Het ontstaan van Het eiland Neus

In den beginne was er niets. Alleen een plan. Yuri en Zezunja. Dat was het plan. Maar op de weg van droom naar daad, dienden er eerst eventjes wat wetten geslecht, en wat praktische bezwaren. Appeltje eitje. Sollicitatiebriefje, ontslagbriefje, verhuizinkje. Onderweg versloeg ik nog even een zooi medekandidaten tijdens de solliciatie bij Humo. En okee, er waren nog wat praktische bezwaren, want uiteindelijk kreeg ik de job niet, maar toch, de tekenen waren er: het was poepen zonder drukken.

Op de honderdste dag waren Yuri en Zezunja een feit. Huisje, boompje, beestje, halleluja. Maar alle slangen en verboden vruchten ten spijt: de weg was ineens geplaveid met wetten en praktische bezwaren. Zo bleek er een groot tekort aan vacatures, een enorm gebrek aan inschattingsvermogen bij al diegenen die mij afwezen en mijn brieven vertoonden inmiddels sleetse plekken. Het scheelde niet veel of ik was begonnen met: Waarde redactie, hoewel ik absoluut geen zin heb om uw vacature te vervullen, zal ik wel moeten, want u bent de enige in dit Vlamenland die nog behoefte heeft aan een journalist of redacteur en een mens moet toch wat. Zoals daar zijn: brood beleggen.

Op de tweehonderdste dag gaf ik het op. Als ik Freecell had gehad, was ik vast gaan Freecellen, maar gelukkig had ik dat spelletje niet, dat scheelde weer. Ik nam de poes op schoot, mompelde maar weer eens dat er gelukkig nog één poes was die van mij hield en besloot de handdoek in de ring te gooien. Als niemand mij in dienst wilde nemen, dan moest ik mijzelf maar in dienst nemen.

Op de tweehondervijftigste dag werd duidelijk dat ook Yuri een werkgever nodig had, want hoewel hij nog even voor Kiri op de boterham kan zorgen, is het ook voor hem spoedig gedaan.

En toen zag ik het licht. Ik ging mijzelf in dienst nemen en Yuri zou mijn compagnon worden. Samen zouden wij de wereld bestormen met mooie teksten, fijn toneel, originele vormgeving, hevig speurwerk en allround cultuur- en mediaconcepten. Wij zouden behalve Kiri ook nog filet americain op de boterham hebben en wij zouden nog lang en gelukkig leven.

En zo geschiedde. Vorige week richtte ik ons bedrijfje op. Omdat Yuri nu nog voltijds werkt, moest ik het alleen doen en ik moet zeggen: he’s a lucky bastard, want het viel niet mee. Maar gelukkig mag hij nog het nodige aan administratieve hel voor zijn rekening nemen zodra wij van een eenmansbedrijfje een tweemansbedrijfje worden.

En, lieve lezer, zo ontstond dus Het eiland Neus – tekst, beeld en theater. Wij hopen nog lang en gelukkig filet americain te eten, maar eerst moet de website af, moet de btw-man gehypnotiseerd, moet een goedbetalende opdrachtgever verleid en moeten de mouwen opgestroopt.

Ik zeg: We’ll give them hell.