Aan de war

Goed, allereerst mijn excuses. Ik ben niet vaak in de war, maar vrijdag was ik in, op, over, én onder de war. Ik was bedolven met de war, verdwaald achter de war, ik was geraakt door de war en ik was ervan overtuigd: de war is coming to get me.
En dat deed hij (de war is vast mannelijk, dat moet wel).

Maar wat een goede nacht slapen al niet kan doen. En een fijn feestje. Lieve woorden. Lekker eten. Mijn ouders.
Er was geen war te zien. Laconiek, zei iemand. En dat is het. Als de war in geen velden of wegen te bekennen is, ben ik weer gewoon mijn oude laconieke zelf. En zo hoort het.

Vandaar mijn excuses. Ik had u natuurlijk niet zo moeten laten schrikken. Ik had óf niks moeten zeggen, óf alles. Ik had niet in een waas van abstractie moeten bedelen om aandacht, zonder een klein tipje van de war te ontsluieren. Dat is niet eerlijk.

Oké dan. Wat ik u wel wil vertellen: het gaat om een diagnose. Het is iets zeldzaams, iets waarvan men niet weet waar het vandaan komt en waarvan men evenmin weet waar het naartoe gaat (het ziekteverloop). Iets waarvoor men geen behandeling kent, en waarvan zelfs vaak niet duidelijk is hoe je de symptomen een beetje kunt onderdrukken. Het is iets heel pijnlijks, iets dat je vrijwel permanent voelt en dat grote invloed kan hebben op je leven. De kans bestaat dat je allerlei dingen voor korte of lange tijd niet kunt doen. Het is iets wat tot nu toe te weinig voorkwam om goede onderzoeken voort te brengen, maar ook iets wat wel steeds vaker de kop opsteekt.

En dan nu het goede nieuws: je gaat er niet aan dood. De verhoogde kans op kanker die ik erdoor heb buiten beschouwing gelaten, want als antitalent in stoppen-met-roken ben ik aan dat idee wel gewend. Maar verder is het dus niet fataal. Kijk, dat is een opsteker.
Ander goed nieuws: er zijn gevallen bekend van mensen die gebaat waren bij de huidige pogingen tot symptoombestrijding. Als je die aanpak vaak genoeg herhaalt, kun je als je geluk hebt toch nog een probeemloos leven leiden. Ik meld me dus bij deze aan voor de goede kant van de statistiek, dat moge duidelijk zijn.

Tot slot: als iets me echt diep raakt dan hoort u het doorgaans niet, of pas als het leed geleden is, zie verder het verhaal van dat snorretje. Maar vrijdag was ik in de war. En toen hoopte ik u te kunnen gebruiken om langs de war te komen. En dat lukte. Met behulp van uw lieve woorden en mijn laconieke oude ik.
Ik ben weer uit de war.