Alles wat ik zij­de­lings zei op een rij

Op deze pagina staat alles wat ik sinds 14 september 2004 zij­de­lings zei. Op mijn weblog haalde ik quotes uit het dagelijks leven (en daarmee uit hun context) en ik plaatste die in de rubriek ‘Wat ik zij­de­lings zei’. Dit is de volledige lijst met gepu­bli­ceer­de zij­de­ling­sen.

Tot en met 14 september 2004.
* “Met managers heb ik geen mede­lij­den.”
* “Ik sta morgen om kwart over zeven klaar.”
* “Kennelijk had ik die wekker niet gezet.”
* “Bent u er nog vrij mee?”
* “Ik … em .…ijt .….k.” (Ik denk dat ik mijn stem kwijtraak.)
* “Class dismissed. Ik ben ziek.”
* “Ik red me wel. Albert Heijn heeft die sinaas­ap­pels voor me uit­ge­perst. Lief hè?”
* “Vertel, wat was er zo mek­kera­ble?”
* “Het is stil aan het front.”
* “Ik kom wel naar je toe zombieën.”
* “Muziek laat je nooit in de steek. Liefde wel.”
* “Had ik je al verteld dat ik helemaal niet gehoor­zaam ben?”
* “Je kwam een beetje uit de lucht vallen.”
* “Is er ook nog iets wat ik niet coör­di­neer?”
* “Heb je nog arti­sjok­ken gegeten?”
* “Ik was vier, keek over het muurtje naar hem en dacht: met jou wil ik hand in hand lopen, want daar ben ik vast heel goed in.”
* “Basalt­blok­ken moeten veel, maar ont­kreu­ke­len hoort daar niet bij.”
* “Ik moet een logje tikken.”
* “Ik heb nog nooit een vrouw ontmoet die echt heel goed gitaar kan spelen.”

Tot en met 5 oktober 2004.
* “Het echte werk heeft ook tietjes.”
* “Weekend. En geen schuld­ge­voel.”
* “Dat is een beves­ti­ging van mijn neus.”
* “Het gaat met mij een beetje hot­se­klot­send.”
* “De kans dat ik ga afwassen is erg gering.”
* “Eventjes die kap­per­tjes uit het toestel trekken.”
* “Ik naap jou gewoon aa.”
* “Jij sug­ge­reert dat dolfijnen ook kathe­dra­len bouwen.”
* “Wat zeg je? Zie ik er afge­trok­ken uit?”
* “Ik heb speel­tuinknie­ën.”
* “Heb ik echt niets leuks gezegd vandaag?’
* “Ik heb, geloof ik, ook nog nooit in bad een sinaas­ap­pel gegeten.”
* “Als je van dichtbij kijkt, is alles een patroon­tje.”
* “Ik ga nu mijn huur opzeggen.”
* “Probeer je nu een kinky zij­de­lings uit te lokken?”
* “Het laatste dat je moet zeggen tegen iemand met een och­tend­hu­meur, is dat ze een och­tend­hu­meur heeft.”
* “Deze tijd heeft mooie liefdes nodig…”
* “Vandaag is een dag om bij l’Angoletto te gaan eten.”
* “Het is dierendag. Laten we een lekker zuiglam gaan eten.”
* “Ik ben trots op je. Je bent stoer.”

Tot en met 2 december 2004
* “Kijk, zo ziet iemand die zich ver­kneu­kelt eruit.”
* “Om één uur een debat over de vrijheid van menings­ui­ting, zo mag ik het graag zien op een school voor jour­na­lis­tiek.”
* “Ik zie die par­keer­bon maar als waren we een avondje uit eten.”
* “De prijs van mijn jas wil je niet omrekenen naar guldens. Dan val je flauw.’
* “Ik word nederig van jouw boe­ken­kast.”
* “Ik was vandaag het projectje van een begin­ne­ling.”
* “Fysiek op twee plaatsen tegelijk zijn is best lastig.”
* “Je kunt niet komen eten, want ik heb geen tafel.”
* “De school baadt in tl-licht, dus ik hoef geen moment te vrezen dat ze mijn wallen niet zien.”
* “Verder stel ik eigenlijk niet zoveel voor.”
* “My lips are sealed.”
* “T9 kent krokodil niet.”
* “Wicked Wanda heeft wel dikke benen.”
* “Algehele misère is een mooi iets.”
* “Ik moet weg, want anders is mijn friendly lock misschien verbroken.”
* “Doet u ook aan plankjes zagen?”

Tot en met 19 december 2004.
* “Laten we één ding afspreken: alles wat we niet begrijpen is kunst.”
* “Ik vind de bege­lei­dings­band op deze Sin­ter­klaas­plaat waar­de­loos.”
* “Nina heeft de non­cha­lan­ce van een poes.”
* “Ik vind werken vervelend, relaties lastig en mijzelf maar zo zo.”
* “Je wordt alsmaar atlan­ti­scher.”
* “Ja, ik ben blij. Ik heb een kerstboom, knie­kou­sen en Shrek 2.”
* “Ik geef maar tot vier uur les, want telkens als ik jullie tot half zes les probeer te geven, begin ik gerad­braakt aan mijn weekend.”
* “Moet ik nou blij zijn dat dit een topmerk in de adult industry is?”
* “Ik voel me als een dood vogeltje, maar wel als een tevreden dood vogeltje.”
* “Zielig he?”
* “Vandaag ben ik Louis, dat jullie het even weten.”
* “Ik wil weer de oefen­ruim­te in, want ik wil herrie maken.”
* “Met u door­ver­bon­den worden, had al een magische werking.”

