Losse opdrachten

‘Als 60 procent van de Amster­dam­se jeugd alloch­toon is, kun je niet meer om ze heen’

Een interview met Atilla Arda (D66) en Fatima Elatik (PvdA), destijds twee veel­be­lo­ven­de politici.
Het artikel verscheen op 28 februari 1998 in opi­nie­tijd­schrift HN Magazine. © Maartje Luif

‘Als zestig procent van de Amster­dam­se jeugd alloch­toon is, kun je niet meer om ze heen’

‘Ik viel op: een Amster­dam­se met een hoofddoek. Het spreekt en het spreekt Neder­lands.’ Een gesprek met het jeugdige bloed van de gemeen­te­raad van Amsterdam: twee ambi­ti­eu­ze alloch­to­nen. Atilla Arda (27) is voor­zit­ter van de Amster­dam­se D66-fractie. Fatima Elatik (24) staat op de ver­kie­zings­lijst van de PvdA. ‘De partijen hebben ons mogelijk aan­ge­trok­ken om stemmen te trekken. Dat zou ik zwak vinden.’

Het gesprek vindt plaats in de raadszaal van de Stopera waar Arda al een eigen stoel heeft – met voe­ten­bank­je, vanwege zijn korte benen – en waar Elatik zich direct thuis voelt. Ze gaat zitten op een van de stoelen waar tijdens ver­ga­de­rin­gen notu­lis­ten zitten. ‘Ik kan ook wel een voe­ten­bank­je gebruiken’, con­clu­deert ze. Door haar baan als adviseur van het college van bur­ge­mees­ter en wet­hou­ders heeft ze dagelijks te maken met de handel en wandel in en om de raadszaal. De kans is groot dat ze met de gemeen­te­raads­ver­kie­zin­gen op 4 maart een zetel in de raad verovert.

Na studies biologie aan de lera­ren­op­lei­ding en onder­wijs­kun­de aan de Uni­ver­si­teit van Amsterdam, stortte Elatik zich op het advi­seur­schap. ‘Ik was al bestuurs­lid van allerlei ver­e­ni­gin­gen en ik was actief voor het Alloch­to­ne Vrou­wen­net­werk.’ Sinds twee­ëneen­half jaar is ze lid van de PvdA.

Arda mag ondanks zijn leeftijd al een door de wol geverfde politicus genoemd worden. In de negen jaar dat hij lid is van D66, mocht hij zich met duizend-en-één dingen bemoeien. Hij was coör­di­na­tor van de werk­groe­pen financiën, regionale samen­wer­king en min­der­he­den­be­leid. Hij zat drie jaar in het bestuur van D66 Amsterdam en in het bestuur van de regio Noord-Holland. Vier jaar was hij lid van de lan­de­lij­ke advies­raad en twee jaar van de com­mis­sies onderwijs en welzijn in stadsdeel de Baarsjes en de commissie financiën van de centrale stad. En nu is hij dus frac­tie­lei­der en zij­de­lings bezig zijn rech­ten­stu­die af te ronden. Een blik­sem­car­ri­è­re.

In hoeverre hebben jullie het gevoel dat jullie zijn opge­trom­meld om de partijen een fris en mul­ti­cul­tu­reel gezicht te geven?
Elatik: ‘Mogelijk hebben ze ons aan­ge­trok­ken om stemmen te trekken. Dat zou ik zwak vinden. Dat zou betekenen dat een partij niet goed op de hoogte is van de kwaliteit van de leden. Ik ben ervan overtuigd dat kwaliteit een grote rol heeft gespeeld. Als je daarnaast bepaalde groepen kunt aan­trek­ken, heeft dat alleen maar een meer­waar­de.’
Arda: ‘De PvdA heeft een kan­di­daat­stel­lings­com­mis­sie die der­ge­lij­ke motieven zou kunnen hebben. Bij D66 wordt de kieslijst gekozen door 1500 D66-leden uit Amsterdam. Het col­lec­tief heeft besloten dat ik op nummer vier sta. Maar of dat nou is omdat ik jong ben, alloch­toon, of omdat ik al negen jaar actief ben en ze dus weten wat ze aan me hebben…? Ik weet het niet. Het ging ook vanzelf; de eerste acht kan­di­da­ten op de lijst zijn om en om mannen en vrouwen. Toe­ge­ge­ven, ik ben voor bepaalde groepen waar­schijn­lijk her­ken­baar. Jongeren spreken mij vaak aan, maar ook alloch­to­nen. Onder alloch­to­ne jongeren schijnt het goed bekend te zijn dat ik op deze positie zit. Als je her­ken­baar bent, krijg je meer kansen om je kiezers écht te ver­te­gen­woor­di­gen.’
Elatik: ‘Voor de pers was ik ook inte­res­sant. Ik viel erg op: een Amster­dam­se met een hoofddoek. Het spreekt en het spreekt Neder­lands! Ik vond het goed, hoopte dat mensen anders gingen aankijken tegen vrouwen en met name tegen geslui­er­de vrouwen. Ik kan de samen­le­ving bekijken vanuit meer dan één per­spec­tief. Doordat ik jong ben, alloch­toon én vrouw is mijn per­soon­lijk leven erg dynamisch.’
Arda (gniffelt): ‘Je bent nog net niet gehan­di­capt!’
Elatik (onver­stoor­baar): ‘Ja, ik zie het als een voordeel. Ik kan voor de ver­kie­zings­cam­pag­ne ideeën aandragen, bij­voor­beeld hoe je groepen moet benaderen. Ik weet wat er leeft. Dat zijn soms ideeën waar de PvdA nog niet aan had gedacht, omdat ze die groepen altijd als onbe­reik­baar beschouw­den.’

