De Niet Lief Collectie: Mijn Schrijf­stijl

Dit stukje verscheen op 7 juli 2007 op nietlief.com. Octavie zwengelde het aan met de volgend tekst:
“Niet‐liefjes, ik heb twee opdrach­ten voor jullie:
1. Omschrijf je visie op schrijf­stijl. Hoe schrijf je en waarom doe je dat zo? Komt je schrijf­stijl overeen met je karakter? Van welke stijl hou je en van welke juist niet?
2. Schrijf een stukje van ongeveer 10 tot 15 regels over het onderwerp ‘Mijn fijnste plekje op deze wereld’.
Beide onder­wer­pen plak je in één logje en je schrijft er niet je naam onder. En u, lieve lezer, mag gaan raden wie welk logje schreef. Hoe uitdagend kan loggen zijn.”

Onderwerp: Schrijf­stijl
Geschre­ven door: Zezunja (maar dat werd pas een paar dagen later bekend gemaakt)

1. Mijn visie op schrijf­stijl.

In mijn teen‐age‐ik‐ben‐zo‐verschrikkelijk‐op‐zoek‐naar‐mezelf‐jaren en de jaren die daarop volgden, heb ik het me vaak afge­vraagd: hoe leer ik mooi praten? Ik groeide op met een neer­lan­di­cus als vader, met veel boeken, veel taal, veel schrijven. Maar meer dan een keurig en braaf voca­bu­lai­re had ik daar niet aan over­ge­hou­den. Ik viel niet op als ik mijn mond open deed of een stukje schreef.

In de jaren daarna kwam ik erachter dat het een kwestie was van leren door te kopiëren – tot die tijd dacht ik dat je alles zelf moest bedenken en daar was ik veel te onzeker voor. Door me zoveel mogelijk te omringen met mensen die mooi konden denken, mooi konden spreken en mooi konden schrijven, leerde ik zelf ook af en toe ver­ras­send uit de hoek te komen. Ik leerde dat schrijven hardop denken was – met een doel. En als je mooi kunt denken, kun je ook mooi schrijven. Kortom: ik zette de sluizen open. Mooi denken was het doel.

Dankzij mijn vrienden, boeken, media en internet raakt mijn reservoir aan stijl­vol­le zegs­wij­zen, originele gedachten en mooie woorden lang­zaam­aan steeds voller. Met dank aan mezelf is mijn wil om mijn eigen malletje uit de inhoud van dat reservoir te stansen met de dag intenser. Met dank aan die won­der­lij­ke ver­gaar­bak ben ik nu een half‐gestanste schrijver die soms mooi kan denken.

Tussen die grijze garnaal die ik toen was en de schrijver nu ligt meer durf en doel­be­wust­zijn, maar ik ben nog steeds een schrijver op zoek naar stijl en briljante ideeën. Mijn stijl is in ont­wik­ke­ling. Een stijl die evolueert, doordat ik andere mensen lees, spreek, zie, en hoor. Een stijl die alle geleende woorden en gedachten die ik de afgelopen jaren heb verzameld in inkt of enen en nullen omzet – aaneen gebreid door mijn eigen soms cha­o­ti­sche en dan weer uiterst precieze hersenpan.

En wát ik ook lees: poëzie van lang­ver­vlo­gen dichters, sms’jes van talige mensen of een mooi gecon­stru­eerd verhaal in de krant: ik neem het met me mee, ik vergruis het in mijn adap­ta­tie­sys­teem en ver­vol­gens weef ik het zo naadloos mogelijk in mijn ratjetoe van taal­ge­bruik en woor­den­schat.

Wees dus op uw hoede als u zich woor­de­lijk tegen mij uitdrukt: ik heb het op uw stijl gemunt.

2. De fijnste plek op de wereld.

Het fijnste plekje op de wereld is daar waar het tintelt. Waar mijn tong tintelt van zachte gei­ten­kaas en wijn, of waar ik mijn ogen bijeen moet knijpen wegens zon en wind. Daar waar de taal in je oren klatert. Muziek. Vertier. Daar waar je op blote voeten kunt lopen, en waar snorharen en vin­ger­top­pen de dienst uitmaken. Daar waar zijn handen komen – en waar mijn handen gaan. Het moment dat mijn dromen de wer­ke­lijk­heid kietelen. Tot het tintelt. Daar is het.

Nou? Wie ben ik?

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.