De tot­stand­ko­ming van Breezeen een liedje, ja, een liedje

Nadat ik de band om zeep hielp met de mede­de­ling dat ik ruim twee­hon­derd kilometer verderop ging wonen, was het gedaan met de drummer, de bassist en de ach­ter­grond­zan­ge­res. Geploe­terd hadden we. Gezweet en gefoeterd. Maar tot dan toe bleken we niet in staat ook maar één nummer met zijn vijven foutloos te spelen. En dat zou er dus ook nooit van komen.

Jammer vond ik. Ik had het aan mezelf te danken, maar toch: eeuwig zonde. En dus gingen Dwarzand en ik verder hoe we ooit begonnen waren: hij, ik en de drum­mas­jien. Tijdens mijn laatste maanden in Amsterdam, die bestonden uit ver­huis­klaar raken en afscheid nemen, spen­deer­den we elke vrije minuut aan het opnemen van de liedjes voor het nage­slacht. Ik wilde dolgraag dat de liedjes die we niet hadden afgekeurd toch nog beluis­ter­baar op tape zouden staan. En Dwarzand was wel­wil­lend genoeg om mij daarin te steunen.

Dus deden we een poging om een mooie drum uit de voor­oor­log­se masjien te persen. Om de eerste en tweede stem zo foutloos mogelijk op de door stoom aan­ge­dre­ven vier‐sporenrecorder te krijgen. Om waar nodig een tweede gitaar erdoor­heen te weven. Kortom: we deden een poging om er nog à­ets van te maken.

De eerste week van januari dit jaar ging ik nog een weekje naar Dwarzand. Voor de puntjes op de i. De meeste gitaar­par­tij­en lagen ergens in een vergeten hersencel van zijn hoofd, dus we moesten het doen met wat er al was. Dat was lang niet allemaal goed, maar sinds ik Gara­ge­band heb en een heilig optimisme in eigen kunnen, deert zulks mij niet meer. ‘Dat foutje werk ik wel weg met een effect’, zei ik. Of: ‘Die stem zing ik nog wel een keer in, gewoon thuis, achter de computer’.

Nou, dat heb ik geweten. Ik had tegen Dwarzand gezegd: neem alle sporen maar achter elkaar op, op een cassette. Dan zet ik ze op de pekjoeter en ver­vol­gens ga ik wel wat aflakken en bijvijlen. Dat doe ik wel even. Haha.

Haha dus. Heel hard: HAHA. Want zo gemak­ke­lijk ging dat niet. De vier‐sporenrecorder van Dwarzand wordt door stoom aan­ge­dre­ven en zegt tjs­oe­ketsjoek. En zoals het een voor­oor­logs apparaat betaamt: de punc­tu­a­li­teit is ver te zoeken. Met andere woorden: Zezunja speelde het bandje af, maakte van elke instru­ment een digitaal spoor, zette ze onder elkaar en hoorde een canon.

Een canon die niet als canon bedoeld was. De eerste twintig seconden begonnen wel goed, maar daarna raakten de gitaar en de zang elkaar steeds meer kwijt. Dan was de gitaar lekker aan het door­ra­te­len en tien seconden later kwam ik daar nog eens een beetje achteraan kakken met wat lalala. Lekker dan.

De ver­kla­ring was eenvoudig: het motortje van de vier‐sporenrecorder liep soms wat trager, dan weer wat sneller. En toen Dwarzand de sporen één voor één voor mij op een tapeje zette, had het motortje ook naar eigen goed­dun­ken af en toe wat vertraagd en wat versneld. Helaas liep‐ie niet bij elk spoor op hetzelfde moment trager en sneller.

Schuiven met de sporen hielp niet. Dan was het begin weer fout. Zuchten en steunen hielp ook niet. Huilen ook niet. En mijn computer is te duur om door het raam te smijten. Het raam ook trouwens.

Maar het Eureka‐moment kwam. Gelukkig. Ik zou de gitaar laten zoals‐ie was en dan de zang­spo­ren ver­knip­pen. Strofes knippen die ik dan onder het juiste stukje muziek zou zetten. Jaja, zeg nog maar eens haha. Want, mijn god, wat ik mezelf daarmee op de hals haalde!