Hebben jullie dan ook meer aandacht voor zaken die specifiek jongeren of alloch­to­nen aangaan?
Arda: ‘The­o­re­tisch ver­te­gen­woor­dig ik puur degenen die op D66 hebben gestemd. In de praktijk weet je natuur­lijk niet wie dat zijn en hoor ik dus iedere Amster­dam­mer te ver­te­gen­woor­di­gen. Ik ben wel gevoe­li­ger voor zaken die jongeren en alloch­to­nen aangaan. Zo kan ik mij nog steeds druk maken om woning­nood onder studenten. Dat ligt nog erg vers in mijn geheugen. Veel vrienden waren naarstig op zoek naar een kamer. Als je dat elke dag hoort, besef je dat dat een probleem is. Ik vraag me af of de ouderen hier (wijst op de zetels van de raads­le­den) dat nog wel door hebben, want er wordt weinig aan gedaan. Maar ik zit hier natuur­lijk niet om alleen jongeren- en alloch­to­nen­be­lan­gen te behar­ti­gen.’
Elatik: ‘Het is de ver­ant­woor­de­lijk­heid van alle raads­le­den, maar je hebt wat meer expertise en affi­ni­teit, omdat je er dich­ter­bij staat.’
Arda: ‘Stel, iemand komt met het voorstel om gratis parkeren in te voeren tijdens feest­da­gen, zoals Kerstmis, dan denk ik gelijk: geldt dat ook voor de ramadan? Dan hebben we ook vier dagen feest! Ik ga ervan uit dat iemand die geen ramadan viert, daar niet aan denkt. Hetzelfde geldt voor het onderwijs in de eigen taal en cultuur, OETC genaamd. Dat wordt op basis­scho­len één dag per week gegeven tijdens de normale lesuren. Dat betekende voor mij dat ik de reguliere lessen in drie­ën­hal­ve dag moest doen, terwijl de anderen daar vieren­hal­ve dag voor hadden. Als zij rekenen, taal en geschie­de­nis hadden, moest ik OETC volgen. De overheid zorgt eerst dat je je moe­der­taal alleen tijdens school­tijd kunt leren en ver­vol­gens con­clu­deert ze dat Turken en Marok­ka­nen het slechter doen op school. Vind je het gek, als ze twintig procent van hun tijd niet in de klas zitten? Maar dat moet je zelf hebben mee­ge­maakt, of je moet kinderen hebben die daar mee te maken hebben. Anders denk je daar gewoon niet aan.’

