Hoe ik mij heus geen oor liet aannaaien

Ik mag van mijn ouders voor mijn aanstaande verjaardag een goedkope elektrische gitaar uitzoeken en omdat ik er bij de Cash Converters in Amsterdam (dat is een tweedehandswinkelketen) een boel had gezien, was dat mijn eerste halte. Er stonden een stuk of vijftien gitaren, waarvan ik als leek moest beoordelen of er een goede tussen zat. En hoewel ik al zeventien jaar een beetje gitaar speel, ben ik een heusche onbenul als het gaat om elektrische gitaren.

Omdat ik toch niet gelijk zou beslissen welke gitaar het moest worden, noteerde ik rustig wat gegevens die ik dan later met mijn gitarist Dwarzand kon bespreken. Sommige hadden namelijk meer knoppen en andere minder en sommige hadden één element, sommige drie en andere vier.
Vertaling voor de nog grotere leken dan ik, omdat die anders de clou niet snappen: je kunt de elementen, dat zijn de onderdelen op een gitaar waarmee het geluid wordt opgevangen, met die knoppen harder en zachter zetten, en meer hoog of laag in het geluid draaien.

Na deze korte maar broodnodige toelichting, even verder met mijn verhaal. Omdat ik weet dat de dames en heren van de Cash Converters met evenveel enthousiasme een Tefal wafelijzer verkopen als een Fender Stratocaster, was ik al op mijn hoede, maar omdat ik ooit erg goed advies van een Cash Converter had gekregen inzake een tweedehands mountainbike, gokte ik dat ze misschien een heel piepklein beetje verstand van gitaren zouden hebben.

‘Meneer, mag ik u wat vragen’ vroeg ik aan een man die er vooral uitzag of hij vreselijk goed verstand kon veinzen.
‘Maar natuurlijk, wat wilt u weten?’, vroeg hij.
‘Nou, er staan daar in de hoek wat elektrische gitaren’, ik wees ze aan. ‘En sommige daarvan hebben drie en sommige vier elementen. Weet u wat het verschil is? Wat mis je als je er maar drie hebt?’

De man keek verdwaasd bij het woord ‘element’, maar omdat hij door had dat mij wel iets te verkopen viel, zag ik tegelijkertijd een adrenalinestoot door zijn lijf trekken. Hij zou dit varkentje wel eens even wassen, dat was duidelijk.
Hij kneep zijn ogen samen en zonder al te lang na te denken, zei hij: ‘Dat zijn basgitaren, er staan namelijk gewone gitaren én basgitaren.’
Ik fronste. Dit leek me een typisch geval van op-een-frituurpan-
zit-alleen-een-uit-en-aanknop-dus-ik-weet-het-eigenlijk-ook-niet.
‘Nou uhm’, zei ik, ‘ik weet wel hoe een basgitaar eruitziet, maar ik heb het nu even alleen over de gitaren.’
Domper, moet de man gedacht hebben. Hij kwam er niet mee weg, en neem van mij aan, dat overkomt zo’n Cash Converter niet vaak. Zijn woord is doorgaans wet, of het nou over de broodmachine, de Epilady of de Stairmaster gaat.

Eigenlijk wilde ik het daarbij laten. Iemand die mij op de mouw wil spelden dat een gitaar met vier elementen een basgitaar is, kan mij alleen maar verder van huis helpen. Maar hij kwam strijdvaardig achter zijn deskje vandaan, in de hoop dat als à­k precies zou aanwijzen wat ik bedoelde, hij fijntjes kon schamperen ‘Ha! Ja mevrouwtje, dát is nou een basgitaar!’
Ik wees op de gitaren met vier en de gitaren met drie elementen. ‘Daar moet toch verschil in zitten’, zei ik, terwijl ik het eigenlijk al had opgegeven.
Hij bestudeerde ze kortstondig van heel dichtbij, keek daarna paniekerig om zich heen en zei toen: ‘O, dat is gewoon voor de sier.’
‘Ja’, zij een collega van hem die er bij was komen staan. ‘Dat is gewoon voor de sier.’
Ik kan me herinneren daarna met mijn ogen gedraaid te hebben. Verder weet ik niets meer.

Niet veel later koos ik in samenspraak met Dwarzand bij een andere winkel een spiksplinternieuwe Squire Bullet uit. Die valt binnen het budget en is waarschijnlijk beter dan wat er bij de Cash Converters stond. Én, niet onbelangrijk, de Bullet heeft maar één element en is tóch geen viool.