Tot en met 12 januari 2005.
* “Tsja, dat is ons vak. Koffie drinken met creeps.”
* “Het leven dient niet met argwaan benaderd te worden, dan is het einde zoek.”
* “Omdat je het gratis doet, kost het geen geld.”
* “Een mini i-Pod? Maar een i-Pod is toch al heel mini?”
* “Ik wens je veel plezier met onder­broek­jes oprapen.”
* “Als je nu de deur open doet, staat daar een handig werktuig om eens flink joepie mee te doen.”
* “Nee hoor, fijne dagen mogen in meervoud komen.”
* “Maar als ik die appel opeet, help ik wel je kerst­ta­fe­reel naar God.”
* “Wij hebben het ook wèl moeilijk als dertigers.”
* “Kun je even namen en rug­num­mers geven, anders condoleer ik vast iemand van het uit­vaart­cen­trum.”
* “Fijn dat msn geen weblog is en ik dus gewoon heel hard: ‘Her­ken­baar!’ mag roepen.”
* “Ik volg de zwalk­s­tra­te­gie weer: ik ben een realist en een roman­ti­cus tegelijk.”
* “Ik ga de kerstboom aftuigen. Wat? Klinkt dat gek?”
* “Maar papa, jij hebt toch geen dreads?”
* “Het is toch gek dat hormonen ook al je rela­ti­ve­rings­ver­mo­gen zomaar opeten?”
* “Bij het werkwoord ijsberen moet ik altijd aan Dagobert Duck denken die een cirkel in de vloer uitsleet.”
* “Ik ben voor de corrupte methode, die is effi­ci­ën­ter.”
* “Ik ben dol op toeval en alles wat daarop lijkt.”

Tot en met 28 januari 2005.
* “Ver­moe­de­lijk is de treu­zel­stand weer hard­nek­kig, ook vanavond.”
* “Je hebt al gauw iets dat lijkt op een mil­li­me­ter.”
* “Dat maisbrood smaakt naar rom­mel­zol­der.”
* “Iedereen heette Sander of Dennis in de jaren zeventig.”
* “Ik vond het stiekem jammer dat ik die borsten moest ver­klei­nen.”
* “Godsie, nu is mijn hele wereld­beeld aan het schudden, door die opmerking van jou over dat streepje.”
* “Jongetjes van zes die op straat lopen in mí­jn baan, wil ik vandaag gewoon slaan.”
* “Nee, die is nog niet over­span­nen geweest, die moet nog.”
* “In mijn leven pást gewoon een lote­rij­p­rijs.”
* “Ik moet voortaan een warming-up doen voordat ik bood­schap­pen ga doen, anders krijg ik spierpijn.”
* “Mijn stropdas heeft precies hetzelfde motief als mijn bh.”
* “We komen wat later, want uit­ge­breid borrelen als je net gestopt bent met roken, heeft geen enkele zin.”
* “Zullen we het vandaag eens niet over de ballen van Frans Bauer hebben.”
* “Sinds je gestopt bent met roken, ben je een cul­tuur­pes­si­mist.”
* “Wat is het gezellig hier hè? Zo zonder flits.”
* “Nee, ik ben bepaald geen akke­fiet­je.”
* “Dames en heren, er dient gerookt te worden.”
* “Sommige mensen mogen best doorgaan met een oké leven hebben, terwijl het mijne ontspoort. Een select groepje.”

Tot en met 14 februari 2005.
* “Ik ben geen zweverd, maar soms zou je het pardoes worden.”
* “Jij moet toch minder drama queen geweest zijn dan ik, want jij hebt het al die jaren met papa en zijn nuch­ter­heid uit­ge­hou­den.”
* “Ik hou van je.”
* “Voor mijn part schrijf je je eigen postuum.”
* “Klinkt als iets bui­ten­baar­moe­der­lijks.”
* “Wees voor­zich­tig, met zo’n tiep wil je geen scha­de­for­mu­lier invullen.”
* “Hou jij die bloemen maar vast, want ik ben al zo over­dres­sed.”
* “Ik wil geen vrien­din­nen meer die waterman zijn, want ik heb helemaal geen zin in al die ver­jaar­da­gen.”
* “Nu maar hopen dat het klopt, van dat schaap en die dam.”
* “Wacht even, ik ga even met iets gooien. Ik bel je zo terug.”
* “Ik wil je graag gelukkig zien, maar niet vanavond al.”
* “Pats-boem is altijd goed.”
* “We waren wel­over­wo­gen stout.”
* “Ik vind dat we beter ons best moeten doen er een gezapig jaar van te maken.”
* “Nou, ik ga maar weer eens met dat hoofd onder dat dekbed.”
* “Dus u denkt dat ik het wel een week met een afge­brok­kel­de kies uithoud?”
* “Ik hou ook van verhalen over meisjes aan het hof die de pest krijgen en met wie het allemaal slecht afloopt.”
* “Relatie uit? Iemand dood? Nieuwe baan? Jarig? Ik zeg in alle gevallen: kut voor je.”
* “Ik mis je.”
* “Het is nog steeds 14 februari, dus ik kan er nog een heleboel sturen hoor.”

