Stinkstokje

Mij werd een heel akelig stokje toegegooid. Door Ania. Het is me niet helemaal duidelijk wat er van me verwacht wordt, maar dat dit stokje slecht is voor mijn imago, dat staat vast. Het gaat namelijk over roken en over wanneer je stopt, of waarom je nooit bent begonnen, of zoiets (zie hier).

Slecht dus. Want ik weet niet meer hoe vaak ik al gestopt ben op Zezunja’s Zotisch Weblog, maar dat ik in de ogen van mijn lezers een Zezunja zonder ruggengraat ben, én een groot gebrek aan doorzettingsvermogen bezit, staat buiten kijf, dunkt me.

Kijk, ik weet wel beter. Ik heb namelijk altijd goede redenen om weer te beginnen. Neem bijvoorbeeld die keer dat ik na zeven maanden vond dat ik wel bewezen had dat ik kon stoppen. Dat was voor mij een heel goede reden om op Schiphol een fijn pakje Gauloises te kopen, zodat ik met de zon op mijn kont peuken in het Griekse zand kon uitdrukken.

Of die keer dat ik dacht dat ik het beste kon stoppen als ik elke avond een jointje mocht roken, want ik was tenslotte niet tegen genotsmiddelen, maar wel tegen de hele dag doorpaffen. Met als gevolg dat ik, toen er geen stuff in huis was, besloot dat ik dat het beste kon oplossen door een sigaretje te roken. Eentje maar. Ahum. Maar een goede reden was het wel.

Inmiddels zijn mijn goede redenen op. Ik ben oud en wijs geworden. Oud door het roken – mèn, wat een rimpels – en wijs door alle mislukte stoppogingen. Zo weet ik inmiddels: men stopt het best niet in de zomervakantie. Men stopt het best niet op basis van drogredenen zoals: als ik stop met roken ga ik vast zoveel sporten dat ik helemaal geen tijd meer heb om te roken. Ook stopt men best niet in tijden van talloze feestjes met overvloedige alcoholconsumptie. En verder stopt men best niet met het idee dat het heus wel mee zal vallen.

Want zoveel staat vast: het valt niet mee. Nooit niet. Tenminste, niet als je al twintg jaar zo’n overtuigd roker bent als ik.

Deze keer heb ik het slim aangepakt. Eerst ben ik begonnen met buiten roken. Waarschijnlijk is dat in de winter een stuk effectiever, omdat het dan ronduit vervelend is om buiten te roken. Nu is het heel plezierig. Een beetje kijken naar de wuivende zonnebloemen, een beetje cicades vervloeken die onze kruiden opeten: allemaal heel fijn en relaxt.

Maar toch: buiten roken haalt al een heleboel gewoontes onderuit. Ik rook niet meer als ik computer, ik rook niet meer voor het slapen gaan, ik rook niet meer bij de tv en ik rook niet meer als ik stukkies tik. Dat scheelt een slok op een borrel, kan ik u vertellen.

De volgende stap die ik deze keer nam, was vies gaan roken. Dat wil zeggen shag (wat ze hier tábak noemen). Ik vind shag smerig, terwijl ik in de early days van mijn rookcarrière vrijwillig shaggies rolde. Heden ten dage ben ik een slechte roller, ik draai te strak en ik vind sigaretten zonder filter sowieso heel vies. Hoewel het niet heel veel helpt, je raakt immers ook aan vieze dingen gewend (zie verder het feit dat ik überhaupt ooit ben begonnen), heeft het toch een positief effect. Al was het maar omdat ik goede hoop heb dat ik op een dag denk: dit is echt – heel – erg – vies.

Kortom: ik ben nog niet gestopt, maar ik ben wel ouder en wijzer en ik heb het idee dat ik mezelf in een deugdelijke afkickprocedure heb ondergedompeld. De komende weken, met veel stress, veel feestjes en veel vakantie is niet de periode om de laatste stap te zetten. Maar na de vakantie zal ik mijzelf eens een poepie laten ruiken. In de zin van dat ik dan stop en dan in staat zal zijn om poepies weer echt te ruiken.

Wegens apporteerangst gooi ik stokjes al sinds jaar en dag niet verder. Als estafetteloper zou ik al lang en breed gediskwalificeerd zijn, maar hee, het mag inmiddels wel duidelijk zijn: ik sport niet, ik rook.