Hik stik stouw

‘Nee, zo moet het’, zeg ik terwijl ik haar uitleg dat ze ‘de overkant’ van het glas in haar mond moet nemen. ‘En dan moet je een beetje voorover bukken en proberen te drinken.’
Met veel moeite zuigt ze wat slokjes uit het glas terwijl ze langzaam rood aanloopt. Als ze weer omhoog komt, kijken we haar verwachtingsvol aan. ‘HIK’
‘Okee, mislukt’, zeg ik. ‘Je kunt ook nog proberen je adem tien seconden in te houden’. Als stimulans hap ik naar adem en blaas ik mijn wangen op. Zij doet hetzelfde, maar na twee seconden puft ze haar adem alweer uit. ‘Ik kan dat – HIK – niet zo lang’, zegt ze.
‘Wat je ook nog kan doen’, zeg ik, ‘is naar adem happen en dan zonder uit te ademen steeds een hapje lucht erbij nemen.’ Samen happen we naar adem, haphaphaphaphaphap-HIK.
‘Okee’, zeg ik, ‘dan zit er nog maar één ding op: hik stik stouw.’
We zeggen we het op. In koor. Langzaam. Trefzeker. Hik. Stik. Stouw. Ik. Geef. De. Hik. Aan. Jou.
Ze kijkt naar Yuri. ‘Hik’, doet die. En nog eens. ‘Hik.’
Haar ogen worden groter, haar mond, die normaal nooit stilstaat, valt open. Roerloos kijkt ze naar Yuri die een mooie regelmatige hik hikt.
‘En jij?’, vraag ik en ik prik in haar borst.
Ze kijkt naar haar roze truitje. Het schokt niet meer. Nee, schudt ze, haar hik is weg.
Maar dan beseft ze het proces. Geen hik = geen aandacht. En damoenie.
‘Kwilumtrug’, zegt ze tegen Yuri.
‘Dat kan niet’, zegt Yuri, ‘mijn hik zit al in dat glas water.’
Ze pakt het glas water, drinkt ‘m in één teug leeg en kijkt afwachtend naar haar buik. Maar helaas.
Ze schuift nog wat dichter op mijn schoot. Het einde van de aandacht is nabij.