen worden met problemen die openlijke solidariteit en een zekere ongemakkelijkheid vereisen.

Ik doe het niet voor de lol, die problemen steeds opnieuw aansnijden, ik doe het omdat ik bang ben voor gezapigheid. Ik vrees dat we al Netflixend vergeten dat meegaan in de status quo een keuze is vóór het systeem zoals het nu is. Ik ben bang dat solidariteit langzaam gaat betekenen ‘het ten onrechte opnemen voor mensen die kennelijk niet voor zichzelf kunnen zorgen’.

Afgelopen maandag wond ik me enorm op over de berichtgeving over de vermiste meisjes die in Portugal bleken te zijn. Overal werd de afkomst van de man die zich in hun nabijheid bevond zonder enige aanleiding genoemd. Omdat het een goed journalistiek gebruik is te zorgen voor evenwichtige beeldvorming, besloot ik een soort zwartboek aan te leggen van voorbeelden van onvoorzichtige etikettering. Uiteraard omdat het mijn vak is, ik ben al 22 jaar bezig met journalistiek, diversiteit en beeldvorming, maar ook omdat ik het opvallend vind dat zo weinig mensen zich erover opwinden. ‘De 35-jarige Marokkaanse verdachte’ begint zo’n veelvoorkomende frase te worden dat het ons niet eens meer opvalt dat het er staat.

We weten hoe beeldvorming de wereld verandert, dit jaar meer dan ooit. En toch steunen weinigen mijn strijd voor evenwichtige beeldvorming. Mijn vrienden en kennissen laten zich met tientallen tegelijk horen als ik een foto plaats van mezelf in een opblaasbadje, maar als ik een beeldvormingsdiscussie opwerp blijft het verontrustend stil. Dan mag ik blij zijn als ik op Facebook en Twitter samen tot vijftien schouderklopjes kom.

Maar ik blijf het doen in de hoop dat solidariteit ooit weer een goed idee wordt, en in de hoop dat er in elk geval een paar mensen langer over nadenken dan ze anders hadden gedaan.

Voor mijn nieuwe site Stigmatiseren kun je leren, over stigmatisering in nieuwsverslaggeving: klik hier.

Na 96 uur debatteren

na_96_uur_debatteren_zwarte_piet

Eén ding had ik me voorgenomen toen ik het Zwarte Pieten-stuk schreef: het gaat niet om mijn gelijk, het gaat überhaupt niet om mij, het gaat om het bewustzijn dat er uitsluitingsmechanismen zitten in ‘kleinigheden’ als Zwarte Piet en dat een beetje omzichtigheid in collectieve uitingen dús op zijn plaats is.

Dat uitgangspunt – het gaat niet om mijn gelijk – had tot gevolg dat ik álle gesprekken aan moest gaan, het ging mij er immers niet om dat de verschillende groepen op een eilandje hun middelvinger naar elkaar zouden opsteken, maar dat er in de samenleving een vleugje bewustzijn doordringt van de problemen die stereotiepe beeldvorming oplevert. Dat doe je niet door te zeggen: ja doei, rot maar op met je andere mening, maar door zo open mogelijk het gesprek met elkaar aan te gaan. Er waren vier problemen bij dat open gesprek:

De Nederlanders

Er zijn veel Nederlanders onder mijn volgers die over het algemeen een veel beter, breder, langer en doorwrochter debat achter de rug hebben. Voor hen was mijn stuk een herhaling van zetten en ik denk zelfs dat ze de indruk kregen dat ik ter eigener eer en glorie nog eens een paar zetten terugging. Simpelweg omdat Nederlanders niet beseffen dat in Vlaanderen het debat over beeldvorming nog nauwelijks is begonnen.

De Vlamingen

Vlamingen zijn doorgaans geen debaters, in tegenstelling tot de Amsterdamse en Utrechtse kringen waarin ik de eerste dertig jaar van mijn leven doorbracht. Dat heeft tot gevolg dat er misschien wel veel mensen zijn die mijn mening delen, maar die laten zich vaak niet horen omdat ze niet betrokken willen raken bij de discussie. En als ze zich wel mengen, doen ze dat sneller achter de schermen, in de mail of in een privébericht. In Vlaanderen heb ik veel sneller het idee dat ik er alleen voor sta.

