Erdoor

Ik zit er bijna door. Gelukkig stuurde de dove meneer van de boomgaardcamping gisteren een kaartje (de meneer heeft wegens hardhorendheid geen telefoon en om wat voor reden dan ook heeft hij geen e-mail, dus we sturen kaartjes over en weer – kijk, bij zo iemand wil ik wel op vakantie). Op dat kaartje stond: ‘Het station is 200 meter aan de straat. Naar de plaats is het 10 minuten te voet. Wij zijn een kleine camping van 3 tenten. Het sanitair is als op een natuurcamping: eenvoudig.” Dus ik zit er bijna door, maar zo’n kaartje houdt mij op de been. De meneer vergat nog te vermelden dat er een rivier is om in te zwemmen. Plons. Vooruitzichten te over.

Ik zit er bijna door, maar ik moet nog zoveel. Wat ik allemaal moet, is deels geheim, maar jemigdepemig, het is very fucking veel. Ik heb uitgerekend dat ik het allemaal niet red als ik alleen door de week overdag werk. Dus terwijl ik er bijna doorzit, moeten mijn avonden en weekenden er ook nog aan geloven. Mijn tandvlees vertoont sleetse plekken van het lopen.

Ik zit er bijna door. Het is ruim drie jaar geleden dat ik een vakantie van formaat hield, dat was slechts een weekje naar het buitenland, maar toch. Vorig jaar was ik nog een weekje op Ameland, maar toen was ik ziek en in het gezelschap van heel veel mensen. Dat is voor mij nauwelijks vakantie. Het is nog maar vier jaar geleden dat ik elk jaar bijna twee maanden op zomervakantie ging en verder elke drie weken minimaal een weekendje. Times, lieve lezers, times are a-changin’. En geld is een bitch.

Ik zit er bijna door. Ik ben moe, zo moe, zo moe. Pijn sloopt een mens. Slaapwandelingen zijn gevaarlijk. Afgelopen zondag werd ik wakker op de grond, nadat ik over Yuri geklauterd was. Deze keer was het mijn rechterschouder. Niet uit de kom, maar wel danig geblesseerd. Twee schouders defect en dan hele dagen tikken. De dokter zegt dat ik moet stoppen als het pijn doet, maar stoppen kan niet. Voorlopig niet. Stoppen doe ik bij de dove meneer. Dan stop ik.

Ik zit er bijna door. Op mijn weblog verschijnen vrijwel alleen nog maar lijstjes en linkjes. Dat is omdat ik er bijna doorzit. Niet zo lang geleden noemde ik dat gemakzuchtig webloggen. Het werd een voornemen. Maar gemakzucht impliceert dat het je gemakkelijk afgaat. Niets is minder waar. Het kost me moeite en het maakt me ontevreden. Ik wil schrijven. Mooi schrijven. Maar ik produceer alleen maar stront. Tenminste, zo voelt het.

Ik zit er bijna door. Over een maand woon ik hier een jaar. Ik ben trots op wat ik bereikt heb in dat jaar. Opdrachtgevers, poesjes, vrienden en geluk. Dat heb ik bereikt. En dat ik erdoor zit. Dat heb ik ook bereikt. Drie jaar geleden was ik overspannen, twee jaar geleden was ik ernstig ziek, dit jaar kreeg ik een klotediagnose en nu zit ik er bijna door.

Ik zit er bijna door. Maar ik ben veerkrachtig. Drie plaatsen op een camping, waarvan wij er een mogen hebben. Wat wil je nog meer? En in de toekomst ruik ik geld. Ik ruik het van een afstand. Over een maand mag ik trots zijn op dit jaar. En in augustus ga ik mooi schrijven. Dan heeft u er ook nog wat aan.