Overgave of: hoe ik deemoedig het hoofd buig en alaaf zeg

Het einde van de vakantie is als totale overgave. Een witte vlag, handen omhoog, en onderwijl heel hard genade roepen. Zoiets.
Tenminste zo was het. Zo was het in mijn jaren als redacteur. De maandag na de vakantie begon altijd met een redactievergadering en met het gegeven dat we te lang vakantie hadden genomen, waardoor het eerste nummer van het nieuwe werkjaar binnen tien dagen bij de drukker moest liggen. Al na de eerste vergadering en het kortstondige moment dat het gezellig was om mijn collega’s terug te zien, hief ik de witte vlag, om vervolgens in een allesverzengende heimwee naar nog meer vakantie de eerste interviews uit te zetten.

Ook als docent riep alles in mij om genade als ik de eerste maandag na een bizar lange onderwijsvakantie op het Amstelstation mijn les stond voor te bereiden. Het perron stond vol met puisterige studenten die ik ervan verdacht twee uur later met een glazige Lloret de Mar-blik mijn klaslokaal te bevolken.
Ook in het onderwijs gold natuurlijk dat het op de schouder beuken van collega’s na twee maanden best leuk kan zijn. ‘Hee, hoe is het?’ ‘Waar ben jij geweest?’ ‘Wat ben je bruin!’ Of het moment dat collega’s je ineens gaan kussen! Kussen! Omdat ze je twee maanden niet hadden gezien! Haha! Daar schrok ik altijd heel erg van. Maar dan volgde onverbiddelijk dat vooruitzicht van een jaar lang onder hoge werkdruk het dode paard tot leven wekken; een school die zucht onder schaalvergroting en onderwijsvernieuwing in weerwil van alles de toekomst in loodsen. Mijn eerste zin in mijn eerste les na de vakantie was steevast ‘Genade!’.

Maar nu is alles anders. Ik hoefde geen witte vlag te heffen, want ik was zelf de aanstichter van het onheil. Ik had besloten wanneer ik vakantie zou nemen en ik had bepaald wanneer die vakantie weer voorbij zou zijn. Afgelopen maandag. En ja hoor, ik kon mezelf best om genade vragen, maar als ik maandag niet zou werken, dan zou ik zaterdag moeten werken, zo heb ik dat nou eenmaal ooit met mezelf afgesproken.

Kortom: ik was ontheemd als slachtoffer. Ik kon geen vuist heffen tegen de hemel, omdat iets buiten mij mijn vakantieverlangen belemmerde. Ik moest deemoedig het hoofd buigen en vaststellen dat elk verweer zinloos was. Het lot van de zelfstandige: je hebt het altijd zelf gedaan. En damn, dat was een feestelijke vaststelling. Deze keer verwelkom ik het nieuwe jaar met een ferm Alaaf!