Waarom huizen kopen helemaal niet zo leuk is (2)

Lees eerst de inleiding op dit stukje.

Er was die dag wel een moment dat seconden er nog niet toe deden. Dat was het moment dat ik op mijn dooie akkertje koffie dronk en mijn zwart fluwelen jasje nomineerde voor het bezoek aan de notaris. Daarin zou ik om half twee die belangrijke handtekening zetten.
Ik rommelde wat in de badkamer, checkte mijn mail. Ik dronk thee met honing om mijn stem terug te krijgen na de zware grieprepetitie van maandag en ik voelde mij de hemel te rijk.
Ik was trots dat ik het allemaal voor elkaar had gekregen. Die dag, dinsdag 29 november, zou alles rond zijn. En dat had ik voornamelijk aan mezelf te danken. Alles had tegen gezeten, iedereen had tegengewerkt en ik had het allemaal alleen moeten doen, maar het was gelukt. Terwijl ik wat kuierde en klooide gaf ik mijzelf steeds binnensmonds een driewerf hoera. Ik las de krant, hoera, hoera, hoera, wat weblogs, hoera, hoera, hoera, de post van gisteren, hoe…

En toen begon de film Zezunja rennt vs 24.

Want in die post van gisteren stond iets over eigen geld. Vierduizend euro. Dat moest ce moment bij de notaris zijn. En, bedacht ik, dat wás het niet. Die vierduizend euro stond nog keurig op een spaarrekening van mijn vader.
Een paar weken daarvoor had ik tegen mijn vader gezegd: ‘Pap, ik heb binnenkort dat geld nodig.’ ‘Nu?’, had hij gevraagd. ‘Nee, over een paar weken’, had ik gezegd. ‘Ik geef je wel een seintje.’
En daar zit de pijn: ik had mij zo geconcentreerd op die hypotheekofferte, op de verkoper en al zijn fouten, op de splitsingsvergunning en de bezwaartermijn en op de notaris en haar wettelijke verplichtingen dat ik het allersimpelste vergeten was: zelf efkes vierduizend euro overmaken.

Goed, het was dinsdag half elf en ik had een probleem.

10: 30 uur tring-tring.
‘Met de hypotheekadviseur.’
‘Ja hoi met Zezunja, weet jij hoe dat zit met dat eigen geld?’
‘Ja, daar krijg je een rekening voor van de notaris en dan moet je dat geld overmaken.’
‘Moet dat geld er bij de overdracht per se zijn?’
‘Ja.’

10:45 uur, tring-tring
‘Met notaris 1.’
‘Ja hoi met Zezunja, mijn geld is nog niet bij jullie.’
‘Ja, ik heb het gezien, dan kan het tekenen niet doorgaan.’
‘Maar dat moet.’
‘Ja, maar het kan niet. Ik moet zelfs het hypotheekgeld, die 131 duizend euro, weer terugstorten naar de bank.’
‘Maar dat mag niet, want dan is mijn offerte weer gewoon een offerte in plaats van een geaccepteerde offerte en dat kost me handen vol geld.’
‘Dan zul je dat geld cash moeten meenemen. Of pinnen.’
‘Oef!’

11:00 uur tring-tring
‘Met het antwoordapparaat van Zezunja’s ouders.’
‘Ja, met Zezunja. Pap, jij bent met pensioen dus je hoort braaf thuis te zijn. Waar hang je uit? Ik heb je met spoed nodig.’

11:15 uur tring-tring
‘Met de moeder van Zezunja.’
‘Waaa, ik heb je gevonden. Ik heb een probleem. Ik heb vóór half twee vierduizend euro nodig.’
‘Dan moet je bij je vader zijn.’
‘Ja, maar waar ís die?’
‘Op de universiteit vermoedelijk.’

