Ik was even aan het werk

Dat werk is toch iets raars. Alleen al het feit dat ik ‘ondernemer’ ben en ook als zodanig wordt aangesproken: om te proesten, zo not me. Onlangs zag ik een compilatietje van toespraken van Pim Fortuyn en Rita Verdonk. Tamelijk hilarisch, omdat je ziet hoe Verdonk op goedkope wijze haar oneliners gecopypaste heeft van de heer Fortuyn. Maar ook ontluisterend, omdat beide poltieke wisecracks het voortdurend over de ondernemers hadden en ik me toch een potje zat te glimmen op de bank! ‘Zelfstandig ondernemers zijn de ruggengraat van de samenleving!’ En jawel hoor, daar ging ik: glimmmmmm! ‘Zij die de economie dragen: de kleine ondernemer.’ En hoppakee, trots! That’s me. Ik had bijna de neiging om op mijzelf te gaan zitten wijzen. ‘Lief, ze hebben het over mij.’ Kennelijk vind ik het dus übercool dat ik ben ingelijfd bij de wereld van de double breasted met gouden knopen en een sigaar. Zo raar is het dus eigenlijk met werk.

En nog iets anders.
Ook raar.
Ik lag laatst op de bank, voeten omhoog, na te denken over ondernemerschap. Dat wordt bij mij al gauw een merkwaardige exercitie, omdat ik enerzijds een heel kinderlijk beeld heb van ondernemerschap: winkeltje spelen. En anderzijds geloof ik dat de enige manier om echt rijk te worden, bestaat uit heel goed winkeltje spelen. Kortom: daarover nadenken leidt tot gedachten over winstmarges, wapenhandel, vakken vullen en voordeelweken. En ik kom altijd tot de conclusie: ik moet personeel. Want er is namelijk een groot verschil tussen mij en de ondernemers waarover ik lees in de bladen. Iedereen verlaagt de prijs en mijn enige doel is: de prijzen verhogen. Dat is raar. En vast niet goed, qua concurrentie en zo.

Maar ik ben erachter hoor – wat benen omhoog al niet vermag. Kijk, je moet dus personeel hebben om je inkomstenverlies op af te wentelen. Want als ik mijn prijzen verlaag, verdien ik minder, en dat is niet de bedoeling. Dus ik vroeg me af, hoe doen al die gasten dat, al die VVD-vriendjes? *kuch* En toen dacht ik: die verlagen de prijzen en gaan zelf meer verdienen. Dat moet toch ergens vandaan komen? Codewoord: personeel. Maar we hebben al drie poezen en dan ook nog personeel? Geen denken aan. Conclusie: ik zal altijd die sukkel blijven die haar prijzen verhoogt. Het is niet anders, maar raar is het wel.

Er is nog iets raars. Dat weblog. Dat voelt ineens als werk. Da’s helemaal niet goed natuurlijk, maar het is. De hele dag dansen er lettertjes door mijn kop en op het scherm, en voor die lettertjes word ik betaald. Ik bedenk duizend keer een begin-midden-slot. Ik bedenk kleine stukjes, grote stukjes, saaie stukjes, mooie stukjes en aan het eind van de dag komt er een moment dat de betaalde lettertjes overgaan in onbetaalde lettertjes. Vaak gaat dat goed, dan dansen de lettertjes uitbundiger, omdat ze van mij zijn en niet van de opdrachtgever. Maar soms lukt dat niet, dan voel ik me als een loodgieter die ’s avonds thuis ook nog even in de gootsteenkastjes gaat liggen. Zie verder afgelopen week. Excuses daarvoor. Verder verbind ik daar geen consequenties aan hoor, ik verzin wel weer een manier om de moed erin te houden, maar dat u even weet waarom ik soms zo ontzettend stil ben.

En mocht u zich afvragen wat er nou ook alweer met werk is: er is iets raars met werk. Wat ik u brom.