Hoe het anders is – de post en de politie

Sommige mensen kunnen niet geloven dat het echt anders is, hier, op ongeveer tweeëneenhalf uur rijden van Amsterdam. Maar dat is typisch een geval van: je moet erbij geweest zijn. De verschillen zitten ‘m niet in grote dingen als gastvrijheid, katholicisme of veeltaligheid, maar in kleine dingen als de bus, de post of de uitverkoop. In alledaagse gewoontes die anders zijn zonder dat iemand daar aandacht aan besteedt.

Vandaag de post en de politie.

De post

De post wordt rondgebracht door De Post. Dat vind ik mooi. En overzichtelijk. De Post. Goed, dat is al één pluspunt.

Maar er is meer. De Post komt twee keer per dag. Een keer voor de krant en een paar uur later voor de post. Ik ben er nog niet uit of dat een pluspunt is of een schaamteloze vorm van inefficiëntie, maar bijzonder is het wel. Voor mij dan. En chic. Hoewel ik mij gelijk afvraag wat al die veertienjarige jongetjes hier dan doen, als een krantenwijkje niet tot de mogelijkheden behoort. Kijk, daar hoor je nooit iemand over.

Die krant komt ’s ochtends tamelijk laat. In Amsterdam kon ik na een wilde nacht om half zes in al mijn scheelheid de krant doorbladeren, hier zou ik tot half acht op moeten blijven. Gelukkig verkeer ik tegenwoordig nog zelden in staat van scheelheid.

De post daarentegen komt dan weer heel vroeg. Om half elf komt de postbode op zijn fietsje voorrijden. Dat is vier uur vroeger dan in Amsterdam. Ik vind dat plezierig.

Verder lijkt de postbode ons te kennen en de mensen op het postkantoor ook. De postbode wist van onze worsteling met de post na de verhuizing en op het postkantoor werd er instemmend gehumd toen ik mijn adres noemde. Waarschijnlijk is dat in alle kleine steden zo, maar voor mij als Amsterdamse is het een openbaring.

En dan de postbezorging. Die is tamelijk laidback. Post uit Nederland doet er niet zelden twee weken over, zeker als die zonder priority is verstuurd. Maar mét priority kan het ook nog wel een week duren. En binnenlands verkeer is eveneens niet gegarandeerd binnen een dag elders. Ik kreeg onlangs een brief retour, wegens te weinig postzegels, die ik meer dan een week daarvoor had verstuurd. Goddank dat er e-mail bestaat.

Tot slot: de postkantoren. Die zijn dungezaaid en erg vaak dicht. Net als in Nederland dus.

De politie

De politie is hier niet de poolietsie, maar de pôliesie.

Voordat ik hier naartoe verhuisde, ben ik wel eens in handen van de rijkswacht gevallen, maar sinds ik hier woon ken ik de politie slechts van fluitjes en akkefietjes. En van de huisbezoekjes wanneer je je bij de gemeente inschrijft.

Eerst dat fluitje. Dat was toen ik bij Yuri achterop zat. Het is goed mogelijk dat achterop zitten in Nederland ook niet mag zonder stepjes, maar in Amsterdam heeft niemand mij ooit terecht gewezen met een fluitje. Ik vond het wel een sensatie. ‘Sjprietsjpriet’ op zo’n kruispunt, en dat dan iedereen naar je kijkt. Ik had echt geen flauw benul wat ik verkeerd deed.

En het akkefietje. Dat was met de fietsverlichting. Uiteraard. Weer. Ik fietste met Yuri in een slecht verlichte Leuvense straat en aangezien mijn Amsterdamse voelsprieten voor politiefuiken nog in een verhuisdoos zaten, fietsten we Pats, recht in een schijnwerper. Gelukkig deed mijn achterlicht het wel en kon ik met een vriendelijke glimlach jokken dat ik er nu pas achterkwam dat mijn voorlicht het niet deed. Ik kwam er met een waarschuwing vanaf. Precies als in Amsterdam dus eigenlijk.

Wat wel anders is, is het fietsgedrag. Fietsers mogen hier een heleboel straten niet inrijden – dat op zich is al opmerkelijk voor een Amsterdamse – maar wat nog veel opvallender is: ze houden zich eraan! Niet iedereen natuurlijk, maar het merendeel wel. Hoe vaak ik niet omrij omdat we volgens mijn gezelschap ergens niet in mogen. Dat heb ik in Amsterdam nog nooit als argument gehoord. Zou dat gezagsgetrouwheid zijn? En waar komt die dan vandaan?

Misschien van het uiterlijk vertoon. Tijdens evenementen, concerten, kerstmarkten en manifestaties is de politie altijd zichtbaar aanwezig. In grote mensenmassa’s ziet het altijd relatief blauw. En op tv zie ik de politie altijd handhaven. Of ze rapen jointpeuken in een park, of ze controleren auto’s op de snelweg of ze zijn op jacht naar boeven. De politie is qua beeldvorming nauwelijks je beste vriend.

Terwijl ik in Amsterdam nog nooit twee wijkagenten in één week gezellig aan de koffietafel had, omdat ze mijn inschrijving in de buurt kwamen checken. Niet dat we direct dikke maatjes waren, maar toch, het gebaar was er. En het verhaal van de politie-agent die aanbelde en tegen Yuri zei: ‘U had uw domiciliëring moeten regelen.’ Waarop Yuri zei: ‘Ja, excuseer, dat had ik allang moeten doen. Ik zal het gauw in orde maken.’ Waarop die agent zei: ‘Dat is geen probleem. Ik heb de formulieren bij me. U kunt ze nu even invullen en dan geef ik het door aan de gemeente.’

Okee, okee, dit is natuurlijk een kwestie van niet mis te verstane controle, maar voor luie mensen als ik, van die Senseo-mensen, is het toch handig als de gemeente door middel van de poeliesie naar je toekomt om je inschrijving te regelen. Dat je niet zelf een nummertje hoeft te gaan trekken.

Tot zover de politie en de post.
Volgende keer: de bus en de uitverkoop.