Toepen op de bushalte

Als je het helemaal niet meer ziet zitten, moet je gaan toepen op de bushalte. Want dat zagen wij dus. Het helemaal niet meer zitten. Want wij liepen en alles liep. Maar dan in de soep. Dat liepen wij dus. Eerst nog niet. Toen ging alles nog. Van dat leien dakje, weet u wel. Gewoon, je plant wat. Je volgt de planning. En dan reken je wat. Buiten de waard, dat wel, maar toch je rekent wat. Zo van: dan hebben we daar vier minuten om over te stappen en daar ook. Maar dan reken je dus buiten de waard. Zo gaat dat.

Want wij moesten. En wij zouden. Maar wat happens? Shit. En dan blijkt dat bussen in Vlaanderen er een handje van hebben. Waarvan? Van vertraging oplopen. En dan is vier minuten ineens niets meer.

Dus die maan scheen. Niet door de bomen, want die stonden daar niet. Ja, dan was het misschien nog leuk geweest, met de maan, zo door de bomen. Maar niet dus. En dan is Haacht ineens een kutdorp hoor. Niet zomaar een dorp, maar echt een kutdorp, met veel wind en zelfs wat regen. En een groot gebrek aan doeltreffende bussen.

Maar uiteindelijk kun je best in Kampenhout komen. Dat is het punt niet. Wat niet? Het punt. Het punt was namelijk een bruiloft. Of meer: een receptie van een bruiloft. Maar dat punt viel dus niet te bereiken. Of toch wel, maar dan slechts om de twee uur. En tsja, men heeft de neiging recepties eindig te verklaren. Heel onhandig.

Dus wij rekenden wat. Met waard en al. En al waren onze handen wat te koud voor het betere trekwerk, wij trokken onze conclusie. De bus naar het feestgedruis zou pas komen als alles al was uitgedruist. En dan is het er dus wel vanaf, die lol.

Wij moesten dus terug, in het kader van onverrichter zake. En zoiets duurt dan ook ineens twee uur. Probeer het maar eens, zaken te onverrichten. Je bent er zo twee uur mee kwijt. Dus wij doodden wat tijd bij het witloofmuseum by night. Maar mijn lief houdt er niet van. Van witloof.

Toen gingen we maar even een colaatje halen. Bij een snackbar, of nee, frituur. Maar dat bracht ons van ons stuk. Terwijl ze met hun poten van ons stuk dienen af te blijven, maar maak dat een negenjarig jongetje dat tegenover zijn vader met een sigaret in zijn hand een kleurplaat zit in te kleuren maar eens wijs. Zoiets brengt ons dus van ons stuk.

Dan maar naar de bushalte. Want die was tamelijk windstil. Wat best knap is voor een bushalte. En niemand die ons van ons stuk bracht. En toen zei ik wat ik dacht. Want ik dacht: jammer dat we geen kaarten bij ons hebben, want dan konden we toepen. Dus dat zei ik, want dat dacht ik.

En toen haalde Yuri ineens kaarten tevoorschijn. Okee, okee, we hadden geen pen, maar ik kan best uit het hoofd turven. Geen probleem. En dat Yuri won, was ook niet erg, want hij wint niet vaak. En trouwens, dat kwam eigenlijk door mij. Dat-ie won. Ik had namelijk best verkeerd kunnen turven. Kon-ie toch niet checken, zo in mijn hoofd. Maar ik deed het eerlijk, dus toen won-ie.

Alleen dat van die bruiloft, dat was wel jammer. We hadden namelijk een leuk kadootje.