Tot en met 15 maart 2005.
* “Dan opteer ik voor het grote niets.”
* “Ik ga mijn illusies even stuk­sla­pen ”
* “Ik ben ontagbaar, vrees ik.”
* “Redacties denken vaak dat een free­lan­cer wel met een kluitje in dat riet blijft zitten.”
* “Anders interview je mij en dan zeg ik wel wat opruiends.”
* “Ineens gaat het goed met mij.”
* “Als jullie mij streng vinden, zijn jullie een watje.”
* “Die octaafjes zijn er zo, ik had nog niemand gesproken vandaag.”
* “Dus jij checkt mijn weblog om te kijken hoe het met mij gaat?”
* “Ik blijf maar lachen in dat knuistje.”
* “Als afscheid zeg ik dan maar geen adieu.”
* “Sorry, ik ben een beroepsscep­ti­cus.”
* “Iemand die houdt van knoeien? Ik?”
* “Neem een bad, ga op de grond liggen voor de kattenbak en denk niet na.”
* “Eigenlijk zouden we natuur­lijk allemaal op gezette tijden iets kwijt moeten zijn. Iets als een tekstje over een sinaas­ap­pel­boom of zo.”
* “Morgen weer een zondag, stel ik voor.”
* “Het beschei­den uurtje is weer voorbij.”
* “Er is iemand die vindt dat er vandaag een heel mooie maand begint.”
* “Kun je even aan mijn knopje draaien.”
* “Mijn image snelt mij vooruit.”
* “Als wis­pel­tuur is ze bijna volmaakt. En ik kan het weten.”
* “Ik wil zo graag, maar elke zin doet zeer.”
* “Toeval is @love, echt waar.”
* “Ho. Wacht. Nu niet meer door­pra­ten. Pap, mam, als jullie hier stoppen is het net een film­di­a­loog.”
* “Ik heb iemand nodig die mijn lepel vasthoudt, iemand die mijn jointjes draait, een knechtje dat als micro­foon­stan­daard dient en ik word mond- en kont­schil­der.”
* “Ik bied hoge rente, meer dan mijn con­cur­ren­ten.”
* “Zo wens ik niet te worden aan­ge­spro­ken.”

Tot en met 21 april 2005.
* “Niet alleen mijn tenen krullen nu, mijn hele lichaam is aan het krullen geslagen.”
* “Je krijgt een moddervet com­pli­ment, omdat com­pli­ment­jes len­te­da­gen ver­vol­ma­ken.”
* “Dacht je dat ik iets wist van pluizig haar?”
* “Vandaag wil ik alleen goede stukjes lezen, het is geen dag voor slecht werk, jongens.”
* “Brol is een heel geslaagd woord.”
* “Je belt me op, je vraagt me wat voor een toetje ik wil eten, ik zeg vanil­le­yog­hurt en dan zeg jij dat je dat niet lust.”
* “De kleur van haarverf is sowieso vaak ondui­de­lijk als het er nog inzit. Dan ziet het er altijd uit als poep.”
* “Als je niet oppast maak ik een nieuw nummer hoor.”
* “Één vereiste: een quiz­mas­ter met slechts een regen­fraks­ke in bed.”
* “She’s hilding while bushing her faery-hair.”
* “Je moet harder werken, des te minder hoef ik op het behang te schrijven.”
* “Okee, ik sta niet op en dan kun jij voorlopig nooit meer weg.”
* “Ik krijg je wel aan het huilen hoor.”
* “Een andere keer, als mijn handen het weer doen.”
* “Ja, All Songs New is ook een naam.”
* “Polly weet wat goed is voor een meisje.”
* “Snif.”
* “Ik ben een wankel meisje, sta­pel­ver­liefd en ont­zet­tend op mijn hoede.”
* “Goh, wat heb jij een gemak­ke­lijk leven.”

Tot en met 7 juni 2005.
* “Volgens mij zou je me niet eens herkennen in verticale toestand.”
* “Ik kreeg een mooie zeer onver­wach­te brief vandaag.”
* “Waarom blijf ik in een land wonen waar het vriest in mei?”
* “Ik heb een zoen gepland om 17:27 uur.”
* “Omdat het zo leuk is om met jou mijn voeten tegen het plafond te zetten.”
* “Nou ja, en toen heb ik een mes gepakt…”
* “Maar ja, mannen blijven toch mannen.”
* “Nu maar hopen dat goede drummers mij ook lezen.”
* “Je was heel leuk, heel slim en eigenlijk zijn grote liefde.”
* “Alweer een hit?”
* “Wat is ook alweer een ho-tep?”
* “Ik zou graag zo’n twee­kop­pig monster zijn, dan kon ik mijn eerste en tweede stem tegelijk zingen.”
* “Mijn nieuws­gie­rig­heid is volkomen tot bedaren gebracht.”
* “Hoe is het met je billen?”
* “Morgen haal ik haar over.”
* “Zeg tegen Morpheus dat hij je niet in slaap wiegt, want wiegen en drank gaan niet goed samen.”
* “De naam die hij heeft bedacht, Messing up Marianne, is misschien wel een betere naam.”
* “Ik heb nog nooit bij de com­mu­nis­ten en de racisten gehoord, dus dat mag best voor een keertje.”
* “We kunnen natuur­lijk ook voortaan alleen maar sta­di­onstam­pers maken.”
* “Als je wilt dat ik Kim Deal ben, of als het me iets oplevert, dan ben ik absoluut Kim Deal.”
* “Soms ben ik een heel gelikt meisje.”
* “Are you able to live and love and kick ass?”

