Gezocht: de ondernemer in mij

Het wil me maar niet lukken om mezelf als ondernemer te zien. Hoe hard men ook brieven schrijft naar de afdeling inkoop van Het eiland Neus, hoezeer ik ook afhankelijk dreig te raken van mijn btw-nummer, het ondernemersgevoel wil er maar niet in.

Op de lagere school had ik al iets tegen ondernemerskindertjes. Die waren luidruchtig en stoer, waarschijnlijk omdat ze tot zes uur ’s avonds het rijk alleen hadden. En op koopavond. En op zaterdag.
Ik was vermoedelijk gewoon jaloers.

In mijn familie zijn nauwelijks ondernemers te vinden. Ik kom uit een familie van onderwijzers, bestuurders en hulpverleners, van landbouwers en verzekeringsagenten en van een enkele vrijbuiter. Geen ondernemers.

Toen ik in Nederland al freelancend mijn geld verdiende, was het eenvoudig: ik boorde mijn contacten aan, splitste ze wat ideeën in de maag, schreef een artikel en een rekening en maakte het geld dat naar mij werd overgemaakt zo gauw mogelijk op. Daarna begon dit proces opnieuw. Ik had daarnaast en goede baan en een rijke man, dus daar kwamen geen ondernemerskwaliteiten aan te pas.

Het gevoel een ware ondernemer te moeten zijn, wordt vandaag de dag echter nijpender. Één opdracht is geen opdracht, ik moet over een jaar ook opdrachten hebben. Ik heb geen netwerk, geen bijbaan, geen oude bekenden, maar ik moet wél veel werk hebben én zeker werk. Dus ik moet aan acquisitie doen. Aan marketing. Aan pr. Aan klantenbinding. Aan ondernemersvriendschappen.

Mijn belastingen zijn ingewikkeld. Ik ben gemengd btw-plichtig, ik werk in twee landen, ik werk in het schemergebied van vorming, kunst, journalistiek en copywriting en ik heb de ballen verstand van Belgische belastingen. Ik heb een boekhouder, een btw-inspecteur en een startersconsulent met wie ik een warm contact onderhoud en ik zou baat hebben bij een financieel plan. Poepoeh. Tsjongejonge. Nounou.

Ik zou er bijna zenuwachtig van worden. Zenuwachtig van zoveel taakjes die geld kosten. Zenuwachtig van zo weinig vangnet, want geen recht op een uitkering. Zenuwachtig van zoveel verantwoordelijkheid – en dan heb ik nog niet eens kinderen. Zenuwachtig van mijn jacht op de opdracht to end all opdrachten. Zenuwachtig van het ondernemersgevoel dat maar niet wil komen.

Ik werk wel. Redelijk hard zelfs. Dus dat is het niet. En ik heb ook opdrachten. Maar ik werk niet als een ondernemer. Ik geloof dat ik mijzelf *kuch* meer als talent zie. Dus ik ben vereerd als iemand me wil hebben, daarna ga ik laten zien hoe goed ik wel niet ben en vervolgens blijk ik het niet zakelijk genoeg te hebben aangepakt, waardoor een opdracht te weinig oplevert – of erger: me geld kost.

En dan zie ik op tv van die programma’s waarin Britten of Australiërs leren een eigen onderneming op te starten. En jawel: instant schuldgevoel. Want: heb ik de markt wel goed verkend? Weet ik wat mijn concurrenten doen? Hoe wordt de omzet in mijn markt verdeeld? Waar liggen mijn kansen in de regio? Welk publiciteitsmiddel biedt mij de meeste kansen? Waaaah.

Meestal ga ik dan op zoek naar chocolade. En dan ga ik nadenken over mijn ondernemingsplan.

Mijn ondernemingsplan is als volgt: ik wil leuk werk, comfortabel werk, weinig schulden, een goede toekomst en voldoende vrije tijd. En dat doe ik door niet te investeren in personeel en andere humbug, maar gewoon door mooie stukkies te tikken en met goede ideeën op de proppen te komen. Ik leg mijn lot in handen van mijn adviseurs en doe ondertussen alsof ondernemerschap iets met talent te maken heeft.

Ja, en dat is dus volgens mij niet goed.