Hoe het anders is – de huizen en de dokter

De serie Hoe het anders is bestaat uit kleinigheden die mijn leven as we speak veranderen. Die heel kleine, op het oog onbelangrijke verschillen tussen Nederland en België – of, zo u wilt, tussen Amsterdam en Leuven – zijn bepalender voor mijn clash of civilizations dan grote dingen als vrienden, nationaliteit of carrière.

De vorige afleveringen gingen over de bus en de uitverkoop en over de post en de politie, deze keer de huizen en de dokter.

De huizen

Huizen in België hebben iets spannends. Niet allemaal natuurlijk, maar het spannende huizenaanbod is vele malen groter dan in Nederland. Elk huis heeft zo zijn eigen ‘verrassing’; een spannende uitbouw, een onvermoede berg aan het eind van de tuin of een hofje met iconen uit de oudheid. Ik glip vaak openstaande poorten binnen om te zien wat erachter schuilgaat en regelmatig bijkt dat achter een doodgewone deur in een doodgewone straat nog een heel wijkje ligt, met voortuintjes en straatjes en petieterige huisjes.

Er zijn verschillende soorten Belgische spannendheid. Allereerst is er relatief weinig ‘moderne’ nieuwbouw en weinig ‘seriebouw’, waardoor, zeker in de stad, mensen algauw in een klassiek en uniek huis wonen. Weinig beton en nauwelijks eenheidsworst, dat is de spannendheid van weleer. Dat is fijn.

Een andere categorie is de hedendaagse manier van bouwen en bijbouwen. Hier in Leuven zijn de huizen veelal smal, doorzonwoningen vind je hier nauwelijks, maar mensen willen wel ruim wonen. En aangezien achter hun smalle huis vaak een lange smalle tuin ligt, valt er altijd nog wel een kamertje aan te rijgen. Vrijwel alle tuinen lijken op een architectonische variant van het dominospel – kunnen we er nog wat aan leggen? dan doen we dat! Ik heb de indruk dat een vergunning voor een derde uitbouw hier slechts een formaliteit is.

Het zal iets met de welstandscommissie te maken hebben, of met het gebrek eraan. Hoe dan ook: ik hou ervan. Het is niet altijd mooi, en zeker niet altijd praktisch, maar het is spannend, uniek en vaak ook heel gezellig. En het feit dat het mág, staat me aan. Dat je van je huis een bizar gedrocht met tal van uitstulpingen mag maken, dat is vrijheid.

Toegegeven: het loopt wel eens uit de hand. Sommige huizen zijn ronduit lelijk, of onveilig, of allebei. En wij Nederlanders maken daar in plaatsen als Brasschaat gretig misbruik van. Wansmaak mág in België, en dat zullen ze weten ook, die Belgen – bij deze bied ik plaatsvervangend mijn excuses aan.

Maar doorgaans pakt het goed uit. Men heeft zich erbij neergelegd dat huizen aan de achterkant uitpuilen. En aan de voorkant is het straatbeeld nog niet verpest door Oostblokbouw of anderszins goedkope, minimalistische, moderne architectuur. Ik hou daarvan.

Volgens mij zijn er twee redenen dat mensen hier ‘vrijer’ wonen. Enerzijds is hier, ondanks een razendsnelle bevolkingsaanwas, meer ruimte dan in Amsterdam. En, niet onbelangrijk, er lijken minder regels te gelden. Men woont hier in huizen waarvoor in Amsterdam geen woonvergunning zou worden afgegeven, omdat de voordeur te smal is, of de brievenbus te klein. Waar men in Nederland de neiging heeft op alle slakken zout te leggen, knijpt men hier algauw een oogje toe.

Het voordeel daarvan is dat er veel meer leuke huizen zijn. Het nadeel daarvan is dat er veel meer leuke huizen zijn met ernstige gebreken. Uitbuiting in de vorm van hoge huur voor een gammel huis ligt op de loer. Zeker in plaatsen als Leuven, waar huizen relatief duur zijn door de enorme vraag naar woonruimte van studenten.

