De Niet Lief Collectie: Ik ben…

Dit stukje verscheen op 13 december 2007 op nietlief.com. Esther zwengelde het aan met de volgende inleiding:
“Mijn vraag aan jullie, niet­lief­jes, is deze: wat zijn/waren jullie eet­ge­woon­tes en wat zeggen die over jullie?”

Onderwerp: je eet­ge­woon­tes en wat die over jou zeggen
Geschre­ven door: Zezunja

‘Maartje heeft een bek als een paardje’, zei men op de kleu­ter­school. En hoewel ik natuur­lijk Zezunja heet en geen Maartje, zegt het toch wel iets over mij. Namelijk dat ik let­ter­lijk en figuur­lijk een grote mond heb, waar een hoop in kan ver­dwij­nen. Had ik al gezegd dat een dirty mind een joy forever is?
Hoe dan ook: wie ik ben zegt alles over wat er in die mond verdwijnt.

Om te beginnen ben ik een konijn.
Van paard naar konijn, qua tanden niet zo’n grote stap. Mijn motto is: hoe groener hoe beter. Fuck alle nitraat en nitriet‐verhalen. Waar anderen zich in een res­tau­rant tegoed doen aan een smeuïge Vitello Tonato, bestel ik steevast een bord rucola met Par­me­zaan­se kaas. Doe mij knab­bel­ba­re rauwe groente en ik ben happy as hell.

Ik ben ver­sla­vings­ge­voe­lig.
In voedsel heb ik twee ver­sla­vin­gen. Ze zijn niet zo erg als mijn rook­ver­sla­ving, maar na een week geheel­ont­hou­den, krijg ik in beide zoveel zin dat ik er net als voor siga­ret­ten alles voor doe om eraan te komen. En hoewel ze niet zo slecht zijn als siga­ret­ten, heb ik het wel voor elkaar om verslaafd te zijn aan behoor­lijk slechte dingen, te weten cola en mayonaise. Voor cola geldt dat ik regel­ma­tig probeer af te kicken, maar omdat ik verder heel weinig suiker eet, krijg ik soms toch een onbe­dwing­ba­re behoefte aan suiker. Voor mij staat dat gelijk aan cola.
En aangezien ik verder weinig vet eet, zie ik maar door de vingers dat ik minimaal twee potten mayo per maand leeg­bun­ker.

Ik ben ziek.
Ik ben ziek. Het voert te ver om uit te leggen wat ik heb, maar het komt erop neer dat niemand weet waar mijn ziekte door komt. Tsja, en dan hou je je dus vast aan die paar ver­moe­dens die er zijn. Een daarvan is dat de hormonen in fabrieks­vlees veel invloed hebben op de ziekte en logi­scher­wijs eet ik dus vrijwel alleen maar hor­moon­vrij­vlees van een bioslager.
Een andere vorm van ziek zijn is de mis­se­lijk­heid die ik voelde toen ik We feed the world en andere ont­luis­te­ren­de films en repor­ta­ges over de voed­ins­g­in­du­strie zag. Sindsdien eet ik zo bio als mogelijk. Tot en met chips aan toe.

Ik ben straatarm.
Soms veeg ik de vloer aan met mijn biowens. Met tien euro kan ik veertig keer zo veel kopen in de Delhaize, de Carrefour of de Colruyt dan bij de biowinkel. En dan gaat kwan­ti­teit voor kwaliteit en moraal, in het belang van de grote survival. Mijn streven bij de super­markt is dan om alleen maar dingen te kopen met een 0 voor de komma. Ik vind het super­kic­ken om 40 euro af te rekenen en ver­vol­gens met zes enorme bood­schap­pen­tas­sen op huis aan te gaan.

Ik ben dol op jointjes.
Mijn lie­ve­lings­ge­nots­mid­del is hasj. Een groot nadeel daarvan is dat vreet­kicks op de loer liggen. En hoewel ik gezegend ben met een redelijk tenger figuur, kun je aan mij precies zien wanneer ik weer eens voor­raad­je jointjes tot mijn beschik­king had. Dat scheelt zeker drie kilo, die natuur­lijk nooit in mijn tieten gaan zitten.
God straft overigens meteen want, damn, wat voel ik me slecht na een zak chips, een pak koekjes, drie wortelen met veel te veel cock­tail­saus, een bak vanil­le­vla met banaan en een pot Ben en Jerry’s New York Super Fudge Chunk. De dag dat in België cof­fee­shops zijn toe­ge­staan is het gedaan met mijn figuur.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.