Tot en met 4 augustus 2005.
* “Hommels zijn leuk.”
* “Ah, een typisch geval van kort, krachtig, luid, duidelijk en jammer maar helaas.
* “Jezusmina, wat ben ik ont­zet­tend fucking blij jou te zien.”
* “Ik heb altijd zin en altijd veel zin.”
* “Kun je bij Miranda een skybox voor me regelen?”
* “Ik had best snel door in welk gedeelte van mijn gehemelte die stem zit.”
* “Dit is je laatste uur op deze school.” (x4)
* “En dan roep ik: hup mis, hup mis, hup mis!”
* “Als ik je wil plagen, doe ik altijd iets wat jouw versie niet onder­steunt.”
* “Miauw (…) miauw (…) miauw (…) miauw (…) miauw (…) miauw (…) miauw.”
* “De natuur is een meisje.”
* “En dan dans ik voor je in braille.”
* “Men zegt dat een mus­kuseend een wokkel heeft als piemel.”
* “Voor je het weet beland je op een spaar­pot­ten­ten­toon­stel­ling.”
* “Het is lekker, maar oeh, wat gelikt.”
* “We hebben Jenny in stukjes gehakt.”
* “Ik heb daar verder geen fuck te doen, dus laat ik er in godsnaam dan maar leuk uitzien.”
* “Als je op je zij ligt, krijg je een blob.”
* “Just bring me that friggin’ horse.”
* “Ik kan heel goed com­mu­ni­ce­ren met zwijgende Polen.”
* “Vraag dan door, trut! Vraag dan door!”
* “Als hij weg is kunnen we stiekem dat ene nummer even spelen.”
* “Ja, stuur mij maar gewoon een zeur­mail­tje terug.”
* “Oh, sorry, ik was vergeten dat ik je aan de lijn had.”

Tot en met 13 september 2005.
* “Ik voel me vandaag alsof ik jarig ben.”
* “Gemeen eigenlijk om spam te dumpen bij iemand met zieke handen.”
* “Ik heb je gebruikt.”
* “Begrijp ik dat je vergietje hebt gespeeld op Dance Valley?”
* “Ik krijg gekke mailbox exceeding-nonsens.”
* “Mijn lief was bereid mij uit mijn regenbui te trekken.”
* “Mijn rech­ter­borst is stik­ja­loers.”
* “Een kleine nuance: ik ben niet zà­jn zangeres, maar hij is mà­jn gitarist.”
* “Had ik je al verteld dat ik me voel als een leuk gekleurd sponsje uit de cadeau­win­kel?”
* “Een kus op je tijds­va­cu­üm.”
* “Dus je staat weer bij je vaste paal?”
* “Maar wat moet Barbie dan aan op de fiets?”
* “Ik geloof niet in de eeu­wig­heid, maar ik geloof wel in lang en leuk.”
* “Helaas kan ik jullie geen ijsje sturen via sms, anders zou ik het doen.”
* “Je moet mij gewoon een keertje mijn zin geven, dan is er niks aan de hand.”
* “Ik vond mij vanavond een bijzonder lief­tal­li­ge assis­ten­te.”
* “Ik moet nog heel wat onze­ker­heid slechten, alvorens ik weer gewoon keurig uit één diggel besta.”
* “Laten we een plant stelen om het gezel­li­ger te maken, of een schil­de­rij­tje of zo.”
* “Jullie gaan niet meer tegen mij klagen, dat jullie dat even weten.”
* “Ik had nog een kers op de taart nodig, dus ik dacht ik bel jou.”
* “Jaag die regen­wol­ken weg en doe het licht aan.”
* “Je hebt ‘m toch niet dood gemaakt?”
* “Ik bel je even, want ik heb al een dag niets gezegd en ik heb wel een zij­de­lings nodig.”
* “Ik weiger te aan­vaar­den dat ik een poezenlog heb.”
* “Ze spelen allemaal lief­des­lied­jes op tv, dus ik moest je even bellen.”
* “Ik citeer mezelf: op het moment dat ik een hond wil, neem ik wel een kind.”
* “Dan mag jij voor een keertje stiekem achterom komen.”