11: 30 uur tring-tring
‘Met de vader van Zezunja.’
‘Ja, hoi pap, met Zezunja. Ik heb een probleem. Ik heb die vierduizend euro binnen twee uur nodig.’
‘Oei.’
‘Ja, oei. Sorry. Beetje dom.’
‘Dan moet ik nu naar huis.’
‘Ja, sorry.’
‘En ik weet niet of ik zoveel op mijn rekening heb.’
‘Ja, shit. Sorry.’
‘En ik weet niet of ik het zo snel van mijn spaarrekening krijg.’
‘Ja, sorry.’
‘Voor wanneer moest dat, zei je?’
‘Voor half twee.’
‘Pff, dat is echt nog maar twee uur.’
‘Ja, sorry.’

11: 45 uur tring-tring
‘Met notaris 1.’
‘Met Zezunja, ik krijg het vermoedelijk voor elkaar, dus stort dat geld nog maar niet terug.’
‘Nou, het ziet ernaar uit dat het sowieso in de soep loopt.’
‘O.’
‘Ja, de splitsingsakte zou gepasseerd worden bij notaris 2 en dan konden wij de overdrachtsakte tekenen. Maar de splitsingsakte kon niet getekend worden, wegens het ontbreken van een volmachtsbewijs van de onderburen.’
‘Aaarg.’
‘Ja, het spijt me. Dat had de verkoper moeten regelen, maar dat heeft-ie niet gedaan.’
‘Maar ik kan toch proberen dat volmachtsbewijs vandaag nog getekend en wel bij notaris 2 te krijgen?’
‘Ja, maar dan moet notaris 2 die akte vandaag passeren. En dat moet dan nog vóórdat wij samen gaan tekenen. Ik betwijfel ten zeerste of dat lukt.’
‘Maar het moet. Écht, het moet.’

12:00 uur tring-tring
‘Met de onderburen.’
‘Hoi met Zezunja. Ik hoor mij hier helemaal niet mee te bemoeien, maar ik doe het toch omdat het me veel geld gaat kosten als het misloopt: zouden jullie binnen nu en een uur dat volmachtsbewijs willen tekenen.’
‘We hebben de conceptsplitsingsakte pas sinds gisteren in huis. We moeten hem nog lezen.’
‘Zouden jullie dat dan snel willen doen? En zouden jullie beiden níét de deur uit willen gaan? Jullie beider handtekening moet namelijk op het volmachtsbewijs.’
‘We zullen kijken wat we kunnen doen.’

12:15 uur tring-tring
‘Met notaris 2.’
‘Ja, u spreekt met Zezunja. U kent mij niet en ik bemoei me met zaken waarmee ik eigenlijk niets te maken heb, maar ik doe het toch want het gaat me veel geld kosten als ik het niet doe. Zou u voor half twee die splitsingsakte willen passeren?’
‘Maar ik heb geen volmachtsbewijs van de bewoners van de begane grond.’
‘Dat zal ik dan voor u regelen.’
‘Maar dat hoort de verkoper te doen.’
‘Ja, maar die doet het niet en ik ben straks de lul.’
‘Ik betwijfel of het u lukt.’
‘Maar het moet. Écht, het moet.’

12:30 uur tring-tring
‘Met notaris 1.’
Ja, hoi met Zezunja. Nou, ik denk dat het gaat lukken, maar half twee is wel erg vroeg.’
‘Het moet voor vijf uur gedaan worden.’
‘Kan ik uitstel krijgen tot half vijf?’
‘Ja, maar die splitsingsakte bij notaris 2 moet er wel voor die tijd door zijn dan.’
‘Okee.’

12: 45 uur tring-tring
‘Met de vader van Zezunja.’
‘Met Zezunja. Pap, gaat het lukken?’
‘Ja, ik heb genoeg op mijn rekening en ik kan het met spoed storten op de rekening van de notaris.’
‘Je hebt tot half vijf de tijd.’
‘Als ik het voor half twee op het postkantoor overgemaakt heb, is het er zeker om half vijf, zeggen ze.’
‘Nou, hard fietsen dan.’

13:00 uur tring-tring
‘Met de onderburen.’
‘Ja, met Zezunja, denken jullie dat het gaat lukken?’
‘Uhm, we blijken helemaal geen officieel volmachtsbewijs te hebben. Alleen een conceptakte.’
‘Oei.’
‘Ja, dus wij kunnen niets doen.’

