Ambivalentie

Het is de wereld op zijn dubbelst als jij en je vriendje in een theaterzaaltje de enige twee zijn, in een negentigkoppig publiek, die hun vinger opsteken als de comedian vraagt wie zijn eigen scheten lekker vindt ruiken, omdat je nauwelijks kunt geloven dat alle andere mensen hun eigen scheten vinden stinken, en omdat iedereen naar je kijkt en daarbij vermoedelijk ook iets denkt – en dan ga je je dus afvragen wát ze denken, bovendien zit er diep van binnen een gevoel van trots dat je een arm omhoog hebt gestoken in een theaterzaal én dat je ervoor bent uitgekomen dat je je eigen scheten lekker vindt ruiken, en niet te vergeten het gevoel van saamhorigheid met je vriendje, want hee, het is dus mooi wel jullie tweetjes tegen de rest van de wereld, maar toch ook een glimpje schaamte, omdat het kennelijk not done is om in het openbaar toe te geven dat je je eigen scheten lekker vindt ruiken, en dat je dan dus thuiskomt en in bed ligt en je hoofd onder de deken steekt en zegt: zouden andere mensen dat dan nooit doen, onder de deken hun eigen scheet ruiken?