Dreadlock Holiday of: Spoorboekje van een impulsieve daad

7:00 uur
Ik slaapwandel door het huis, mijn wederhelft dommelt uit. Er is nog geen dreiging van een impulsieve daad, daarvoor ben ik te moe. De wereld bestaat uit koffie, lichtjes en wat gemompel tegen de poezen.

9:00 uur
De stilte wint ’t nog steeds van de storm. Ik ga aan het werk, als altijd rond deze tijd. Het huis, de poezen, mijn wederhelft: men wordt langzaam wakker. De dag gaat in slow motion uit de startblokken.

11:00 uur
We drinken koffie aan de keukentafel. We denken wat hardop. Een pingpongspel. Werk – Wereldpolitiek – Wij – En dan: ‘Ik wil mijn dreads terug’ – Ineens. Ik leg het uit. Ruim een jaar zonder. Geprobeerd te wennen. Niet gelukt. Mijn silhouet. Gemis. Identiteit.
‘We zullen sparen’, zegt hij. Voor een kapper.

13:00
Sparen duurt te lang. Mijn inborst is de ongeduldigste uit het assortiment. Ik werk door. Om de minuut afgeleid. Denk na. Over hoe. En wat. Waar. Wanneer. Waarom. Bij wie. Jaren ervaring. Ik weet het niet.

15:00
Ik noem het een dag. Het werk blijft liggen. Ik sta op. En ijsbeer. Sparen. Duurt te lang. Nu doen. Is te duur. Zelf doen. Is… Ja. En internet is mijn vriend, wederom. Veel tips. Weinig wat ik nog niet weet. Zelfvertrouwen.

17:00
‘First you start sectioning’. Acht vierkantjes. Dertig. En meer. Plukje haar. Staartje. Elastiekje. Plukje haar. Staartje. Elastiekje. Een rooster op mijn hoofd. Twee uur later krijg ik hulp. Met mijn nek. In de buurt van tachtig. Samen zijn we impulsief.

19:00
En dan moet het nog beginnen. Mijn hoofd bestaat uit tientallen staartjes. Fase 1. De geboorte van een duffels lammellengordijn. De avond is nog lang. Ik ga zelf verder. Mijn armen doen al zeer. De elastiekjes zijn klein. Mijn vingers pijlsnel beurs.

21:00
Tegenkammen. Backcombing. Touperen. ‘Use a metal comb’. Waarom, vraag ik me af. Ik pak een plastic kam. Drie tanden breken. Op de eerste dreadlock. Ik pak een ‘metal comb’. Boven mijn macht werken. Ik haat het. Tientallen staartjes. Ik haat het. Ten diepste.

23:00 uur
Mijn armen hebben elk een akkefietje. Met de zwaartekracht. De helft nog niet in zicht. ’t Gaat langzaam. En traag. En helemaal niet snel. Geduld voor de schone zaak. Spierpijn. Het lukt. En daarmee wordt het mooi.

01:00
Acht uur gewriemel. Met kammen. Elastiekjes. Haarvet. Mijn spiegelbeeld. Het is nog lang niet af. Sloddervos. Polletje Piekhaar. De bovenste plank. Ik geef het op. Vandaag is voorbij.

(36 uur later, na een reis als Polletje Piekhaar naar Amsterdam)

20:00
Spierpijn in m’n billen. Dat had ik niet verwacht van werken boven mijn macht. Het kruipt in je kont. Ik ga geduldig verder. Breng model aan. Ronddraaien. Haarvet. Ronddraaien. Vastmaken. Afknippen. En opnieuw. Telkens opnieuw. Nog tachtig.

22:00
De spiegel toont Tracy Chapman. Lauryn Hill. Hakim. Met wallen. En pijn. In mijn armen. Een beurse bil. Ik kijk docu’s. Van Tony Soprano over Irak, van Zembla over letselschadeadvocaten. Over Michel Siffre en de biologische klok. Een interview met Naomi Klein. Lang leve de tv. Anders is zo’n impulsieve daad niet te doen.

24:00 uur
Mijn vingers voelen bont en blauw. Mijn hoofd ook. Ik denk aan het vrouwtje. Dat gisteren op de bushalte vies naar mij keek. Leuven en dreads. We zullen zien of ik aan pek en veren ontkom. Ze worden wel steeds netter. De nacht nadert. Het einde nog niet.

01:00
Met een band om mijn hoofd zijg ik neder. Het voelt weer als een jaar geleden. Ik leg een vilten kussen op mijn kussen. Zo gaat-ie goed. Zo gaat-ie beter. Alweer een kilometer. Morgen nog een kwart te gaan.

(na een lange nacht wegens doodmoe)

12:00
Met goede moed begin ik. De kam is een slagveld. De ijzeren tandjes zijn allemaal krom. Voor sectioning moest ik hulp. Het dread maken doe ik zelf. Ook van achteren. Helemaal zelf. Boven mijn macht. En achterste voren.

14:00
Het lukt. Het gaat. Vooruit. Het eind. In zicht. Ik kan geen boe of ba meer zeggen. Geen haarvet meer ruiken. Geen elastiek meer zien. Nog even. Nog even. Nog even. Nog even.

(ik pauzeer)

17:00 uur
Nog eentje in mijn nek. En een boven mijn oor. En eentje in het midden. En eentje rechts. En eentje links. En eentje… Ik wil niet meer, ik wil niet meer, ik wil geen dreads meer maken, ik wil niet kammen elke keer, geen elastiek aanraken. Ik ben het helemaal zat.

19:00
Geen boe. Geen ba.

21:00 uur
Ik ben moe. Zo moe dat ik niet meer kan uitdrukken hoe blij ik ben dat ik klaar ben. Hoe blij ik ben dat ik het gedaan heb. Hoe leuk ik het vind. Hoezeer ik me onder dit afdakje thuisvoel. Hoe goed het is om af en toe een impulsieve daad te doen – ook al moet je er drie dagen vakantie voor nemen – een Dreadlock Holiday. Zo moe dat ik niet eens meer een mooie foto kon nemen. Zo moe, maar zo voldaan.