Tot en met 15 oktober 2005.
* “Het ontroerde me zo dat hij zo ontroerd was.”
* “Het idee dat ik je vanavond weer mag zoenen.”
* “Ik kan wel met geld omgaan, maar niet met te weinig geld.”
* “Als we de video op pauze zetten, is deze afle­ve­ring niet zo snel afgelopen.”
* “Is dit dan het moment dat ik mijn lot in jullie handen ga leggen?”
* “Ik deed net van floep floep floep.”
* “Ik hou wel van geheim­pjes. Dan voel ik me erg belang­rijk.”
* “Bloesje? Bloesje? Heb ik een bloesje?”
* “Jij hebt een kutserver.”
* “Buk­ker­de­krul.”
* “Ik som zonder problemen op met wie Zeus het zoal gedaan heeft.”
* “Ik heb geen zin in wolken.”
* “Fijn dat ik ik ben.”
* “Ja maar hee, jij bent bijna jarig, dan mag dat. Stiekem doen.”
* “Ik ben voor jagers met ballen.”
* “Wil je mijn prikbord zien?”
* “Ik heb wel een klein beetje een idee hoe gelukkig je bent hoor.”
* “Gossie, mijnheer, hoe durft u?”
* “Bereid jij hem voor? Op die troep?”
* “Ik ben gepro­mo­veerd. Het plebs zit boven.”
* “Die regenjas mag je weer uitpakken en die zuid­wes­ter ook.”
* “We moeten nog even samen zwijgen, vind ik.”
* “Damn, da’s lief.”
* “Van mijn Tsjer­no­byl is niets meer over.”
* “Ik bedenk me ineens dat à­k daar natuur­lijk de aan­ge­we­zen persoon voor ben.”
* “Ik hecht erg aan woord­beel­den.”
* “Heb je misschien een praat­stoel voor me?”

Tot en met 4 december 2005.
* “Ik ben niet de enige die vindt dat jullie raar praten.”
* “De gemid­del­de smeerlap weet kennelijk niet hoe je seks schrijft.”
* “Mijn hormoon is een nozem.”
* “Ik ga nu beginnen met niet meer treuzelen.”
* “Jij bent bijna net zo lief als ik.”
* “Ik denk dat je er nog wel bijpast op mijn steen.”
* “Ik vind het heel vleiend te horen dat ik belang­rijk voor je was.”
* “Denkend aan hoe het zou zijn om samen een avond in mijn warme laarsjes door te brengen.”
* “Probeer altijd een weer­ga­loos begin te maken. Nooit niet.”
* “Ik zie er nogal aan­stoot­ge­vend uit namelijk.”
* “Dan toch liever een stille minaar die écht stom is, dan hoef je ook niet te twijfelen.”
* “Is niet elke vrouw in wezen een eierdoos?”
* “Je hebt de win­ter­tijd verkeerd begrepen. Je hoort een uur eerder wakker te zijn.”
* “En heb je the walls gecheckt?”
* “Dat jullie niks van mij willen weten, zal ik maar niet als gebrek aan belang­stel­ling opvatten.”
* “Ik ga even door met jou uit­ge­breid missen.”
* “Spinazie knarst ook.”
* “En nou maar wachten tot ik dikke tieten krijg.”
* “Mijn inner­lij­ke mens moet nodig gestut.”
* “Vind je niet dat ik onvoor­stel­baar goed kan bluffen?”
* “Je lijkt wel een beetje op Oost- en West-Duitsland in 1989.”
* “Zo heb ik mijn vader op zijn oude dag toch nog bewogen tot living on the edge.”
* “Durven jullie niet naast mij te komen zitten?”
* “Mie­ren­neu­ken rules.”
* “Ik voel me zo ziek, ik heb even support nodig.”

Tot en met 17 janauri 2006.
* “Ik zie er wat minder radio­ac­tief uit zo.”
* “Mag ik plies, plies, plies mijn streepje terug?”
* “Je vond me gewoon niet cool genoeg!”
* “Speedy Gonzalez is er niets bij.”
* “Alle leden van de iPod-club groeten me ineens.”
* “Jouw lijf en mijn computer func­ti­o­ne­ren allebei niet naar behoren.”
* “Ver­ge­le­ken met jouw verhaal ziet mijn leven wat pips.”
* “Slaap kindje slaap, oh, ben je al wakker?”
* “Maat­schap­pijs­oci­o­lo­gisch gezien heb je natuur­lijk wel een zeer vrucht­ba­re bijdrage geleverd.”
* “Mijn tim­mer­mans­oog is er een uit duizenden.”
* “The day is slipping through my fingers.”
* “Wat zielig. Je lijkt op mij.”
* “Ik kreeg zojuist die geweldige voor­lees­me­vrouw van de KPN.”
* “Dat kan wel een week duren, ik kan namelijk niet zo goed gooien.”
* “Ik wil het meisje zijn dat chocomel voor je maakt.”
* “Je was een beetje traag met mij ver­be­te­ren, dus deed ik het zelf maar.”
* “U denkt vast dat ik een onbenul ben en misschien heeft u daar wel gelijk in.”
* “Vijf kousen is wel veel.”
* “Omdat ik ons zo leuk vind, ontwaar ik allerlei addertjes in het gras.”
* “Want zo alleen met een appel­taart is ook niet alles.”
* “Dat komt van dat Franse kut-on.”
* “Begrijp ik nou goed dat we Bo Diddley hieraan vast­plak­ken?”