De retoriek

Een open gesprek met mensen die retorische valstrikken opzetten, is lastig. Proberen je punt te maken temidden van de ad hominems, glijdende schalen en manke vergelijkingen is frustrerend, voor je het weet ga je zelf mee in de schofferingen. Beleefd blijven tegen mensen die geen enkele moeite doen om beleefd tegen jou te blijven is een ware evenwichtsoefening. Twee keer heb ik de afgelopen dagen sarcasme met sarcasme beantwoord en twee keer had ik direct daarna al spijt.

De hoeveelheid

De reacties kwamen op talloze platforms binnen: twitter, twitter-dm, facebook, facebook-pm, mail, real life, de facebookpagina van De Standaard, de website van De Standaard en mijn eigen website. Omdat ik besloten had elk gesprek even serieus te nemen, moest ik een selectie maken. Ik kon immers niet honderden serieuze gesprekken tegelijk voeren. Daarom heb ik twee discussieplekken achterwege gelaten: de facebookpagina van De Standaard en de website van De Standaard. Op álle andere plekken heb ik waar mogelijk gereageerd met uitgebreide en genuanceerde antwoorden.

Inmiddels begint de stroom reacties op te drogen. Toen ik vanochtend wakker werd – dag 5 – lagen er nog maar vier berichten te wachten.

Mijn indruk na vier dagen heel intensief discussiëren is als volgt: onder mijn volgers en de lezers van De Standaard is het aantal mensen dat er ongeveer zo over denkt als ik iets hoger dan het Vlaamse en Nederlandse gemiddelde, gok ik. Maar de medestanders hielden zich veel stiller, waardoor mijn artikel zeker 90 procent negatieve of licht-negatieve reacties opleverde. Een overzichtje:

De starren

Je hebt de starre debaters die heel erg bezig zijn met traditie en ‘onze’ cultuur, of met ‘dan moeten die minderheden maar niet zo overgevoelig doen’ of met uitschelden, victimblamen, kleineren, discrimineren (‘ga terug naar je eigen land!’) en omdraaien (‘wij worden gediscrimineerd!’). Dat waren niet erg vruchtbare gesprekken, maar zelfs die correspondenties draaiden uiteindelijk wel uit op een rustig uitwisselen van argumenten.

De olie-op-het-vuur-verwijters

Je hebt de mensen die het in grote lijnen met me eens zijn, maar die door de hyperbolen in mijn stuk getriggerd raken en vinden dat ik door mijn ongenuanceerde houding olie op het vuur gooi. Die gesprekken liepen vaak met een sisser af omdat ik na mijn 850 woorden in De Standaard de ruimte nam om in heel veel extra woorden mijn hyperbolen toe te lichten.

De pick-your-battle-aanhangers

Die olie-op-het-vuur-verwijters overlappen deels met de pragmatische pick-your-battle-aanhangers: zij die vinden dat er belangrijkere problemen omtrent racisme zijn en er daarom geen bezwaar in zien kleinere problemen te bagatelliseren. Het mag duidelijk zijn dat ik dat wel problematisch vind.

De backlashers

Onder hen bevinden zich de mensen die van mening zijn dat types als ik de oorzaak zijn van de aantrekkingskracht van Trump, Dewinter en Wilders. Zij vinden dat we geen detailkritiek moeten leveren, omdat de populistenliefhebbers zich dan ‘om niks’ genoodzaakt zien hun vuilbekkende politici in het zadel te helpen. In die kringen vind je ook de mensen felle anti-racisten beschuldigen van het aanwakkeren van racisme. Al deze mensen wijzen naar een paradox die ik niet zal ontkennen, maar waarvan ik niet denk dat de oplossing ligt in de problemen van steeds dezelfde mensen bagatelliseren.

