Mensen die neerzijgen, ondergedompeld in een betere wereld

Gisteren kreeg ik een brief die bespoten was. Met aardbeiengeur. Van de Fortis. Ik geloofde het eerst niet. Rook aan de envelop: niks. Aan de brief: wah! Aardbeien. àœberartificiële aardbeien.

Vroeger droomde ik ervan om brieven met geurtjes te krijgen. In mijn wereld van suikergoed was een brief met een geurtje versturen en weten dat je geliefde zijn neus tegen de brief zou drukken een daad van opperste romantiek. Helaas was ik pas acht en was de enige die haar neus tegen mijn brieven drukte mijn oma. Brieven met geurtjes horen bij de pre-kalverfase.

Maar hoewel ik tegenwoordig een weekendje Parijs prefereer boven fabrieksluchtjes in een envelopje, werkt mijn Pavlov-geheugen nog als een tierelier. Dus toen ik de brief van Fortis opendeed, maakte mijn hart een sprongetje. ’t Was een reflex. Ik kon het niet helpen. Ik was blij met een brief met een vies geurtje.

In een ijssalonwalm las ik dat Fortis mede-eigenaar is van ABN AMRO en dat men klaar is ‘voor een geweldige, nieuwe uitdaging’. En dat Fortis ”gewoon’ blijft wat ze altijd was: de bank waar de klant centraal staat’. En dat Fortis er samen met ABN AMRO ‘iets heel moois’ van wil maken.

Ja, en dan denk ik dus what the fuck?! Men stuurt een massamailing van omgehakte bomen, met daarin een lading holle frasen waar je u tegen zegt, die allemaal bespoten zijn door een onderbetaalde Chinees zonder gasmasker met een grote aardbei op zijn rug. En daar moet ik blij mee zijn?

Ik vraag me dan gelijk af hoeveel mensen er gerustgesteld raken van zo’n brief. Of er mensen zijn bij wie de buikspieren zich direct ontspannen bij het lezen van zinnen als ‘We gaan de nieuwe organisatie op zo’n manier vormgeven dat u daar als klant optimaal profijt van heeft’. Of er mensen zijn die na een zin als ‘We willen u het beste uit twee ‘bankwerelden’ bieden.’ zeggen: ‘Riet, doe mij maar een pilsje, alles komt goed’. Of er mensen zijn die de vermaledijde aardbeiengeur ruiken en vervolgens gelukzalig neerzijgen, ondergedompeld in een betere wereld. Dat vraag ik me af.

En dan denk ik aan mijn hart en hoe dat per ongeluk tóch een sprongetje maakte. En dan vrees ik het ergste.