De halve wereld, met dank aan Leontien

Het was toen ik Leontien van Moorsel hoorde vertellen dat ze een pagina in de krant mocht vullen. Dat was het moment. Leontien van Moorsel. Ik heb niks tegen Leontien van Moorsel. Als ze maar fietst. Zodra ze haar mond opendoet heb ik al iets meer tegen d’r. En als ze mijn werk gaat doen – de achterkant van advertenties volschrijven – dan zucht ik hooghartig. Leontien van Moorsel. En oké, een krant, een krant… het is De Telegraaf… Maar toch, ik heb nog niet genoeg werk om het leuk te vinden dat mensen die ik niet zo hoog heb zitten mijn werk gaan doen.

Dus dat was het moment. Het moment dat ik dacht: brutalen hebben de halve wereld, en celebrity’s hebben de andere helft. Zodoende sloeg ik aan het dubben. Als brutalen de halve wereld hebben en celebrity’s de andere helft, dan moet ik bedenken waar ik bij wil horen. Welnu, die beslissing was gauw gemaakt. Celebrity zijn lijkt me namelijk stomvervelend, daarbij: ik heb mijn cupmaat niet mee, dus ik moet wel bij die brutalen horen. Met dank aan Leontien.

Goed, het idee was er. Nu nog de uitvoering. Hoe is een mens brutaal? Ik heb er wel wat ervaring mee hoor. Ik was een helse puber, ik toonde het nodige lef om mijn geliefde aan de haak te slaan en ik sprak op het Boekenbal – met een paar wijntjes op – iedereen aan die ik ook maar enigszins aantrekkelijk vond. Maar dit ging dus om werk.

Zoals ik al eerder vertelde: als het om werk gaat, word ik vaak ineens enorm perfectionistisch. En in het kader van ‘brutaal’ schiet dat dus niet op. Ik kan niet weken zitten broeden op een brutaal werkvoorstel. Dan durf ik het niet meer. Of dan heb ik alle brutale kantjes eraf geschaafd, waardoor ik een braaf meisje uit de polder lijk. En dat werkt niet – anders was mijn theorie wel geweest: brave meisjes hebben de halve wereld en Leontien van Moorsel de andere helft.

Na nog wat ins Blau hinein turen kwam ik op de proppen met een plan de campagne: voortaan stuur ik elke werkdag een ‘brutale’ e-mail naar iemand voor wie ik graag wil werken. Geen gedub, niet dagen laten liggen en dan nog eens lezen, gewoon hup de deur uit. Elke dag, geen dag niet.

Vorige week bedacht ik het plan. Vorige week was ik ziek. Maar vrijdag, toen ik me een heel klein beetje beter voelde, had ik ineens de geest. Ik stuurde een mail naar een Nederlands tv-programma dat ik graag een Vlaamse poot voor ze wil opzetten. Vijf regels, nauwelijks nagelezen, hop verstuurd. Ik was een i vergeten in ‘mijn’. Kortom: precies zoals ik het had bedoeld.

Twee uur later – het was al na zessen – kreeg ik antwoord. Dat ze het een heel goed idee vonden en dat ik maar een zendgemachtigde moest zoeken.

Dus jongens, even een mededeling van zakelijke aard: mocht u zich afvragen wie nou precies die halve wereld heeft… dat ben ik.

PS – Vandaag de tweede mail verstuurd, ik hou u op de hoogte.