De ontkenners van identity-politics

Tot slot heb je de felle ontkenners van ‘identity politics’ die vinden dat mijn hele insteek een vergiftigd debat oplevert en die gruwelen van het discours van white privilege en white fragility dat ik in mijn artikel aansneed. Het moeilijke aan deze gesprekken was dat we uiteindelijk vaak wel hetzelfde doel nastreven (structurele uitsluiting een halt toeroepen) maar zij verafschuwen mijn analyse en ik snap niet waarom zij dit soort geprivilegieerdheid geen plaats geven in een ongelijkheidsdebat.

Of ik mensen heb weten te overtuigen van het belang van aandacht voor stereotiepe beeldvorming kan ik niet goed nagaan. Ik weet wel dat het debat in Nederland elk jaar een heel kleine verschuiving oplevert, richting meer bewustzijn en meer begrip voor de negatieve gevolgen van stereotypering (vergelijk 2013 met 2014 en 2015). Natuurlijk hoop ik dat de dialoog waar ik zojuist vier dagen aan besteed heb ook in Vlaanderen iets dergelijks teweegbrengt.

Twee dingen heeft mijn stuk zeker opgeleverd:

Steun

Steun aan mensen die niet of weinig gehoord worden. Elke keer dat ik stigmatisering en stereotypering aansnijd in mijn opiniestukken krijg ik brieven van mensen die blij zijn dat ik aan hun kant sta, of die opgelucht zijn dat ik hun gedachten heb verwoord zoals ze het zelf niet durven of kunnen. Opvallend vaak staat er iets als: ik probeer vaak aan vrienden uit te leggen waarom ik me gediscrimineerd voel, nu kan ik ze jouw stuk laten lezen. Dat lijkt me pure winst.

Dialoog

Een ding hoorde ik de afgelopen dagen erg vaak: ‘Ik heb zelden zo’n genuanceerde discussie gezien over dit onderwerp.’ En hoewel ik me goed kan voorstellen dat het geduld van de gediscrimineerden al tijden op is, denk ik dat het toch altijd daar om draait: dialoog, nuances, begrip, tijd. En hoeveel ik ook over me heen heb gekregen de afgelopen dagen, als er een opgelucht ‘wat is het gesprek hier open!’ klinkt, ben ik toch blij met hoe het is gegaan.

Zwarte Piet is wel een probleem

white_privilege_zoekvenster

Wie Zwarte Piet afdoet als ‘geen probleem’, heeft een probleem, schrijft Maartje Luif: het probleem van het witte privilege.

‘Volkomen overbodig, dat Pietenpact’, zei N-VA-voorzitter Bart De Wever zaterdag bij de aankomst van Sinterklaas in Antwerpen. De neiging negatieve stereotyperingen af te doen als ‘geen probleem’ zie je niet alleen bij politici, maar ook in de talloze discussies op sociale media. Ik verbaas me over de ontkenners. Laat ik hun argumenten even overlopen.

‘Maar Zwarte Piet is toch zwart van het roet en dus niet racistisch?’

Op dat punt zijn de rangen niet gesloten. Jazeker, er zijn onderzoekers die beweren dat er geen connecties zijn tussen Zwarte Piet, het slavernijverleden en koloniale onderdrukking, maar er zijn er ook die, ongeacht de herkomst, onmiskenbaar tekenen van racisme zien, waaronder de VN-commissie tegen rassendiscriminatie. In feite gaat het er niet om wat de uitsluiter bedoelt, maar om wat de uitgeslotene ervaart. Als zwarte mensen lijden onder een karikatuur, is het niet relevant welke achtergronden het scheldwoord heeft. Als het hele systeem is gebouwd op witte mensen met witte voorkeuren en witte feestjes, waardoor er nergens normale rolmodellen opduiken, dan is het geen excuus dat een karikatuur goedbedoeld is, dan is de stereotypering een onderdeel van een systeem dat uitsluit.

‘Waarom moeten we onze cultuur aanpassen?’

Wie is ‘ons’? Horen de mensen die Zwarte Piet een nare stereotypering vinden ook bij ons? En zo nee, bewijst dat niet dat we steeds dezelfde minderheid uitsluiten?
Bovendien, als ik in deze tijden iets hoor over ‘onze’ cultuur, dan gaat dat doorgaans niet over ‘mijn’ cultuur van solidariteit. Wat opnieuw de vraag oproept: wie is ‘ons’?
Overigens is het maar goed ook dat we in weerwil van onze tradities wat gewoontes overboord gooien. Hoe waren we anders ooit van slavernij, louter mannenkiesrecht en de galgenvelden verlost geraakt?