Tot en met 12 februari 2006.
* “Ik vond het een grote teleur­stel­ling dat ze zich mijn hoofd­pijn­dos­sier niet meer kon her­in­ne­ren.”
* “Kordaat, kordaat. Ja, ik kan dat geloof ik niet ontkennen.”
* “Aren of aars?”
* “Treuzelen is een deugd.”
* “Jij lijkt echt op mijn oma, als die me weer eens fijntjes vertelde dat ik niet voldeed aan haar bezoek­quo­tum.”
* “Zelf ben ik erg slecht in een einde maken aan de twijfel. Fijn dat jullie dat doen.”
* “Ik stel vandaag alleen maar goede vragen.”
* “Beseffen dat je het kunt, daar gaat het om.”
* “De grote vraag is wederom: waar zit hier de backspace-knop?”
* “Weet jij een spe­ci­fie­ke prul­len­bak daar?”
* “Rock ‘n’ Roll is een vak.”
* “…”
* “Het is dus gewoon salami?”
* “Die dame zit zo a-relaxt.”
* “Wat moet ik knorren dan?”
* “Sorry voor die foutjes, ik ben in een rommelig humeur.”
* “Je moet je niet laten inti­mi­de­ren door mij hoor.”
* “Ik vind dat je dan mag zeggen: ik stop sokken.”
* “Dan moet je maar vertellen van je kunst­ge­bitje, als dat kan met je kunst­ge­bitje.”
* “Ik neem aan dat u mij iets wilt aansmeren?”
* “Ik heb liever dat jullie zeggen dat ik in herhaling val, dan dat jullie een half uur gaan zitten gapen.”
* “De pageviews vliegen me om de oren.”
* “Ik ben nogal een stres­sko­nijn en ik krijg hier samen­ge­kne­pen billen van.”
* “Dat is een leuke zij­de­lings. Jammer dat jij ‘m zegt.”
* “Zijn ach­ter­naam lijkt op de voornaam van vrouwen die dit soort muziek zingen.”

Tot en met 7 maart 2006.
* “Niet te duidelijk, wel raak en ook liefdevol, hoewel niet onge­com­pli­ceerd.”
* “Ik ben een muze van niks.”
* “Ik dub nog zeer.”
* “Misschien heb ik nog wel wat tweede garnituur in de aan­bie­ding.”
* “Mijn koffertje is gepakt.”
* “Die twee dingetjes zijn je tanden.”
* “Het is dEUS door Mozart.”
* “Wie wil er geen sneeuw op zijn rug?”
* “Toen vond ik jou nog eng.”
* “Ik voel elke keer een proest opkomen als ik denk aan dat getal.”
* “Hij heeft zo’n sprie­te­rig hoofd.”
* “Ik mag een beetje meedoen met de grote mensen.”
* “Van een azerty-toetsenbord krijg ik stuipjes.”
* “Ben ik er nog?”
* “Ik ben ont­goo­cheld.”
* “Ja, maar dat zeg ik altijd al.”
* “I love paradoxen.”
* “Je staat in de boe­ken­kast.”
* “Is het niet toch een heel stom stukje?”
* “Maar als we voor acht uur kunnen lispelen, dan graag.”
* “Ik zweef nog steeds.”

Tot en met 12 april 2006.
* “Ik ono­ma­to­pee jou.”
* “Maar dat je daar tech­ni­sche praat van ging uitslaan wist ik niet.”
* “Ik vind dat je er heel leuk uitziet voor iemand met zo’n muzieks­maak.”
* “Ik als underdog bleef keurig underdog.”
* “Daarbij heb ik een gekke neus.”
* “Het volk wordt onrustig.”
* “Ik had wel een hersencel, ooit, ergens, die wist van dat jokken, maar die hersencel had ik even niet paraat.”
* “De liedjes wil ik wél zeulen.”
* “Mist Mike me?”
* “Ik ben nog wat opge­from­meld.”
* “Tijd voor een pauze, want ik zit in een blokkade.”
* “Ja, daar heb ik wel een doosje voor.”
* “Nee, geen pinnemuts, maar krik­ke­been.”
* “Nee, geen pinnemuts, maar prik­ke­been.”
* “Het bleek spil­le­been te zijn.”
* “Dus volgens jou is doen en durven hetzelfde.”
* “Hij is niet zo goed in ver­mom­min­gen.”
* “Je bent zo schattig als je halfdood bent.”
* “Ik kan ‘r wel aan.”
* “Ik bleef natuur­lijk weer op ver­schil­len­de punten in gebreke.”
* “En dat ik dus inderdaad niet verliefd op je ben.”
* “Ik kan -hoewel slechts globaal- best helpen zelf­ver­trou­wen te kweken.”
* “Ik sta niet bekend om zakelijk talent.”
* “Arm zijn is duur.”
* “Ik zou terug­schrij­ven: kak maar lekker.”

