Stukjes in het wild

De kleu­ter­mo­no­lo­gen – Het weblog­ge­voel

Waar moet ik beginnen als ik over vier jaar webloggen wil webloggen. Het weblog? De ver­an­de­rin­gen? Het publiek? De weblogwe­reld? De techniek? Het concept? Webloggen en vriendjes/werk/familie/hobby’s?

Ik ben een vrouw, dus ik begin bij het gevoel.

Eerst is er het gevoel van ‘eng’. Internet is nog een beetje eng, open­baar­heid is nog een beetje eng, reacties zijn nog een beetje eng. De toekomst is nog een beetje eng. Schrijven en gelezen worden is al met al doodeng.

Daarna komt de ver­sla­ving, de grond onder mijn voeten wordt steviger. Het fundament van rucht­baar­heid, regelmaat en reacties stuwt me op in mijn exhi­bi­ti­o­nis­me. De wereld bestaat uit een doos met een lichtje erin waarop mijn eigen woorden langs­trek­ken.

Plot­se­ling duikt daar voor het eerst de ver­plich­ting op. Ik wil behagen en behaagd worden, elke dag opnieuw, nooit een dagje niet. Bang dat mijn sta­tis­tie­ken­tel­lers onver­bid­de­lijk zijn, evenals mijn reageurs en mijn blo­grol­l­vriend­jes.

Tijd voor een moment van con­tem­pla­tie. Het moet leuk blijven. Voor mij. Het moet leuk blijven. Voor de lezers. Het moet leuker worden. Dan het is. Veel leuker. Plaatjes, muziekjes, een eigen lay‐out, een goede foto.

Dan komt de fase van weblogger onder de weblog­gers. Hoe val ik bij anderen. Wie linkt mij wel, wie linkt mij niet. Hoe ver schop ik het bij de Dutch Bloggies. Waarom lezen ze mij niet. Wie zijn mijn vrienden en waarom.

Ongemerkt maakt de ver­sla­ving plaats voor sleur. Een weblogvriend­je gezocht, mezelf populair gemaakt, zes­hon­derd bezoekers per dag, tien reacties per stukje, soms veertig. En alles is gewoon­tjes. Zo gewoon­tjes als maar kan.

Vol­was­sen­heid is in aantocht. Van een prefab‐site naar mijn eigen domeintje. Een tricky stap, want de aanwas van lezers is minder groot op een eilandje in de grote oceaan dan op een schier­ei­land in de Schelde. Maar ik doe het, want ik ben een krak. Kan mij het bommen…

En dan de status quo. Al vier jaar oud, door de wol geverfd met sleur en ver­sla­ving, populair geweest en verguisd op straffe van twee­hon­derd bezoekers minder, overal vriendjes, overal lezers, maar ook overal niet. Een woor­den­stroom die nooit op lijkt te houden.

Ik ben heel benieuwd wat de volgende fase zal zijn.

Heeft u nog vragen over mij, over het webloggen of over dit stukje: feel free, het reac­tie­din­ges is open. Voor alles over de kleu­ter­mo­no­lo­gen kunt u hier kijken.

2 reacties

  • Sparce

    Tsja, die punt­po­pu­la­ri­teit zal er nooit zijn, maar de mensen die u nu lezen doen dat omdat ze u daad­wer­ke­lijk inte­res­sant vinden, niet omdat ze uw bericht­ti­tel op de voorkant van punt.nl zien ver­schij­nen. Dat is ook wat waard.

  • Soes

    Ik vind met name je doodgewone‐wat‐maak‐ik zoal‐mee logjes er‐rug leuk. Ik herinner me vooral je tele­foon­logje dat je uit het raam hing (hield je daar geen 2 senseo‐apparaten aan over, of was dat je contract met Essent?) en je Finse boven­buur­vrouw.
    Gewoon om je schrijf­stijl. :)
    Oja, je foto op punt.nl, die is ook er‐rug mooi en ik mis absoluut je kleine bewerkte fotootjes bij je logjes.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.