‘Kunnen we het niet over écht racisme hebben?’

Het venijn van racisme ligt onder de oppervlakte: wit privilege. Wit privilege is de term voor het ongevraagde voordeel dat elk wit persoon heeft door geen ‘andere’ huidskleur te hebben. Het voordeel van minder snel aangehouden te worden, het voordeel van sneller werk te krijgen, het voordeel van niet met argwaan bekeken te worden, enzovoort. Door de luxe van dat privilege is het enige racisme dat de meerderheid ziet dat van de schaamteloze schreeuwers die openlijk uitsluiten. Dat is schandalig, vinden we, maar het systematische racisme laten we ongemoeid. We durven zelfs te zeggen dat als we niet langer ons gezicht schminken, we zwarte mensen uitsluiten, of potsierlijker: worden witte mensen in de hoedanigheid van een knecht niet net zo goed geridiculiseerd? Die vergelijking gaat mank. Witte mannen hebben niet jarenlang dezelfde patronen van misprijzen, onderschatting en wantrouwen moeten ondergaan als zwarte mensen. Alleen de witte meerderheid heeft de luxe onderscheid te maken tussen echt en onecht racisme. Daarom is het goed geen verschil te maken tussen het bedoelde ‘echte racisme’ van ‘echte racisten’ en ‘het onbedoelde niet echte racisme’ van ‘niet-racisten’. Er is racistisch gedrag, er zijn racistische stereotyperingen, er zijn racistische systemen. Zolang we goede bedoelingen als excuus zien, verandert er niks.

‘Waarom zouden we de wil van de minderheid moeten uitvoeren?’

Racisme is niet voor niets strafbaar, het is een aantasting van de grondrechten van mensen. Zolang er twijfel is, neem je in het geval van grondrechten het zekere voor het onzekere.
Daarbij: wit privilege betekent ook dat witte mensen bepalen hoe het racismedebat verloopt. Hebben ze er genoeg van? Dan stopt het. Vinden ze het weer eventjes belangrijk? Dan gaat het door. Vinden ze het niet erg genoeg, zoals Zwarte Piet? Dan is het geen racisme. In dat opzicht is het racismedebat een catch 22. Wordt het serieus genomen, dan is dat dankzij de witte meerderheid, wordt het niet serieus genomen, dan bestaat het niet. En ja, ik realiseer me dat ik – as we speak – mijn privilege gebruik en dat ik daar voorzichtig mee moet zijn.

‘We verpesten een kinderfeest!’

Ten eerste: welnee, kinderen willen cadeautjes, snoep, magie. Ze willen niet dat andere kinderen zich buitengesloten voelen. En als je ze op de mouw hebt kunnen spelden dat Zwarte Piet door de schoorsteen komt, dan is een plotwending over zijn uiterlijk niet het grootste probleem. Toen ik voor het eerst de Amerikaanse Pino zag – geel in plaats van blauw – dacht ik: wat een rare Pino. Daarna viel het me niet meer op.
Maar belangrijker: is het een kinderfeest van iedereen? Ook van de kinderen die getergd worden door karikaturale beeldvorming rond hun uiterlijk, die dankzij hun huidskleur een traject ingaan waarin te vaak niet serieus genomen worden centraal staat?

‘Het protest werkt alleen maar averechts!’

Daar is een woord voor: witte breekbaarheid. Mensen die worden gewezen op gedrag dat negatieve stereotyperingen in stand houdt, schieten in een kramp. ‘Maar ik ben toch geen racist!?’ ‘En mogen wij ook boos worden als de Pieten allemaal wit zijn?’ ‘Door dat gezeur heb ik alleen maar minder sympathie voor de anti-racisten.’ ‘Dit werkt averechts!’ In plaats van in te zien dat het tijd is om te luisteren, trekken de geprivilegieerden zich terug achter een muur van slachtofferschap. Waarmee ze de discussie naar zich toe trekken en we weer terug bij af zijn.