Avonden heb ik zitten knippen, zitten schuiven, zitten vloeken, zitten luisteren. Keer op keer con­sta­teer­de ik dat er zelfs binnen een strofe van vijftien seconden onge­wens­te ver­tra­gin­gen optraden. Dus dan ging ik maar weer knippen, schuiven en vloeken.

Ik zal u verder niet vermoeien met het verhaal van de drum, die ik niet mooi vond. Dat ik die wilde vervangen door een sampletje van conga’s uit Gara­ge­band. En dat dat niet ging omdat ik het aantal beats per minute verkeerd had ingesteld. En hoe ik toen weer heb lopen vloeken, zuchten en steunen. De komende maanden ga ik daar nog een oplossing voor zoeken.

Het half­fa­bri­caat van Breeze is nu wel klaar voor de open­baar­heid, ook zonder conga’s. Dus u mag luisteren. Dat ik het griezelig vind om dit nummer aan u te laten horen, zal ik niet ver­klap­pen. Dat hoeft niemand te weten.

Wat u verder nog over Breeze moet weten is dat het een a‐typisch nummer van Little White T‐shirt is om twee redenen: 1. Dwarzand heeft de tekst geschre­ven en 2. hij zingt mee. Normaal zingt hij nooit mee en alle andere teksten heb ik geschre­ven. Goed, tot zover. En nu:

luisteren maar (klik­ker­de­klik)

Voor mij is het tijd om te beginnen met het volgende nummer, qua knippen, plakken, schuiven, vloeken en zuchten.

21 reacties

  1. Jullie hebben beide prettige stemmen, zou ‘t graag eens in ‘t echt horen, maar dat zit er dus niet meer in. Ben benieuwd hoe een typisch liedje van Little Wite T‐shirt klinkt!

  2. *knipt mee met vingers ter com­pen­sa­tie van missende conga’s*
    Ook in deze kale uit­voe­ring is het een tof liedje!

    Schou­der­klop­je,
    Paul

  3. Leuk om te merken dat je blog ver­schuift van een poezenlog naar een home­ta­pers­log, want daar kan ik me namelijk heel wat beter mee iden­ti­fi­ce­ren. Knippen, schuiven, plakken en vloeken hoort erbij, en ook al kun je zelf niks zinnigs over de kwaliteit meer zeggen na 3000 luis­ter­beur­ten: ik vind dit wel een charmant liedje. Ik geloof dat dit eigenlijk een volbloed rock­num­mer had moeten worden, maar weet wel dat dit soort mini­ma­lis­ti­sche liedjes een heusch genre op zich zijn. Beste plaat uit dat genre: Colossal Youth van de Young Marble Giants. Eén van mijn favo­rie­ten! Down­lo­a­den!

  4. Die gitaar en de stemmen, helemaal zoals ik het graag heb! Bezwerend, bezwarend, klaar om los te barsten, maar … nog even niet. Ik vind de spanning tussen de twee stemmen ook straf: Het lijkt alsof ze elk afzon­der­lijk nadenken over hetzelfde. Of hoe een moeizame post­pro­duc­tie toch voor een extra effect kan zorgen ;-)

    (ik schrijf dit allemaal uit de losse pols en ben me bewust hoe delicaat het kan zijn om over iemands kindje iets te zeggen. Dus als ik op je zenuwen werk, moet je me maar in je spam­fil­ter steken)

  5. @ iedereen die het mooi vindt: fijn, fijn *kijkt naar afge­klo­ven nagels*
    @ Dwarzand: Manman, dat jij hier ook nog eens komt aanwippen.
    @ Syl: Dat vind ik wel cool. I lurrrv Bowie.
    @ Lilimoen; Ik vrees dat er nooit een cd zal komen.
    @ Ráchie: Die vrou­wen­stem ben ik ja.
    @ d’n Toxin: ik heb echt eindeloos zitten turen naar het woord home­ta­pers­log. Ik kwam steeds weer bij etappe en zo. Overigens zal ik nog vaak over muziek schrijven, dus dat komt goed uit, maar maak je borst maar vast nat, want er komt weer een poezenlog. Yeah!
    @ Nova: Dat vind ik best gek ja.
    @ stttijn: Ik kan best veel hebben hoor. Sterker: ik hoor graag com­men­taar. Liefst positief natuur­lijk. Maar van negatief, mits opbouwend, kan ik ook veel leren.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.