Het was het lamplicht op het tafelblad

De afgelopen dagen moest ik schrijven. Veel schrijven. Letters, zinnen, kilometers tekst. Ik had een nieuwe MacBook, het voelde luxe.

Als het ’s ochtends nauwelijks licht werd door de voortrazende regen, koos ik een plekje bij het raam, aan de keukentafel, met een kopje koffie met geschuimde melk. Ik tikte, dacht en staarde. Ik bouwde alinea’s, ideeën, werelden voor de lezer. Ik prees me gelukkig, met de sfeer, de juiste sloffen aan mijn voeten, de poezen naast me op de bank.

Op mijn MacBook zit bewust geen mail, geen rss-reader, geen favorietenlijst. Ik heb wel internet en contact met het hoofdkantoor (lees: mijn iMac), maar meer ook niet. Geen verleidingen. Een computer met rust.

De afgelopen dagen kweekte ik zitvlees. Zitten, denken, staren. Ik leerde tikken op de beperkte toetsen van een laptop. Ik maakte mijn wereld kleiner en de vreugde was enorm. Disicipline, concentratie, doorzettingsvermogen: het kwam als vanzelf. Omdat ik het leuk vond.

Het was Nat King Cole die maar dooremmerde. Het was de regen die met bakken uit de hemel kwam. Het was het negeren van het gewoel op internet. Het was de computer alleen maar scheppend gebruiken. Het was het lamplicht op het tafelblad.
Het was weten dat dit mijn werk is.
Het was blij zijn.