En dan komen we automatisch bij de huurrechten. Hoewel ik me er niet heel grondig in heb verdiept, heb ik de indruk dat huurrechten hier iets anders betekenen dan in Nederland. Van puntensystemen hebben ze hier nooit gehoord, bij het vragen van borg is the sky the limit, contracten zijn vaak tijdelijk, niks huurbescherming, je moet het doen met een opzegtermijn, en zelfs met een huis van driehonderd euro per persoon per maand ben je overgeleverd aan de wetten van de vrije markt.

Nogmaals, ik heb me er niet in verdiept, dus misschien laten wij ons een oor aannaaien, terwijl die zaken eigenlijk puntgaaf geregeld zijn in de wet, maar tot nu toe is dit de indruk die ik ervan heb. Je hebt het contract (waarin de huurder doorgaans niet veel bescherming geniet) maar te slikken, want voor jou tien anderen.

Er valt nog zoveel meer te vertellen. Over de inrichting van de huizen, over koophuizen en hypotheken, over kraken en over het gebrek aan Hollandse gezelligheid. Maar gezien de lengte van dit stukje – en de dokter moet nog komen – kan ik de rest beter in de huizen (2) gieten. Afgesproken.

de dokter

Belgische artsen zijn exotisch en gewoontjes tegelijk. En juist omdat de verschillen tussen Amsterdamse en Leuvense dokters miniem zijn, is het schokeffect zo groot. Je verwacht geen verschillen meer, en dan ineens, klaboem!

Zo is daar de kwestie van het afrekenen. Ik heb daar moeite mee. Altijd al gehad. Ik heb graag dat de verzekering voor mij afrekent. En dat ik dan van hullie een berichtje krijg als ik nog iets moet bijbetalen. Maar dat ik eerst in de beugels lig – met eendenbek en al – en vervolgens mijn portemonnee moet zoeken om af te rekenen, daar kan ik maar niet aan wennen.

Bij de tandarts moest ik dat in Nederland de laatste jaren ook, omdat ik daar niet meer voor bijverzekerd was. Dat vond ik al heel idioot. Was ik net uitgebreid gemarteld, waarbij ik mijns inziens het hardst moest werken, moest ik vervolgens 88 euro overleggen. Ik ben een voorstander van giraal geld, waarbij de kosten van je gezondheid en je gezondheid niks met elkaar te maken hebben.

Edoch, de tandarts, dat gaat nog. Ik kan mijn gebit en mijzelf namelijk heel goed loszien van elkaar. Maar de huisarts, dat is andere koek. Ik vind het al vreselijk dat een huisarts alles van mij mag weten en zien, maar cash betalen voor het blootgeven van mijn binnenste…, pfff, met moeite.

Maar daar heb ik ook gelijk het enige nadeel van de huisarts getackeld, want voor het overige ben ik tevreden. Men lijkt het minder druk te hebben, ik kan altijd snel afspreken, ik hoef nooit extreem lang te wachten en de huisartsen die ik heb gezien, waren stuk voor stuk bijzonder vriendelijk.

Of ze capabel zijn, kan ik niet goed beoordelen. Ze zijn wel erg allround, want onderzoeken waar ik in Amsterdam voor naar het laboratorium moest, worden hier tijdens het consult uitgevoerd, geanalyseerd en besproken. Verder lijkt het erop dat ze – misschien om de indruk te wekken dat ze écht iets doen – je altijd met een receptje wegsturen. Soms leidt dat ertoe dat ik bij de apotheek voor 7 euro een crème koop die je ook voor 2 euro in de supermarkt kunt kopen. Maar kennelijk is dat de pleister op de wonde: een totaal overbodig receptje, niet eens bruikbaar voor de verzekering. Maar het werkt: ik voel me altijd serieus genomen.

Over die verzekering gesproken: het systeem lijkt in de verte wel een beetje op de basisverzekering, maar voor zover ik nu kan overzien is het minder duur dan in Nederland. Ik betaal iets van 70 euro per jaar en dan krijg ik van de meeste dingen 75 procent vergoed, ook van tandarts en fysiotherapie. Voor het overige kan ik me bijverzekeren, maar dat heb ik nog niet gedaan.

Ook over artsen valt nog veel meer te vertellen, maar voorlopig laat ik het hierbij. Ik heb vandaag al voldoende lettertjes gepoept.
Volgende keer: de supermarkt en de trein.