13:15 uur tring-tring
‘Met notaris 2.’
‘Ja, met Zezunja. Ik bemoei me nog immer met iets waar ik niks mee te maken heb, maar de onderburen hebben alleen een concept. Ze kunnen niks tekenen.’
‘Dan moet ik ze dat even mailen.’
‘Ja, graag. Liefst nu.’

13:30 uur
‘Met het antwoordapparaat van de ouders van Zezunja.’
‘Pap, is het gelukt? Plies, bel me terug.’

13:45 uur
‘Met de vader van Zezunja.’
‘Met Zezunja. En?’
‘Nou het is gelukt.’
‘…pfff…’
‘Ik moest wel voordringen, want om iets voor half twee waren er nog heel veel mensen voor me.’
‘Fijn dat je dat gedaan hebt.’
‘Ja, dat voordringen vond ik misschien nog wel het vervelendste.’

14:00 uur tring-tring
‘Met notaris 1.’
‘Ja, met Zezunja. Het geld is bij jullie hoor.’
‘Hoe komen wij dat te weten? De boekhoudster is er niet en we krijgen zoveel geld gestort op een dag dat we dat uit ons saldo niet kunnen opmaken.’
‘-slik-‘
‘En we moeten wel zeker weten dat het er is.’
‘Kunt u de bank dan niet bellen?.’
‘Nou, dat weet ik niet hoor.’

14:15 uur tring-tring
‘Met notaris 2.’
‘Met Zezunja. Gaat het lukken met die splitsing?’
‘Ik heb net het officiële document gemaild, dus als de onderburen tekenen, kan ik passeren.’
‘Maar dan moet het ondertekende document nog wel bij u komen, neem ik aan.’
‘Ja.’
‘En hoe gaat dat dan?’
‘Dat weet ik niet.’

14:30 uur tring-tring
‘Met notaris 1.’
‘Hoi, met Zezunja. Notaris 2 zegt dat hij niet weet hoe het ondertekende volmachtsbewijs op tijd bij hem kan zijn.’
‘Kun jij het voor vier uur naar mij brengen?’
‘Als de onderburen dan hebben getekend wel.’
‘Dan fax ik het naar notaris 2 met de belofte dat hij officiële document met spoed krijgt. En dan moet hij passeren op de kopie. Als hij ons dan belt als het gepasseerd is, kunnen wij de overdrachtsakte tekenen.’

14:45 uur
‘Met notaris 2.’
‘Hoi, met Zezunja. Als de onderburen tekenen en ik vervolgens op de fiets spring en dat document naar notaris 1 breng en zij het naar u faxt, wilt u dan voor vieren passeren?’
‘Ja.’

15:00 uur tring-tring
‘Met de onderburen.’
‘Met Zezunja. Ik ben zo benieuwd hoe ver jullie zijn?’
‘We hebben getekend. We komen het zo langsbrengen.’
‘…pfff…’

15:30 uur tring-tring
‘Met notaris 2.’
‘Met Zezunja. Ik heb zojuist het volmachtsbewijs van de onderburen naar notaris 1 gebracht.’
‘Dat is mooi. Ik had niet verwacht dat het u zou lukken.’
‘Ik ook niet.’

15:45 uur tring-tring
‘Met notaris 1.’
‘Met Zezunja. Hoe ver zijn we? Heeft het zin om te komen om half vijf?’
‘Ja, ik kreeg net een telefoontje dat de splitsingsakte gepasseerd is.’
‘Wow.’
‘En het geld staat ook op onze rekening.’
‘Yes!’

Om half vijf zette ik mijn handtekening bij notaris 1. Daarna bood ze me een baan aan, omdat niemand op hun kantoor ooit zoveel in één dag voor elkaar had gekregen.
’s Avonds belde mijn vader me op om te zeggen dat hij me wel een oen vond.

De oude reacties op dit stukje kun je hier lezen. Nieuwe reacties mag je gewoon hieronder plaatsen.