Tot en met 5 juni 2006.
* “Dan ga ik nu even doen alsof ik heus wel kan opschie­ten.”
* “Zoenen voor iedereen.”
* “Ik denk dat bij de ont­kno­ping van Lost blijkt dat King Kong op dat eiland zit.”
“* Stink jij nou zo of ik?”
* “Sorry dat er een UFO doorheen zat.”
* “Woeh boet wat mooi.”
* “Deze zin verdient ‘t om eruit te knallen.”
* “Het regent uit mijn wenkbrauw.”
* “Woensdag is een feit.”
* “Ja, maar ik wil geen ver­wij­ten­de dingen tegen jou zeggen en ik ben erg in de stemming om dat wel te doen.”
* “Dus mij zoveel keuze laten, was wel ont­zet­tend lief, maar geenszins nuttig.”
* “Anders zit ik de hele tijd aan een draadje.”
* “Zet je klauwen maar in zijn kloten.”
* “Met een slip­stream in mijn buik.”
* “Ik viel zo hard op mijn knie dat zelfs van die rot­jon­ge­tjes niet durfden te lachen.”
* “Omdat ik in staat bleek in Mechelen in min-drie minuten van het ene perron naar het andere te hollen met een koffer vol met boeken.”
* “Eigenlijk is het een vlaflip.”
* “Ik ben niet zo goed in moderne afko’s.”
* “Ga jij maar eerst eens vertellen of ze allemaal leuk zijn.”
* “Maar ze zijn gierig met redac­ti­o­ne­le ruimte.”
* “22 is net als 33 en 88.”
* “Jij bent een heel onbeleefd meisje.”
* “Lissabon en Portugal zijn de grootste ver­lei­ders ter wereld.”
* “Keep up the good work and fuck de overheid.”
* “Met beves­ti­ging is het leven vaak een stuk een­vou­di­ger.”
* “Er kwam seks in voor, dus dat was in orde.”
* “Ik ben een banaan.”

Tot en met 22 september 2006.
* “Alleen vertikken is ook maar alleen.”
* “Ik kon mijn kanker laatst uit­knij­pen. En nog was ik niet overtuigd.”
* “Kijk, en dan rep je dus van een hola­die­jee.”
* “Ik hoop dat de stilte ook fijn kan zijn.”
* “Maar anders vond je het niet zielig genoeg voor me.”
* “Ik heb echt geen flauw idee wat wijsheid is.”
* “Ik heb uitgezet dat-ie aangaat als ik ‘m opendoe.”
* “De tafel wordt mijn master-piece als technisch meisje.”
* “Wen er maar aan: bij politieke debatten schreeuw ik altijd tegen de tv.”
* “Mag ik aan jouw rekje hangen?”
* “Ignorant cat!”
* “Nee, geen lans, gatver.”
* “Wil je dat ik je hoofd vermorzel?”
* “Ik zou sowieso wat meer in de Duitsige Duran Duran-hoek zoeken, daar zit enorm veel fouts.”
* “Wat kan àŒk goed schroeven.”
* “Hij is redelijk schoon – op wat schimmel na, maar dat is oude schimmel.”
* “Je mag me hebben.”
* “Er hebben al een heleboel mensen niet naar­bin­nen gekeken.”
* “Het is donderdag, terwijl ik toch durfde te zweren dat het woensdag is.”
* “Sorry dat ik niet altijd even goed reageer als je mijn tiet vasthebt.”
* “Verder hou ik mij nog bezig met het inblikken van levende vlinders, kof­fie­drin­ken met de wijkagent en een ver­ge­lij­kend waren­on­der­zoek naar Vlaamse neus­sprays.”

Tot en met 23 december 2006.
* “Want zo gaat dat hier: je laat je katten in de tuin van de buren schijten en je hebt er zo weer een lezer bij.”
* “Stiekem hou ik heel erg van de Steve Miller Band.”
* “Maar dat is een gegeven paard, dat mogen we best weg­smij­ten.”
*“‘t Is dat het niet kon, maar anders had ik zonder witte drek besteld.”
* “Ik wacht even tot de chemische oor­logs­voe­ring voorbij is.”
* “Ik ben zo blij dat jij geboren bent.”
* “Die verkeerde mentale spanning is een van de secun­dai­re arbeids­voor­waar­den, lijkt het.”
* “Brrr, I’m so cool I might catch a cold.”
* “Op dagen dat ik ongesteld ben en vind dat ik niets kan, en dat ik dom, dik en lelijk ben, lees ik zulke mailtjes graag terug.”
* “Ze denkt steeds dat er een dood varken in het bureel ligt.”
* “Tenzij je inschat dat de hoogte van dit bedrag ze slecht­ge­zind maakt.”
* “Juist door jouw terug­trek­ken­de bewe­gin­gen in de blo­gosp­he­re en door je haar­scher­pe oog voor layout en taal­ge­bruik kan ik me voor­stel­len dat de meeste websites in jouw ogen var­kens­stront voor parel­vis­sers zijn.”
* “Hee, moet jij niet in het boze­poe­zen­hoek­je liggen?”
* “Thank God dat je niet op de VVD hebt gestemd.”
* “O, nu is de peking­eend­scheet ontsnapt.”
* “Ik hoor de afkeuring in je stem, maar ik heb geen zin om erop te letten”
* “Choco, moeten we jou dan maar op Rita afsturen?”
* “Choco, do you know the way to San Jose?”
* “Ben jij besneden?!”