Omdat ik het verdienmodel van mijn opdrachtgever graag terwille ben, plaats ik mijn stukken vaak pas na een week door. Maar omdat er veel mensen reageren zonder het stuk gelezen te hebben, plaats ik het deze keer al een dag later. Dit opiniestuk verscheen op maandag 14 november 2016 in De Standaard.

 

Duisterder

duisterder_kleiner

We kregen bericht van een van de verzekeringen die mogelijk de schade van de beroving zou dekken en jawel, ‘coulancehalve’ zullen ze de helft van de geleden schade vergoeden. Ik kan hier heel lang uitweiden over hoe onlogisch het is om je maar voor de helft aansprakelijk te voelen, of hoe jammer het is dat we dus toch nog veel schade uit eigen zak moeten betalen, maar ik kan ook vertellen hoe groot de opluchting is – klaar nu, dóór –  en hoe leuk het is aan Wannes’ gezicht te zien dat hij het als een cadeautje beschouwt. Want door de hardvochtige houding van veel verzekeraars krijg je vaak het gevoel dat je een ongelooflijke mazzelaar bent die vooral niet moet vergeten zijn handjes dicht te knijpen.

Het bericht over de coulance van de verzekering kwam op de dag dat Trump werd verkozen. We gingen naar de winkel om troosteten in te slaan en ik maakte een pan erwtensoep die in niets deed vermoeden dat Wannes en ik maar met zijn tweeën zijn. Op de helft van mijn eerste kom soep hoorde ik heel hard ‘knerps’. Ergens achterin mijn mond was een stuk van mijn kunstgebit afgebroken. De dag kon dus tóch nog duisterder.

Ik belde naar de verzekering en na veel vijven en zessen was de conclusie: ook dit keer zou ik maar de helft terugkrijgen, omdat ik sinds ik een kunstgebit heb niet elk jaar voor controle naar de tandarts ben gegaan én omdat ik nog maar 42 ben. Dus omdat ik veel te jong niet op het idee ben gekomen de tandarts volkomen onzinnig lastig te vallen met een brandschoon en perfect compleet gebit, heb ik nu geen recht op de normale terugbetaling. Kortom het geld van de ene verzekering kan gelijk naar het gat dat de andere verzekering slaat. De dag kon dus tóch nog duisterder.

 

Bye bye dreadlocks

Laatste foto

Ze zijn eraf. Na vijftien jaar trouwe dienst heb ik er gisteren de schaar in gezet. In 2007 heb ik ze er ook al eens afgehaald, maar toen ben ik vrij snel nieuwe gaan maken. Deze keer vermoed ik dat dat niet gaat gebeuren. Wel zal ik net als toen weemoedig zijn, een rouwproces doormaken. Want het is slikken, het afscheid van mijn silhouet, mijn special feature, mijn avatar. Na meer dan een derde van mijn leven ben ik ineens onherkenbaar. Maar ik ben ook eindelijk verlost van de hoofdpijn, van een pond haar dat 24/7 aan mijn hoofdhuid trok of op mijn fontanel balanceerde, en van het groot onderhoud dat een dikke bos dreadlocks nu eenmaal vergt.

eerste_knip_dreadlocks_1

Knip!

De opluchting is gigantisch. Ik kon eindelijk ontspannen toen na al die jaren het douchewater rechtstreeks mijn hoofdhuid masseerde. Mijn adem stokte de eerste keer dat Wannes me gisteren over mijn bol aaide en ik daadwerkelijk iets vóélde. Het sliep opmerkelijk vrij, zo zonder het gewicht van een flinke mango boven me op het kussen. Het is bevrijdend om een muts op te zetten en niet het idee te hebben dat het een twééde muts is. Het blijkt verrassend aangenaam om een lus van een schort over mijn hoofd te leggen en nergens mee in de knoop te komen. En halleluja, er is gewoon niet langer een extern gewicht dat slingert, dempt en trekt, dat aandacht vraagt en afstand schept.

zonder_dreadlocks

Nu gaan sommigen van jullie natuurlijk zeggen: neeeeeeeee! Dat deden jullie de vorige keer ook, en toen ik afscheid nam van de naam Zezunja vonden veel mensen dat eveneens een slecht plan. Mijn lezers zijn aartsconservatief. Maar bedenk: jullie hoeven alleen maar naar plaatjes van mij te kijken, ik kijk zelden naar plaatjes van mij, dus ik kan slechts voelen. En, boy, het voelde in het geheel niet goed meer.