Krijgen jullie de moge­lijk­heid jullie ideeën daarover in praktijk te brengen? Of moeten jullie extra hard schreeu­wen om de oudere, geves­tig­de frac­tie­ge­no­ten te over­tui­gen?
Elatik: ‘Ik denk wel dat het vechten wordt, maar dat ben ik wel gewend. Overal waar ik actief ben geweest, heb ik me als jonge vrouw keihard moeten inzetten voor datgene waarin ik geloofde. Dat werd niet zomaar aan­ge­no­men. Het zal stra­te­gisch werken worden. Goed weten hoe je dingen brengt en wie je als bond­ge­no­ten moet zien. Je afvragen: waar kan ik de meeste steun krijgen? Ook over de partijen heen. Tot nu toe heb ik veel steun aan mijn frac­tie­ge­no­ten. En het hangt af van mijn per­soon­lij­ke inzet of ik net zo serieus wordt genomen als de rest. Het is een leer­pro­ces. Ik zal niet meteen moties gaan schrijven.’
Arda: ‘Ook in dit geval heb ik de par­tij­cul­tuur mee. Het gaat erom of je voorstel goed is, of je het zó goed kunt bear­gu­men­te­ren dat je de meer­der­heid van de zaal meekrijgt. Ik denk dat dat bij de PvdA en VVD iets moei­lij­ker gaat. Daar moet je toch opklimmen, laten zien dat je iets kunt.’
Elatik: ‘In de PvdA valt nog veel te ver­an­de­ren aan sfeer, cultuur en ideeën, maar ik denk wel dat de nieuwe fractie een aantal ver­an­de­rin­gen zal invoeren en meer zal openstaan voor andere opvat­tin­gen. Ik geloof wel dat er ruimte is voor een nieu­we­ling met een goed idee.’
Arda: ‘Maar wat vind je er dan van dat veel alloch­to­ne kan­di­da­ten bij de PvdA in de lan­de­lij­ke, maar ook in de gemeen­te­po­li­liek, lager zijn gezet? Wat zegt dat dan?’
Elatik: ‘Er moet discussie mogelijk zijn over iemands kwa­li­tei­ten. Je moet kunnen toegeven dat je iets fout hebt gedaan of dat je op de verkeerde weg zit. Maar het heeft ook iets te maken met men­ta­li­teit. Het ontbrak de grote partijen de afgelopen jaren aan een visie op de mul­ti­cul­tu­re­le samen­le­ving. De men­ta­li­teit was: als we maar twee procent alloch­to­nen op de lijst hebben, zitten we goed. Maar zo’n ver­an­de­ring moet op gang worden gebracht door de samen­le­ving. Zolang de leden gro­ten­deels ‘wit’ zijn – als ik dat zo mag zeggen, ik ben zelf tenslotte ook wit – is het niet zo gek dat de kan­di­da­ten over­we­gend niet-allochtoon zijn. Het zijn dyna­mi­sche ver­an­de­rin­gen waarvan je de vruchten niet een-twee-drie kunt plukken. Als zestig procent van de Amster­dam­se jeugd alloch­toon is, kun je er niet meer omheen. Dan moet er discussie over komen, er moet oog zijn voor de diver­si­teit.’
Arda: ‘Mijn partij heeft geen commissie die bepaalt: jij gaat erop en jij niet. Niemand die zegt: ‘Zo, nu hebben we genoeg alloch­to­nen.’ We hebben wel veel witte kan­di­da­ten, maar ook veel witte leden.’
Elatik: ‘Wij nieu­we­lin­gen moeten vechten voor méér toe­gan­ke­lijk­heid. Zorgen dat de partij openstaat voor meer mensen. Nu er ideeën zijn over hoe je mensen moet benaderen, blijkt dat zij die nooit bereikt werden, wel veel interesse hebben. Vaak weten ze al waar de partijen voor staan, maar ze beleven de politiek op hun eigen manier en in hun eigen taal. Het heeft veel te maken met com­mu­ni­ca­tie.’
Arda: Als ik bij­voor­beeld naar Turkse bij­een­kom­sten ga, spreek ik Turks. Daar ben ik in veranderd. Vroeger vond ik: we wonen in Nederland, dus dan leer je maar Neder­lands. Nu denk ik dat in een stad als Amsterdam een dag komt dat de politiek het niet meer redt als ze alleen maar Neder­lands spreekt. Zelfs al heb je dan te maken met de tweede en derde generatie Turken en Marok­ka­nen die perfect Neder­lands spreken. Ze zullen het een pré vinden als je als raadslid van bui­ten­land­se afkomst bent. Als je het hebt over ‘de taal van de mensen spreken’, gaat het niet alleen om korte zinnen maken en weinig moeilijke woorden gebruiken, maar ook let­ter­lijk de taal van de mensen te spreken. Als een boodschap daardoor beter overkomt, doen we dat toch gewoon?’

Opvallend is dat jongeren en alloch­to­nen in de politiek vaak de ‘zachte’ por­te­feuil­les krijgen, die weinig publi­ci­teit opleveren.