Tot en met 16 maart 2007.
* “Dan moet je dat deuntje van Abba er even zelf bijdenken.”
* “Omdat ik niet weet welke con­no­ta­tie welk woord heeft, durf ik nooit te zoenen in het Frans, voor je het weet draai je iemand een tong.”
* “Waarom denk je bij mij eigenlijk gelijk aan tuf?”
* “Grotjes, Zezunja”
* “Ik legde net die jongen van dat onderzoek neer.”
* “Jij mag rubber, dan neem ik poep.”
* “Ik integreer me rot.”
* “De groe­ze­lig­ste is meestal van mij.”
* “Sjeik is net John Travolta.”
* “Die wij­ven­we­reld, jongen…”
* “Niemand ziet, niemand ziet dat ik Repel­steel­tje schiet.”
* “Vieze vuile plan­ten­din­ge­ser.”
* “Ik heb nog nooit een gras­maai­er gemold.”
* “Anders ga ik al skip­py­bal­lend door InDesign en daar ben ik niet goed genoeg voor.”
* “Dit haar is altijd zo Bana­na­ra­ma.”
* “Oe, ik beam je wat groe­ne­man­ne­tjes­do­ders.”
* “Omdat ik laatst dacht dat ik een stuk koortslip van jou in mijn mond had.”
* “Het is dan ook een draaiboek en geen draai­vod­je.”
* “Kan ik het lokaal vinden vanmiddag? Staan er bordjes, weg­wij­zers of is er een TomTom?”
* “Ja, als het om werk gaat kun je het beste blijk geven van paling­schap in een emmer snot, of iets der­ge­lijks.”

Tot en met 13 juni 2007.
* “Heeft altijd iets corny’s, zwart-wit-foto’s van kleine kinderen, maar het is net als met violen in muziek: soms gaan ze recht naar je hart, zonder dat je anti-corny-want-hoogopgeleid-en-goede-smaak-antenne nog iets in de melk te brokkelen heeft.
* “Moet ik het doen? Ik kan heel goed diagonaal lezen.”
* “Ik zou ook schrikken als iemand een piemel in mijn nek zou leggen.”
* “Wat doet een mens aan naar de boek­hou­der.”
* “Als ik later rijk en groot ben, ga ik vast nog eens iemand betalen om mijn loopbaan te onder­zoe­ken.”
* “Ik wil bij­voor­beeld ook wel eens weten waarom poezen trillen als ze zitten te kakken.”
* “En zoals het een goed wezens­vraag betaamt: ik heb er geen antwoord op.”
* “We kunnen mor­gen­avond niet trouwen, want dan moeten we Tempta­ti­on Island kijken.”
* “Maar dat de mensen wier paden ik kruis daar bewuster van zijn dan ik, dat doet mij denken aan de verkeerde films. ”
* “à‡a se promène dans le potage.”
* “Uivre? En dan zeuren jullie dat wij therapuit zeggen!”
* “Ik vind jouw feromonen helemaal te gek.”
* “Ik lurk heel erg bij jou.”
* “Ik heb met mijn bril op altijd heel kleine voeten.”
* “Sjeik is net Jim Carrey.”
* “Hoe kan lente nou mannelijk zijn?”
* “Ik zal eens op internet zoeken naar oormijt, gele denneboom, oranje gras en witte basilicum.”
* “Of Jan Lul mijn grote minnaar is?”
* “Ik zou willen dat ik dat gezegd had, dan mocht-ie gelijk bij de zij­de­ling­sen.”
* “Het internet is kaduuk.”
* ” Onze cre­dit­card is namelijk best wel leeg, hij echoot als je erin roept, nou dan weet je het wel.”
* “Volwassen kuiten wil ik.”

Tot en met 28 juli 2008.
* “Koei­en­stront is ook natuur.”
* “Het is lastig om niet bij jou te bijven, als jij wel bij mij blijft.”
* ”Wil je praten? Of wil je gewoon even nagel­bij­ten met publiek?”
* “Ik vind jou zo piesvol.”
* “Een stukje cham­pig­non doet er in zijn eentje net zo lang over als met zijn tweetjes.”
* “Maar het zijn geen bel­le­t­jetrek­kers.”
* “Toch jammer dat ik geen pun­nik­pad­de­stoel meer heb.”
* “Ik kan dat broodje zalm nog opeten, maar ik ben al een beetje over­be­vist.”
* “Onze poes lijkt op een bh.”
* “Lieve god, laat als­je­blieft een clou uit de hemel vallen! Amen.”
* “Al jouw huis­ge­no­ten kwijlen.”
* “Ik deed mijn best om Michael J. Fox te lijken, compleet met All Stars en base­bal­jek­kie.”
* “Ik ben vergeten hoe Memento ging…”
* “Mijn hart liep als een schoot­hond­je.”
* “Je moet even geen vieze woorden roepen, ik moet even tele­fo­nisch inter­vie­wen.”
* “Zijn accent past helemaal niet bij zijn espres­so­ma­chi­ne.”
* “Als ik verkouden ben, heb jij een piebel.”
* “Ik voel dat ik al stui­ter­bal.”
* “Wat is het internet toch kut geor­ga­ni­seerd.”
* “ik vind Al Gore en Bill Gates beiden een beetje amfibisch.”
* “Lief, het leven is mooi en dat moet je ook laten zien in je wenk­brau­wen.”
* “De wereld zou er heel anders uitzien als asfalt licht­blauw was, of roze.”
* “Ik voorzie dat Mike weer de hele dag bijna van de bank gaat vallen.”
* “De Belgen moeten ons niet, maar ze willen wel met ons trouwen.”
* “Ik vind dat huis­die­ren geen scheten zouden mogen laten.”
* “Ik vind wel dat jij het woord smegma opmer­ke­lijk vaak gebruikt.”
* “Mijn leven en ik over­stij­gen elkaar.”
* “De spleet is niet bevat­te­lijk.”
* “We moeten de dagen van de week kwijt zijn.”
* “Zie je, jongens zijn soms ook maar gewoon meisjes!”

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.