Maar wat bleek: de quasi‐kunstenaar was niet zo leuk

Netwerken, ik ben er niet goed in. Het moet vanzelf gaan. Als ik vanzelf mijn familie wil bezoeken, dan doe ik dat. Als ik een opdracht wil, dan moet men mij als vanzelf een opdracht gunnen. Altijd. Gewoon. Vanzelf.

Maar soms werkt ‘t niet zo en dan moet ik naar buiten – brrr. Naar bij­een­kom­sten waar ik anders nooit kom, met mensen die ik anders nooit zou ontmoeten. Neem de zoge­naam­de net­werk­brunch, laatst. Daar ging ik als import‐Belg: klaar voor het grote inte­gre­ren. Met slaap in de ogen – brunchen is niet zo mijn ding – maar niettemin open­min­ded als een oude hippie. Schoor­voe­tend in het zonlicht, een glas champagne, een glimlach, een hand. Maar verder bleven we eenzaam en alleen. Het ging niet vanzelf.

Tot de quasi‐kunstenaar bij ons kwam staan. Eindelijk. Dat ging vanzelf. Ik slaakte een zucht en liet me nog maar eens bij­schen­ken. Maar wat bleek: de quasi‐kunstenaar was niet zo leuk. Tsja, en dan zit ik dus al onwrik­baar op het verkeerde spoor. Ik had me namelijk al helemaal verzoend met het idee dat het deze keer vanzelf ging – ook al was hij nogal arrogant. En dat ik dus moest pakken wat ik pakken kon – ook al was hij niet zo sym­pa­thiek. En dat ik hier de stam van een fiks boom­di­a­gram te pakken had – ook al was hij niet echt attent. Een kun­ste­naar die mij een netwerk van jewelste zou opleveren – ook al kwamen we niet verder dan wat kroegtalk. Dus ik was ver­ma­ke­lijk, glim­lach­te schalks, peuterde een e‐mailadres los, nodigde mijzelf uit als zangeres, sloeg ‘m joviaal op de schouders en deed alsof ik ‘m al jaren kende.

Thuis­ge­ko­men raakte mijn meer­vou­di­ge per­soon­lijk­heid totaal in de knoop. Ik mocht niet klagen, want deze vre­se­lij­ke jongen was vanzelf naar mij toe­ge­ko­men en ik kon als vanzelf aan zijn vre­se­lij­ke netwerk worden toe­ge­voegd. Dus wat was nou het probleem?

Waarop ik hem een mailtje stuurde met de mede­de­ling dat ik momenteel niet op zoek was naar een muziek­groep­je, maar dat ik wel alvast een mailtje stuurde zodat hij later zou weten wie ik was, mocht ik hem ooit nodig hebben in mijn netwerk. Gek genoeg heeft hij nooit gere­a­geerd.

Vanaf vandaag beperk ik mij tot stukjes om en nabij de 350 woorden. Lijstjes, lappen tekst, linkdumps en luie lul­stuk­jes zullen nog slechts uit­zon­de­rin­gen zijn die de regel beves­ti­gen. In de beperking toont zich de meester. We zullen zien.

12 reacties

  1. madelief

    “(…) maar dat ik wel alvast een mailtje stuurde zodat hij later zou weten wie ik was, mocht ik hem ooit nodig hebben in mijn netwerk.” Hahaha!!! Die vind ik ge‐wel‐dig. Hulde!

  2. iskander

    Waarom beperken?
    De “Lijstjes, lappen tekst, linkdumps en luie lul­stuk­jes” zijn voor mij juist een van de redenen op jou log elke dag te komen lezen.

  3. @ de dames neer­lan­di­ci: ik had juist nog nooit van beschrà¤nkung gehoord. Maar mijn Duits is dan ook onge­ë­ve­naard slecht.

    @ gewebkijk: Ja, 15 november is de nieuwe 1 januari. ;)

    @ Blogbaas: En wie is dan Goethe? Jij? Ik? De niet‐leuke kun­ste­naar? Of de broer van Elvis?

    @ madelief: Ik schaam me er nog steeds een beetje voor, maar soms vaart er iets in mij en dan word ik zo.

    @ iskander: Daar was ik al bang voor. Ik denk altijd dat het mijn zwakte is dat ik als een ongeleid pro­jec­tiel dingen plaats. Misschien ga ik dit gewoon tot de jaar­wis­se­ling volhouden en dan daarna weer ongeleid doen. Wat dacht je?

  4. J

    grappig, er zit voor mijn gevoel een tegen­strij­dig­heid in. Bij je familie ben je actief (niks vanzelf), bij netwerken niet. Net als bij je familie zou je ook kunnen denken “dat lijkt me een inte­res­sant mens, daar ga ik een praatje mee maken.” Zijn er geen inte­res­san­te mensen, dan niet.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.