Stukjes in het wild

Wat zou de eigenaar van mij denken? (1)

Om te kunnen brain­stor­men over wat de eigenaar van mij denkt, moet u eerst een paar dingen van mij weten.

Ten eerste: ik ben zo’n vrouw van wie Oprah en aan­ver­wan­ten zeggen: ‘Je kunt ook na je huwelijk nog aan­trek­ke­lijk zijn voor je man HOOR!’ Ik heb namelijk een jaar of tien geleden besloten dat het leven com­for­ta­bel dient te zijn en dat spa­ghet­ti­band­jes, navel­trui­tjes en netpanty’s in de winter absoluut niet voldoen aan die voor­waar­de. En dat hoge hakken, zelfs als je een jaar of zes alleen maar op hoge hakken hebt gelopen, eigenlijk heel kut zijn als je lang moet staan of lopen. En dat je nooit van tevoren weet wanneer je lang moet staan of lopen. Of nee, dat elke dag eigenlijk een aan­een­scha­ke­ling is van lang staan en lopen. En dat ik goede billen heb voor een strakke spij­ker­broek, maar dat een strakke spij­ker­broek leidt tot zoge­naam­de knel­pun­ten op plekken die je in het openbaar niet wilt bevrijden. En dat heel sexy of heel mooi eigenlijk altijd synoniem zijn aan heel oncom­for­ta­bel of heel koud. Dat had ik besloten.
Met andere woorden ik ben een heel geschikte vrouw voor mannen die zeggen te houden van een vrouw in een oversized wit t‐shirt. Wat niet betekent dat ik nooit jarretels en sti­let­to­hak­ken draag, maar na jarenlang dag in dag uit mijn strak­ge­broek­te billen aan de wereld te hebben getoond, waag ik mij nu nog slechts op zon‐ en feest­da­gen aan stijl­vol­le dwang­buis­jes en schoeisel waar de bal van je voet u tegen zegt. De rest van de tijd ben ik een fluffy bunny op sloffen. De zegen van thuis werken. En Oprah kan voorwaar de pot op.

(U bent vast al vergeten waarom ik dit vertel, vandaar een reminder: ik wil weten wat de eigenaar over mij denkt en u heeft wat ach­ter­gron­den nodig om met mij mee te denken.)

Ten tweede: Wij wisten niet van het bestaan van ‘de eigenaar’, wij dachten dat ons huis in handen was van een ‘eigenares’, want Yuri had altijd een stokoud madammeke aan de telefoon. Maar ‘de eigenaar’ en ‘de eigenares’ vormen dus een echtpaar. Een stokoud echtpaar.

Ten derde: De eigenaar wist niet van mijn bestaan. Het huur­con­tract staat namelijk op Yuri’s naam. Zijn vrouw had mij wel eens gezien, maar misschien zijn ze te doof om te com­mu­ni­ce­ren of te oud om mij te onthouden.

Ten vierde: Wij hebben elek­tri­sche kachels, wat natuur­lijk bela­che­lijk is, maar het is nu eenmaal zo. De gas­lei­din­gen in dit huis houden op bij de voordeur. Wij koken elek­trisch, hebben een elek­trisch boi­ler­ach­tig ding en we hebben elek­tri­sche kachels, want gas, brrr, dat is gevaar­lijk. Tenminste dat vindt onze eigenares en die is tenslotte de baas.

(Dit laatste is overigens tamelijk irre­le­vant in het kader van: wat zou de eigenaar van mij denken, maar ik gaf een beetje couleur locale, zodat de tafe­reel­schets later beter bij u bin­nen­komt.)

Dan nu de reden dat ik denk dat de eigenaar überhaupt iets van mij denkt.
Het was namelijk gis­ter­mid­dag een uur of twee. Ik bunniede fluffy door het huis in een poging aan het werk te blijven. Mijn outfit was redelijk alledaags: een grijze jog­ging­broek, een don­ker­grijs t‐shirt met lange mouwen en een stel hyper­knus­se snoe­zel­slof­fen. En dat alles bedekt door een mega‐omslagdoek die alles wat vorm heeft vormeloos maakt.
De bel ging. Ik aarzelde even of ik wel open zou doen, maar vermoedde een collecte en moest nog een goede daad doen die dag, dus ik deed open.

- wordt vervolgd, klik

9 reacties

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.