De Wildebras, de Engelsman en de Goede Vriend

Toen ik achttien was, had ik al twee jaar samen­ge­woond. Lief en naïef rijmden al niet meer. Het woord relatie had haar ware aard al getoond: een inge­wik­keld logistiek schema, waarop met veel pijlen en accolades de weder­zijd­se ver­lan­gens, belangen en dromen aan elkaar gekoppeld worden.

Op dat moment, zomer 1992, was één zo’n schema reeds in elkaar gedonderd en in al mijn post‐puberale oppor­tu­nis­me had ik besloten dat ik geen relatie meer hoefde. Seen it, been there. Achttien jaar oud.

Dus toen ik de Woeste Wildebras tegenkwam, zei ik het maar gelijk: ‘Ik vind je wel leuk, maar ik wil geen relatie.’ Nou, dat was goed. Dat hoefde hij ook niet.

Met als gevolg dat we wekenlang samen, dronken, van onze fiets vielen. We werkten ‘s avonds, feestten ‘s nachts, sliepen ‘s ochtends en deden ‘s middags alsof de wereld aan onze voeten lag. Maar we hadden geen relatie.

De zomer­va­kan­tie brak aan en omdat we geen relatie hadden, gingen we iedere zijns weegs. Hij ging een zeilboot naar Portugal brengen en ik zou met een clubje een maand vertoeven op het the­a­ter­fes­ti­val in Avignon.

In de dagen voor vertrek raakten we aan het kibbelen, ver­moe­de­lijk omdat we beiden niet gerust waren op de goede afloop. Deze relatie die geen relatie was, had geen schijn van kans de zin­de­ren­de zomer te overleven en dat gaf ons een onbe­haag­lijk gevoel.

Op de heenreis naar Zuid‐Frankrijk piekerde ik nog wat, maar eenmaal aan­ge­ko­men sur le pont d’Avignon trok ik mijn con­clu­sies. Als ik beweerde geen relatie te willen, moest ik ook niet lopen miepen.

Dus vanaf dat moment flirtte ik me een ongeluk. Leve het vrij­ge­zel­len­be­staan, weg met de Woeste Wildebras. En zodra iemand toehapte, brieste ik weer: ‘Als je maar weet dat ik geen relatie wil!’.

Dat lot trof ook de Engelsman die ik tegenkwam bij een cursus vuur­spu­wen op de camping. Een maand lang deelden we een tentje, een maand lang ver­klaar­de hij me de liefde, maar een maand lang stond ik hem enkel toe hand in hand te liggen in de slaapzak. Ik stelde alles in het werk om erger te voorkomen.

Gek genoeg hielden we van elkaar. Zul je altijd zien: besluit je geen relatie meer te willen, kom je iemand tegen van wie je houdt. Maar ik hield voet bij stuk. No sex. No rela­ti­ons­hip. It’s nothing but trouble. I’m sorry. Hij accep­teer­de dat.

We namen afscheid en spraken af elkaar eens te bezoeken. Dat was oprecht, gemeend, we waren goede vrienden geworden. Dat gold overigens voor veel fes­ti­val­gan­gers. Die zomer ontmoette ik een hoop mensen die ik later nog eens heb terug­ge­zien. Bijzonder.

Toen ik thuiskwam lag er een briefje van de Woeste Wildebras. ‘Ik ben gevallen met jouw fiets. Volgens de fiet­sen­ma­ker is‐ie niet meer te repareren. Sorry. Ik zie je na de vakantie.’ Geen liefs, geen kusjes. Geen fiets.

De schrik sloeg me om het hart. Ik was helemaal in mijn uppie. Geen Engelsman, geen Woeste Wildebras, niemand die van me hield mocht houden.

Ik zocht mijn heil bij een Goede Vriend en we belandden tussen de lakens. Onbedoeld en niet voor herhaling vatbaar. Maar toch: ik had mijn zin. Aandacht.

Kort daarna trad De Dijk op in het Von­del­park. Een nazo­mer­zon­dag die ik door­bracht met de Goede Vriend in kwestie. We hadden het voorval niet uit­ge­breid besproken, dus er hing nog wat in de lucht, maar er was niets meer gebeurd.

Voor het verhaal zou het leuk zijn als ik nu kon zeggen dat Huub van der Lubbe ‘Ik heb een groot hart’ zong, maar de kans is groot dat dat gelogen is. Edoch, het was toe­pas­se­lijk geweest, want tijdens het concert stond ineens de Woeste Wildebras voor mijn neus. ‘Sorry voor je fiets.’ Hij groette mijn Goede Vriend, zonder dat hij wist dat er iets onbe­doelds had plaats­ge­von­den en hij kuste mij als vanouds.

Ik was nog nau­we­lijks bekomen van het ongemak dat deze ont­moe­ting teweeg bracht, toen ik ineens hard opzij werd gedrukt door iemand die zich met een enorme rugzak door het publiek probeerde te wurmen. De Engelsman.

‘I’ve come to stay’, zei hij. Na Avignon was hij door­ge­reisd naar Spanje en onderweg had hij besloten dat hij bij mij wilde zijn. Dan maar geen relatie, als hij maar bij mij in de buurt was. En via via was hij erachter gekomen dat ik op dat moment in het Von­del­park uithing.

Na zijn relaas viel er een stilte. De Wildebras en de Goede Vriend fronsten hun wenk­brau­wen en ik mompelde iets van ‘bier’ en kneep er tussenuit.

Het was bij Dora’s Blik­ken­bar dat ik me rea­li­seer­de dat ik, die geen relatie had, verzeild was geraakt in drie relaties. En dat alledrie de schema’s gedoemd waren om, zoals het een goed Excel­do­cu­ment betaamt, volkomen vast te lopen.

Waarop ik nog maar een bier bestelde.
En nog maar een.
En nog maar een.

18 reacties

  1. ha! Ik was je kwijt! Ik las bij het NLC een verhaal waar jij op reageerde dat je daar ook al over had geschre­ven. Ik bekeek daarop braaf mijn rss‐reader, maar daarin stond je oude adres gewoon nog! Bela­che­lijk, ik heb je dus maanden niet gelezen. Nou goed, ik ben er weer, and I’m here to stay.

  2. @ ceebee: Welkom terug!

    @ allen: Het einde komt misschien nog. Ik had me niet zo gere­a­li­seerd dat het behalve een eye‐opener ook een cliff­han­ger was.

    En dank voor de com­pli­men­ten.

  3. Vrouwe Zezunja, ik zit momenteel een beetje om een column (voor in de plaat­se­lij­ke boekskes) verlegen. Daar dit verhaal bepaalde her­in­ne­rin­gen bij me opriep denk ik dat u mij een opening hebt verschaft waar ik dankbaar gebruik zal van maken :-)
    Nu u nog een ietwat opening en u kunt op zoek naar die schattige kin­der­wa­gen.
    Ik dank u,
    via een wer­ve­len­de buiging.

  4. Woehaa, flash­backs van memo­ry­la­ne…!
    Het was niet alleen voor jou een ver­war­ren­de zomer hoor, Zezunja, maar de over­heer­sen­de gevoelens blijven toch; zwoel, dronken, schaaf­won­den, ge‐4‐en zoenen op de Roxy‐dansvloer, Duveltjes uit de fles & lekkerrr!

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.