De Niet Lief Collectie: Het jongetje, de logikwis en de gemorste melk

Dit stukje verscheen op 29 juli 2007 op niet lief.com. Octavie zwengelde het aan met de volgende inleiding:
“Lieve niet-liefjes, mijn vraag voor jullie is de volgende:
Hebben jullie spijt van iets in jullie leven? Hadden jullie dingen graag anders zien lopen? Anders aangepakt? Anders beleefd?”

Opdracht: Waar heb je spijt van?
Geschreven door: Zezunja

Wat spijt betreft ben ik net een jongetje: ik ben veel te oplossingsgericht voor spijt. Spijt is een paternalistische emotie, een strafbankje waarop je je eigen en andermans ellende overdenkt en waarbij de schuldige al vast staat nog voor er een rector aan te pas is gekomen: jij. Jijzelf bent de schuldige.

Dat klinkt allemaal wat heftig, maar ik kan er niks anders van maken: het gaat om schuld en boete. Spijt is het besef dat je iets verkeerd hebt gedaan. En vervolgens dien je daar dan enigszins in blijven hangen. Kijk, en daar ben ik dus veel te oplossingsgericht voor. Ik ben allang een stap verder tegen de tijd dat ik aan mijn eigen spijt toekom. Mijn eerste vraag bij onheil is namelijk niet: moet ik hier spijt van hebben? Maar: wat gaan we eraan doen?

De meeste gevallen van spijt in mijn leven zijn gevallen van niet jammeren om gemorste melk. De tijd valt nou eenmaal niet terug te draaien en met een optimistische levenshouding valt overal wel een louterend effect uit te halen. Van fouten kun je leren en doorredenerend kun je dus maar beter veel fouten maken om ontiegelijk wijs te worden – en als ik echt in een soepele bui ben, beweer ik daarbovenop nog eens dat fouten niet bestaan.

Geen tijd voor spijt dus. Wat niet wil zeggen dat ik niet leer van momenten van schaamte, van momenten dat ik met mijn vuist op tafel sla door gemiste kansen, van momenten dat ik kamp met een haperend geweten. O nee, ik ontwikkel me rot. Eerst denk ik: oei, dat was niet zo handig. En daarna: wat gaan we eraan doen? Tijdens dat proces voel ik in al mijn vezels dat ik slimmer word. Maar spijt? Nee.

Dat klinkt wat vrijblijvend, geen boete willen doen omdat het niet praktisch is. Maar ik ben – vrees ik – tamelijk praktisch, tot op het gratuite af. Spijt als genoegdoening voor het slachtoffer vind ik slechts nuttig als het een directe bijdrage levert aan de oplossing voor een situatie (daar gaan we weer). Zo heb ik in mijn tienerjaren eens fink wat geld gestolen van mijn ouders. Mijn spijtbetuiging van toen droeg op allerlei manieren bij aan een oplossing. Mijn ouders konden proberen mij weer te vertrouwen, ik had publiekelijk ethisch inzicht getoond en ik ging zó door de grond van schaamte dat ik het later nooit meer in mijn hoofd haalde iets te stelen.

Toen had het dus wel degelijk zin om spijt te hebben, maar spijt verjaart, zie verder the spilt milk. Nu is het zinloos om spijt te hebben van mijn spaak gelopen geweten van toen. De oplossing heeft gewerkt, spijt is een gepasseerd station. Op naar de volgende logikwis van oei, dat was dus onhandig en wat gaan we eraan doen? – want de aanwas van logikwissen stopt nimmer.

En ik ben o zo blij dat ik er zo lankmoedig over denk, want als ik in mijn onstuimige leven op alle momenten dat ik dacht ‘oei, dat was niet zo handig’ verteerd had moeten worden door schuldgevoel, schaamte en gewetenswroeging, dan droeg ik nu de wereld op mijn schouders. Terwijl ik maar een heel klein, oplossingsgericht jongetje ben, met heel ranke schoudertjes.