Magnums waren nog nooit zo gevaarlijk

Eerst was het nog heel aardig, het was immers eerste kerstdag. De man op het station in Mechelen die eruit zag of hij zijn tulband thuis was vergeten, had witte klodders op zijn broek en de jongen met het petje gaf hem papieren zakdoekjes om die klodders weg te vegen.

Daarna was het zelfs even nóg aardiger. De klodders zaten namelijk op zijn achterbeen en de jongen met het petje was zo toeschietelijk dat hij wel even in een baltsdans om de man zonder tulband heen wilde draaien, om zodoende die klodders eraf te halen.

Maar daarna werd het ugly. De man zonder tulband riep ineens heel hard: ‘My bag! My bag! Where’s my bag?
De jongen met het petje holde even verderop de roltrap die omhoog ging af. Ik wees naar hem. ‘There he goes!‘ Maar de man zonder tulband was niet erg geoefend in het afdalen van roltrappen die omhoog gingen, dus hij moest helemaal naar de andere kant van het perron om zijn belager te volgen.

Onze trein kwam aan en we stapten in. De man zonder tulband helpen, was ondenkbaar, wegens bagage en het feit dat het af lopen van omhooggaande roltrappen ook bij ons thuis niet regelmatig wordt geoefend. Maar in de trein zaten we vervolgens toch wel erg van ons à  propos te wezen, het was immers eerste kerstdag en het leek allemaal zo aardig.

Moraal van dit kerstverhaal:
1. Scrooge rules, want je weet tenminste wat je aan ‘m hebt.
2. Aardige mensen met Magnums zijn evil.