Arda: ‘Er zijn inderdaad weinig vrouwen en alloch­to­nen die het woord voeren over financiën, ruim­te­lij­ke ordening en economie. Ik ben woord­voer­der financiën en eco­no­mi­sche zaken, maar dat komt weinig voor. Meestal zijn alloch­to­nen en vrouwen woord­voer­der van bij­voor­beeld gezond­heids­zorg. Vooral bij de grote partijen lijkt dat het geval. Maar wij zijn maar met zijn achten. Twee wet­hou­ders en met z’n zessen in de fractie. We hebben zeven com­mis­sies te verdelen, dus iedereen heeft minstens één commissie. In een grotere partij, wanneer je met zijn vijf­tie­nen in een fractie zit, heb je per persoon maar een halve commissie. Dan is het niet gek dat je je nau­we­lijks kunt pro­fi­le­ren.’
Elatik: ‘Als je als partij zo slim bent om jong, aan­stor­mend talent een plaats te geven, moet je ook zorgen dat ze iets te doen krijgen. Dat je ze niet gebruikt voor de ver­kie­zin­gen en daarna bui­ten­sluit. Ik mag dus ook de voor­waar­de stellen dat ik iets te doen heb. Maar daar krijg ik gelukkig ook respons op. Hoe het na de ver­kie­zin­gen uitpakt, weet ik niet, de bereid­heid is er in ieder geval.’
Arda: ‘Goed voorbeeld doet goed volgen. Ik wil niet zeggen dat ik de enige alloch­toon op zo’n positie ben. Maar op dit moment, in deze raad, wél. De mensen die er in eerste instantie schuchter over deden, kunnen denken: er is er in ieder geval eentje die het aardig doet. Ik ben benieuwd of jij AJBZ (Algemeen Bestuur­lij­ke en Juri­di­sche Zaken, ML) mag gaan doen.’
Elatik: ‘Ik heb aan­ge­ge­ven dat mijn interesse daarnaar uitgaat. Omdat ik me de afgelopen jaren heb ingezet voor justitie, openbare orde en vei­lig­heid. Ik heb er wat expertise in opgebouwd. Wie weet.’

Waar moet dit uit­ein­de­lijk toe leiden? Wat zijn jullie ambities?
Arda: ‘Ik voel een sociale ver­plich­ting om iets terug te doen. Op bijna elke pagina van de Koran staat dat je alles moet delen en weggeven. Dat kun je doen met geld, zorg of kennis. Kijk, ik heb het bijzonder getroffen. Ik heb een goed stel hersens en vrien­de­lij­ke ouders die me fat­soen­lijk hebben opgevoed. We zijn in een land terecht­ge­ko­men waar sta­bi­li­teit en rust heerst, en waar goede gezond­heids­zorg en scholing gewaar­borgd zijn. Ik vind dat ik iets moet terug­ge­ven. Politiek is daar een manier voor.
Voor het geld hoef ik het niet te doen. Ik ben fiscalist, dus ik kan voor vier­hon­derd gulden per uur gaan werken, met een auto van de zaak. Dit is overigens geen klacht, maar wel een hint aan de Tweede Kamer, die nog steeds denkt dat je een stad in twintig uur per week kunt besturen. Het gaat hier om een begroting van zeven miljard! Dat is gelijk aan een mul­ti­na­ti­o­nal! De president-directeur van Philips werkt toch ook tachtig uur per week? Maar goed, ik moet wat kwijt in de politiek.
Als ik tv kijk, meestal infor­ma­tie­ve pro­gram­ma’s, wind ik me over veel dingen op. Of mijn ideeën nou worden over­ge­no­men of niet, in de politiek kan ik dat verhaal in ieder geval kwijt.’
Elatik: ‘Het klinkt misschien ide­a­lis­tisch, maar ik wil een bijdrage leveren aan deze stad. Of dat nou voor de schermen of achter de schermen is. Ik wil kwaliteit leveren. Of je dat ver­ant­woor­de­lijk­heids­ge­voel kunt herleiden naar de sociale plicht van mijn religie, mijn ach­ter­grond of naar de idealen van mijn partij weet ik niet. Maar mijn levens­fi­lo­so­fie is: alles wat je geeft, krijg je terug. Energie, liefde, kracht en wijsheid. En tot op de dag van vandaag werkt dat.’

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.