Stukjes in het wild

Ik vond mijzelf héél even super listig

Dus er is haast in het spel. Yuri komt net uit zijn werk en we moeten binnen een half uur met de trein naar Mechelen om daar de inter­na­ti­o­na­le trein naar Amsterdam te halen.
Eenmaal aan­ge­ko­men op het station zakt de moed ons in de schoenen. We zijn al geen kam­pi­oe­nen in keep‐that‐smile‐up als we haast hebben, maar de buslading studenten en scouts die op vrij­dag­avond over het station wordt uit­ge­kotst, vergt zoveel tole­ran­tie dat alles in ons roept: ach, laat ook eigenlijk maar.
Maar we moeten naar Amsterdam die avond. We hebben daar later op de avond nog een afspraak, we hebben daar de volgende dag nog een paar afspraken en we gaan ons dus echt niet op onze kop laten zitten door een stelletje schreeu­wen­de scouts en wat leptosome studenten.

Ietwat gespannen ga ik om 18:31 in de rij Inter­na­ti­o­naal Verkeer staan. Ik kijk naar de klok en naar de rij voor mij. Vlie­gens­vlug reken ik uit dat elke persoon binnen veertig seconden geholpen moet zijn, willen wij onze trein om 18:40 halen. Gezien het feit dat de loket­be­amb­te doodleuk aan het tele­fo­ne­ren is, schat ik in dat we dat bij lange na niet gaan redden.
Koorts­ach­tig probeer ik een list te bedenken. Het is klote om ‘n uur later in Amsterdam te arriveren, omdat we dan pas om elf uur op onze afspraak zijn. Tien uur was al laat, maar elf uur is echt een merk­waar­di­ge tijd om nog eens aan te komen kakken. ‘Hallo? Slaap je al?’, zoiets.

Maar Eureka! Een list! Rechts van mij is de balie Bin­nen­lands Verkeer namelijk helemaal leeg. Ik loop naar de lokettist en zet mijn liefste gezichtje op.
‘M’neer, zou ik als­tu­bieft, als­tu­blieft, als­tu­blieft voor één keer een kaartje naar Amsterdam bij u kunnen kopen?’
‘Nee’, zegt de beambte.
Oei, dat had ik niet verwacht. Meestal werkt het wel, dat over­dre­ven vrien­de­lij­ke. Deze keer dus niet.
‘Maar ik wéét dat u het kunt’, probeer ik nog. Edoch, de lokettist is in het geheel niet onder de indruk van wat ik wel niet denk te weten.
‘Ja, dat klopt, ik kan het wel. Maar ik mag het niet’, zegt hij.
Ik pruil wel­ge­meend en loop weg, terwijl ik iets te hard ‘wat een asshole’ sis. Gelijk daarna schaam ik me, omdat ik vermoed dat hij mij heeft gehoord.

Ik durf niet meer te kijken, maar als ik een halve minuut later toch zijn kant opkijk, zie ik dat hij wenkt.
‘Okee, kom dan maar.’
Met rode konen slaak ik een zucht van opluch­ting. Ik bestel twee week­end­re­tours naar Amsterdam en terwijl hij een en ander intikt in de computer sta ik geluk­za­lig van mijn triomf te genieten. Het is inmiddels 18:36 en wij gaan die train HALEN!
Tot de lokettist op het betaal­au­to­maat­je wijst en ik plots bedenk dat ik daar wel fijn met Yuri’s pas sta te zwaaien, maar dat ik dus absoluut niet heb opgelet toen hij mij de code vertelde.
‘Uhm, m’neer?’
De lokettist kijkt mijn kant niet op, want hij denkt dat ik nog bezig ben met mijn code intikken. Ik krijg het warm.
‘M’neer?’
‘Ja?’
‘Laat eigenlijk maar zitten.’

Dwarzand sliep nog niet toen we om kwart over elf bij hem kwamen aankakken.

9 reacties

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.