Zoek de Sjeik of: hoe ik mijn belastingformulier invulde

Er zijn maar weinig klusjes voor mijn werk waar ik géén computer bij nodig heb, dus toen ik gisteren vond dat ik onze tuin maar eens moest inwijden, qua lente en 2007, moest ik iets bedenken dat ik buiten kon doen zonder dat ik zou gaan zitten lanterfanten. Het is al moeilijk genoeg om in je uppie dag in dag uit discipline te tonen en elke dag ongeveer acht uur te werken, dus om nou bij elke zonnestraal gelijk de boel de boel te laten, dat leek me geen goed plan.

Al peinzend over een zinnige tijdsbesteding botste ik op mijn Nederlandse belastingformulieren. Damn, dacht ik, het is al zowat 1 april. Gelukkig bleek je als emigrant sowieso uitstel te krijgen en toen ik een en ander eens nader bestudeerde, begreep ik dondersgoed waarom. Tweeënzestig fokking pagina’s invulwerk. O hel! Niks digitaals bij zo’n emigranten/immigrantenforumulier, dus de gegevens van het jaar daarvoor probleemloos overnemen was er niet bij. Daarbij heb ik vorig jaar een huis verkocht, dus er kwamen nogal wat paperassen aan te pas. En bij de belastingdienst zijn ze zo listig geweest om elke pagina maar één keer te nummeren, hoewel beide kanten ingevuld moeten worden. Dus die 31 lousy pagina’s zijn een grote dikke leugen.

Maar goed, de zon scheen, ik had een onverwoestbaar humeur, ’s ochtends had ik al redelijk veel werk verzet en ik zat boordevol energie.

Evenals de katten. Die zaten ook vol energie. En daar wil ik naartoe met dit stukje. Want volgens Irene van Serendips zijn 27 en 28 maart Katten In Weblogs-dagen en omdat ik een poezenlog heb (voor wie het nog niet wist, kijk maar) kan ik natuurlijk niet achterblijven.

Verder met gisteren: hoewel ik een heel eind kwam met mijn belastingformulieren, bleven ze me afleiden, die k**katten.
Zo had ik op een zeker moment een mevrouw van de belastingtelefoon aan de lijn, met wie ik een waanzinnig surrealistisch gesprek voerde.

Z: Ik begrijp vraag 19 niet, want ik had nog geen onderneming in 2006, dus vul ik Nee in, maar dan moet ik die vraag volgens het biljet toch invullen.
MW: Maar die vraag is niet op u van toepassing.
Z: Precies! Dat zeg ik.
MW: Die vraag mag u overslaan.
Z: Nou, dat zegt u wel, maar als ik Nee invul op de vraag of ik een onderneming had, staat er: vul vraag 19 in.
MW: Dat hoeft niet.
Z: Maar waarom staat dat er dan?
MW: U leest het verkeerd.
Z: Ik lees (bladiebladiebladieblaenzovoortetcetera).
MW: Ja, dat staat er wel, maar u leest het verkeerd.
Z: Maar wat lees ik dan verkeerd?
MW: Nou gewoon, dat u die vraag niet hoeft in te vullen!
Z: Maar er staat: vul vraag 19 in, hoe kan ik dat in hemelsnaam verkeerd lezen?
MW: Die vraag is niet op u van toepassing.
Z: Goed, ik ben dus weer eens veel te gedwee.
MW: Wat zegt u?
Z: Laat maar. Vriendelijk bedankt.

Nu vraagt u zich natuurlijk af wat dit met katten te maken heeft. Welnu, toen ik klaar was met telefoneren bleek dat kleine Sjeik mijn beker melk in zijn geheel had leeggedronken. En aangezien ik wel eens vergeet dat je Sjeik in de smiezen moet houden, had hij zijn kans schoon gezien en was hij ook maar gelijk begonnen aan het verorberen van de leveringsakte van de verkoop van mijn huis. Sjeik eet namelijk graag papier.

Niet veel later zat ik met J aan de telefoon (ja, heus, ik was nog steeds aan het werk, hoewel dat misschien niet zo klinkt) en toen zag ik Sjeik ineens in onze Zuid-Franse muur verdwijnen. Nou is onze Zuid-Franse muur niet zomaar een muur, maar een muur met een berg erachter. Met andere woorden: Sjeik verdween naar een plaats waarvan ik in de illusie verkeerde dat het daar massief was. Niet dus.

Ik kneep mijn billen samen en zei: ‘Wacht even J, Sjeik verdwijnt in de muur en ik ben bang dat-ie daar nooit en te nimmer meer uitkomt.’ Ik tuurde in het gat en zag alleen maar wat ik al verwachtte: een zwart, donker, veel te klein gat. Een gat waarvan ik vermoedde dat hij daar letterlijk zijn kont niet kon keren en ik wist niet of Sjeik in al zijn jeugdigheid al in staat was achteruit naar beneden te lopen.

‘Nog even wachten hoor J, want ik kan me niet concentreren op dit gesprek als ik met samengeknepen billen zit.’

J had gelukkig alle tijd en samen wachtten we op Sjeik. Na een tijdje vond Sjeik het mooi geweest en knipperend van het zonlicht stak hij zijn hoofdje weer naarbuiten. Kennelijk kon hij dus wel keren, wat te denken geeft over de stabiliteit van de berg, die toch een deel van het centrum van Leuven moet dragen. En over de stabiliteit van onze Zuid-Franse muur. Maar goed, we hopen er het beste van.

Om terug te komen op de kop van dit stukje en op mijn belofte dat het echt over katten zou gaan vandaag: Zoek de Sjeik.
Klik op de foto bovenaan in dit stukje en bestudeer het zoekplaatje goed. Er staat namelijk behalve de Zuid-Franse muur, mijn paperassen die nodig waren bij het invullen van het belastingformulier en de magnolia op de berg, ook nog een poesje op.