Kortom: laten we het vieren! Ik ben bevrijd!

Meer lezen over mijn dreadlockperikelen?

10 jaar dreadlocks. Of: hoe ik mijn haar werd 2011
Dreadlock Holiday of: Spoorboekje van een impulsieve daad 2007
Postuum Lustrum 2006
De schaar erin 2006

Akoestiek

akoestiek_2

We betreden het erf van de hoeve. Als Wannes de deur van de stal opendoet, valt de akoestiek als een glasbak over me heen. Later vertelt hij dat het bij hem werkt als bij een computerventilator: het komt op, eerst zachtjes en traag, maar dan steeds sneller en luider, tot het niet te negeren oorverdovend is. Bij mij werkt dat anders: het slaat me in mijn gezicht, al die stemmen, kopjes, borden, glazen en lachsalvo’s, het noopt me tot inademen, waarna ik niet meer in staat ben die adem kwijt te raken.

Ik neem plaats op een plastic stoel en stel me voor hoe mijn billen een deel van het geluid nu smoren, en hoe ik als ik hele grote billen zou hebben al het geluid kon smoren. Het lucht me een ogenblik op, maar het lawaai breekt er onmiddellijk weer doorheen. Geen gedachte is ongenaakbaar, geen seconde vrij van ruis. We zijn er met anderen, dus direct weer vertrekken zou raar zijn, niettemin staan mijn reflexen in de richting van de deur. Met moeite denk ik een stolpje om mij heen. Op de randjes van de plastic stoel, langs mijn armen, rond mijn schouders, met dubbel glas bij mijn oren. Het lukt me om het geluid terug te brengen tot het gewobbel dat je hoort als je in bad je hoofd net onder de waterspiegel laat zakken, maar het vergt veel inspanning en na een paar seconden is het werkelijke geraas weer terug. Mijn adem heeft zich vastgezet tussen mijn hoge schouders en mijn middenrif, en ik raak bevangen door een machteloos gevoel dat ik alleen ken van bij de tandarts. Die uren dat je de marteling weerloos ondergaat. Maar bij de tandarts is de pijn lokaal. De strijd is stuurbaar, want er is een front, in je mond, alle hens aan dek op dat ene punt. Bij stemmen in ongestoffeerde ruimtes is de tegenstander overal. Zelfs als je je handen tegen je oren zet, infiltreren de vijandelijke troepen met gemak het midden van je hoofd. Mijn voeten, benen, buik, nek, alles wordt in de uren die volgen gestut door de adem die ik inhoud. Als we na een paar uur vertrekken, voel ik me alsof ik drie dagen heb doorgebracht in een Center Parcs-zwembad. Buiten, in de gedempte wereld van nat gras, lukt het me niet mijn buikspieren te ontspannen.

Thuis rol ik me op in bed. Ik sluit mijn ogen, maar alle hoge tonen van de dag zeilen als tafelhockeyschijven door mijn hoofd. Het doet me denken aan de periode van lichtblindheid een paar jaar geleden, toen ik zelfs als ik mijn ogen sloot nog urenlang flitsen zag. Dat beangstigende gevoel dat er ook in een lege, stille, donkere kamer geen plek is waar je zintuigen je met rust zullen laten. Maar ik weet dat dit iets anders is, geen ziekte aan mijn oren, maar iets met maximale belasting en dat moment dat de spreekwoordelijke druppel de oppervlaktespanning een oplawaai geeft. Terwijl ik onder de geluiden in mijn hoofd door denk, neem ik me voor het afgelopen half jaar van te grote projecten, deadlines en onheil te zien voor wat het was: een periode waarna je naar je lichaam moet, uh, luisteren.