De Niet Lief Collectie: Huis­houd­week Hoe onze tweede Senseo niet kan voorkomen dat ik op mijn moeder ga lijken

De week van 22 tot 28 oktober 2007 riep het Niet Lief Col­lec­tief uit tot Huis­houd­week. Ter gele­gen­heid van de Huis­houd­week schreven alle col­lec­tie­fle­den élke dag een stukje over allerlei wel een wee in het huis­hou­den. Dit stukje verscheen op 23 oktober 2007 op nietlief.com.

Onderwerp: Het meest nutteloze huis­hou­de­lij­ke apparaat.
Geschre­ven door: Zezunja

Uren hadden ik en mijn zusje met onze tong tussen onze tanden de keuken onveilig gemaakt. Ik was zeven, zij elf. Het was moederdag en we wilden mijn moeder een ontbijt op bed bezorgen. We schaafden kaas en vin­ger­top­pen, schrokken van de hitte die stoom afgeeft als je theezet, we pro­beer­den in de oven zelf­ge­maak­te crois­sants te fabri­ce­ren en we poogden de werking van het kof­fie­zet­ap­pa­raat te door­gron­den. Met ware doods­ver­ach­ting toverden we iets op een dienblad dat eruit zag alsof je het kon eten.

Groot was dan ook mijn ver­ont­waar­di­ging toen mijn moeder na een wel­ge­meen­de knuffel en een oprecht dankjewel het dienblad al vlug terzijde schoof. “De rest eet ik beneden op, goed?”
“Nee”, zei ik. “Helemaal niet goed.”
Hoe kon ze zo onro­man­tisch zijn? Een ontbijt‐op‐bed eet je OP BED. Logisch!
Maar ze had een reeks argu­men­ten die ik niet kon weer­leg­gen: dan komen er kruimels in bed, ik moet toch naar de wc, ik moet me aankleden – anders krijg ik het koud, ik ben bang dat er koffie over het bed valt, jullie zijn de zoetjes vergeten, ik zit graag rechtop als ik eet, ik wil gewoon graag aan tafel eten.

Op dat moment nam ik mij voor veel roman­ti­scher dan mijn moeder te worden. Ik zou als in een Grol­schre­cla­me knipperen naar de duiven in de och­tend­zon, ont­span­nen knab­be­lend op een stukje croissant, met een zachtroze decolleté in mijn stoere nacht­over­hemd, op één arm leunend en met een Pro­dent­glim­lach mijn koffie naar mijn mond brengend.

Tot ik in de vorm van seriële monogamie een carrière opbouwde in ont­bij­tjes op bed. En wat bleek: ik was totaal onge­schikt. Ik vond het super leuk, tot de jus d’orange tussen de lakens lag. Ik vond het super lief, tot ik merkte dat een dienblad op je schoot recht­hou­den een ware gym­nas­tiek­oe­fe­ning is. Ik vond het super tof, tot ik vast­stel­de dat anderhalf uur bewe­ging­loos zitten niet met elke kater mogelijk is. Dat was het moment dat ik op mijn moeder ging lijken.

Maar ik heb me er nog niet helemaal bij neer­ge­legd. Toen ik hier kwam wonen, hadden we twee Sen­seo­ap­pa­ra­ten over. Eentje stalde ik op de slaap­ka­mer. “Dan kunnen we ‘s ochtends gelijk koffie zetten als we wakker worden”, zei ik tegen Yuri en ik keek hem ver­lief­de­rig aan. Ik zette klontjes neer, kopjes, lepeltjes, melk­kuip­jes, alles erop en eraan. Het was een amechtige poging roman­ti­scher te zijn dan mijn moeder.

Schattig hoor, maar tot op heden vormt zich een dikke stoflaag op de sui­ker­klont­jes. Omdat we ‘s ochtends altijd moeten plassen. Beneden. En de poezen knuffelen. Beneden. En de kachel aanzetten. Beneden. En de krant halen. Beneden. Daarom is onze tweede Senseo het minst gebruikte apparaat in huize Yuri en Zezunja.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.