Als het een nachtmerrie was geweest

Eigenlijk was het een soort nachtmerrie. Dat ik plots met tien cursisten in een heel klein hokje zit opgesloten. Met tien computers met allemaal een ander besturingssysteem, allemaal verschillende soorten opslagdevices, met allemaal verschillende gebreken. En dan één computer met Windows 98, zonder internet, zonder memorystickherkenner, zonder cd-brander, waarop alle gemaakte stukjes moeten samenkomen. En dat ik dat dan moet regelen.

Het zou een nachtmerrie zijn die ik op verjaardagen zou navertellen. Hoe ik met een soort logikwis in mijn hoofd, met aanvinken en wegstrepen, probeerde te achterhalen hoe ik alles van A naar B zou krijgen. Ondertussen de koelbloedige docent uithangend, in een amechtige poging niet te laten blijken dat logikwissen niet mijn favoriete tijdverdrijf zijn.

Op die verjaardag zou men smalend roepen. ‘Windows 98? Dat meen je niet!’. ‘Alleen een diskettedrive? Geen cd-writer?’ ‘Wel een USB-poort, maar geen contact met nieuwerwetse dingen als memorysticks?’ ‘Wat een nachtmerrie!’. En ik zou dat beamen. Een nachtmerrie.

Het zou een nachtmerrie zijn die ik niet licht zou vergeten. Dagen later zou ik nog wakkerliggen van de franstalige Windows, de cd-drive die niet kan schrijven en de knagende geluiden als A: niet gevonden wordt. Ik zou niet in slaap komen uit angst voor weer een droom over de vraag of er misschien floppy’s in het pand zijn.
‘Floppy’s!?!?’
‘Ja, diskettes.’

Het zou een nachtmerrie zijn die ongeloofwaardig zou worden. Want de printer zou er ook ineens mee ophouden, en de reserveprinter zou niet willen communiceren met de enige computer met een werkende diskettedrive. Het zou allemaal zo ongeloofwaardig worden dat ik à­n mijn droom zou weten dat ik droomde.

Uiteindelijk, na twee dagen, zou ik dan met hangende pootjes bij de cursisten moeten melden dat er geen mogelijkheid is hun stukjes naar één punt te brengen. En zoals het een goede nachtmerrie betaamt zou ik moeten toegeven dat logikwissen niet mijn favoriete tijdverdrijf zijn. En in de ultieme nachtmerrie hoor ik dan ergens in het piepkleine lokaal zo’n tuimelende Word-paperclip met oogjes heel hard lachen. Met zo’n echo als in Thriller van Michael Jackson.