Maar buurman, wat doet u nu?

‘Daar staat ne gast in zijne blote flikker.’
Yuri wijst naar het raam.
Aan de overkant, op zo’n acht meter van ons, staat een man voor een open raam pie­mel­naakt een dansje te doen.
Het is ver­war­rend als huizen gemeu­bi­leerd verhuurd worden. De meubels en de gordijnen ver­an­de­ren niet, de mensen die door het tableau lopen wel. Nu is het dus een rozig lang eind met een rozig lang eind dat er woont.
En dat er een dansje doet.

Ik loop naar de keuken, neem afstand. Vanaf de keu­ken­ta­fel zie ik het raam van de pie­me­len­de buurman uit­ge­ka­derd als een beeldbuis.
‘Hij doet het nog steeds’, roep ik naar voren, naar Yuri.
Yuri zit met zijn rug naar het raam en kijkt om.
‘Die heeft zeker een vijs los’, con­sta­teert hij.
Beiden richten we ons weer op ons scherm. Ik aan de keu­ken­ta­fel. Hij met zijn rug naar het raam.

Ik kan me moeilijk con­cen­tre­ren. In mijn ooghoek zie ik een heuse cho­re­o­gra­fie, met las­so­ge­zwaai en diepe buigingen. Als ik opkijk wordt het dansje steevast iets uit­bun­di­ger, dus kijk ik niet meer op van mijn laptop. Ik doe alsof ik werk, mijn hoofd gebogen, mijn handen op het klavier.

‘Hij doet het nog steeds’, piep ik een kwar­tier­tje later vanonder mijn gebogen hoofd.
Yuri hoort niks. Hij zit met een kop­te­le­foon op in een hoekje van de kamer, nog immer met zijn rug naar het raam.
‘Piep, piep, piep’, piep ik nog, maar niemand die het hoort.
De over­buur­pie­mel staat inmiddels met zijn knieën tegen de ven­ster­bank voor het open raam. Als Evita. De handen ten hemel, de straat aan zijn voeten. Bloempot voor zijn pik.

Hij houdt me in de gaten, zoveel is inmiddels duidelijk. Als ik naar het raam kijk, maakt hij een obsceen gebaartje extra – als ik doe alsof ik werk, lijkt hij zich voor te bereiden op het moment dat ik weer kijk.

Dan hou ik het niet langer uit en roep ik Yuri heel luid.
‘HIJ DOET HET NOG STEEDS!’, krijs ik richting bureel.
Yuri zet zijn kop­te­le­foon af en staat op. ‘Is ‘t echt?’
Maar zodra Yuri voor het raam ver­schijnt, kruipt de man achter een gordijn.
‘Hij maakt zelfs een soort neuk­be­we­gin­gen en hij staat de hele tijd te kijken of ik nog opkijk. Als dit vaker gebeurt, ga ik de politie bellen hoor. Getver, waarom woont die man nou recht tegenover ons?’

Yuri blijft kijken, maar voor het open raam blijft het leeg.
‘Het lijkt me nie slim om gelijk de flikken erbij te halen. Ge wilt nie dat zo ne vetzak in uw brie­ven­bus komt zeiken. Als het doorgaat, ga ik zelf wel iets zeggen.’
‘Hmz’, zeg ik, door­dron­gen van het gebrek aan rede­lijk­heid dat de pie­mel­zwaai­er aan de dag legt.

Het probleem is dat ik vanaf de keu­ken­ta­fel één lang­ge­rekt zicht heb op het roze gevaarte in de verte. Als ik voor me uitkijk, gaat het wel, dan zijn slechts de laptop, de gootsteen en de afwas­mas­jien in beeld, maar als ik oog­con­tact met Yuri wil maken, moet ik de malloot belonen met een hoofd­draai die hem doet steigeren. Ik probeer mijn relatie met Yuri te bekoelen omwille van de man in het raam.

Het draait eropuit dat ik spierpijn krijg, omdat ik mijn hoofd niet mag draaien. Mijn nek verkrampt en mijn ogen prikken. Een mens kan niet urenlang door zijn ooghoeken turen, daar zijn die spieren niet voor gemaakt.

Ik besluit op te staan. Het is mooi geweest. Dit is verdomme mijn huis en als ik door mijn kamers wil lopen, dan doe ik dat. Zelfs als dat ertoe leidt dat een roze bonk vlees aan de overkant spontaan in een vogeldans ontbrandt. Shit happens.

Welnu, shit certainly happens. Ik sta op, loop richting Yuri, kantel diens kop­te­le­foon en hyper­ven­ti­leer: ‘HIJ – STAAT – ZICH – AF – TE TREKKEN!’
‘Serieus?’ Yuri kijkt langs mij naar de buurman. Die heeft in al zijn extase niet door dat Yuri weer in de picture is en blijft fanatiek sjorren.
Yuri zegt: ‘Wah!’, pakt kordaat zijn sleutels en loopt naar buiten. De man vlucht achter een gordijn en Yuri roept: ‘Kunde gij misschien uw gordijnen dichtdoen?’
Zonder tevoor­schijn te komen, sluit de man het gordijn.

Mijn hele bene­den­ver­die­ping geeft uitzicht op dat raam. Langzaam dringt het tot me door: van dat vale, witte gordijn gaat erg veel afhangen de komende tijd.

24 reacties

  1. ikke

    Je zou eens kunnen bellen naar de politie (zie http://www.politieleuven.be/) en eens vragen wat je zoal zou kunnen doen. Zelf zou ik het vast­leg­gen met foto­toe­stel of webcam zodat je bewijzen hebt. Achter dat raam voelt hij zich veilig maar in’t echt durft hij waar­schijn­lijk nog niet eens goeiendag te zeggen.

  2. Lilimoen

    Mijn hemel. Shit. Ik denk dat ik al kotsend boven de pot zou hangen, eerlijk waar. Ik hou het vredig en ga even verder genieten van mijn poesje(s). ;-)

  3. inderdaad, filmen en dan op allerlei sites zetten. Zo iemand is waar­schijn­lijk ook nog ver­schrik­ke­lijk onzeker over zijn sek­su­a­li­teit, dus ik zou hem zeker adver­te­ren bij de plaat­se­lij­ke homo-erotica side. Met zijn adres er onder. Misschien krijg je dan wel urine-natte post, maar sommige dingen zijn dat wel waard (grijns)

  4. Ary

    Vooral de opmerking van Yuri vond ik erg goed. Niet “Wil je daar eens onmid­de­lijk mee ophouden”, of “Zal ik je eens op je bek komen timmeren”, maar “Wilt u misschien de gordijnen eens dichtdoen”.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.