A little more information than… en waarom ik dat niet erg vind

Elsewhere schreef het gisteren nog: way too much information. Dat ging vermoedelijk over dat zeiken in de wasbak, hoewel ik niet uitsluit dat ze een teringhekel aan Krezip heeft. Hoe dan ook, haar reactie sluit naadloos aan bij de vraag van Nina die ik nog zou beantwoorden. Wat is publiek en wat is privé, en in hoeverre zitten mijn familie/collega’s/vrienden op mijn schouder als ik schrijf.

Welnu, ik heb een paar ijzeren wetten: geen foto’s van anderen op internet zetten (tenzij een oog of wazig in de achtergrond), geen info over anderen verstrekken op internet, geen concrete medische info over mij en anderen en… uh… dat is het wel zo’n beetje.

In het begin, vier jaar geleden, dacht ik daar anders over. Toen schreef ik vrijwel niets persoonlijks, mijn ware identitiet was niet bekend en er stonden ook geen herkenbare foto’s van mezelf op mijn site. Gevolg: mijn stukjes hadden kraak nog smaak en ze hadden bovenal niets met mij te maken. Niks aan dus.

U kunt het navragen bij mijn vrienden: ik bén een uitgesproken mening, ik bén een liefhebber van smeuïge details, ik choqueer graag en ik werp graag knuppels in hoenderhokken c.q. proefballonnetjes in de lucht c.q. mijzelf in de openbaarheid. Met andere woorden: dat is mijn kracht. En hoewel het vast ook mijn zwakte is, heb ik ervoor gekozen mijn kracht optimaal te benutten.

Er zijn meer mensen die op weblogs schrijven, er zijn meer goede journalisten, er zijn meer columnisten, er zijn meer mensen die kunnen wat ik kan. Maar alleen à­k kan mezelf zijn. En dat is iets wat ik steeds meer besef. Ik kan mezelf alleen maar onderscheiden door mezelf te zijn.

Met andere woorden: ik denk dat ik in werk, webloggen en de rest van het leven vooral gebaat ben bij weinig censuur en veel jolijt. En persoonijk vind ik dingen die op de rand van ‘kan dat?’ balanceren het allerleukst om over te schrijven, te lezen en te praten. Dwarzand en ik praten dolgraag over leugens en bedrog, mijn lief en ik praten dolgraag over vieze dingen en ik praat met vrienden graag over heel persoonlijke dingen. De grote gemene deler is niet aan mij besteed en ik zit ook niet echt te wachten op publiek/lezers die willen lezen over schapen en lemmingen. Daarvoor moeten ze bij de schapen en de lemmingen zijn.

Kortom: hoe persoonlijker hoe beter, hoe schokkender hoe leuker en hoe ranziger hoe vrolijker. In die zin is er niet zo heel veel verschil tussen publiek en privé. Daarbij wil ik wel een kanttekening maken: ik schaam me wel eens. Meestal is dat als ik thuis kinderachtig doe, tegen mijn lief that is. En omdat ik de tijd dan het liefst zou willen terugdraaien, zou ik wel gek zijn daar iets over op tinternet te pleuren. Met een waybackmachine is het namelijk nog onmogelijker de tijd terug te draaien dan in m’n hoofd. Bovendien kan ik mijn lief nog wel bedotten met veel het spijt me’s en sorry’s, maar het internet is onverbiddelijk: eens geschreven blijft geschreven. Dus wanneer ik mijn lief het bloed onder de nagels vandaan haal door hormonen, een kleinzielig karakter of een pesthumeur, dan zal ik daar niet snel over schrijven. In de hoop dat ik in zowel zijn hoofd als de mijne de tijd een stukje kan terugdraaien met mijn spijtbetuigingen.

Daarmee zijn twee vragen van Nina beantwoord (wat is publiek en privé en in hoeverre zit er allemaal volk op mijn schouder tijdens het schrijven): ik verzwijg weinig, maar ik schrijf niet veel over anderen. Mijn moraal is mijn moraal en niet die van vrienden of familie, dus die laat ik er zoveel mogelijk buiten. Collega’s heb ik niet. Opdrachtgevers wel, maar ik werk graag met opdrachtgevers die dit mijn sterke kant vinden. Dat lukt. Ik krijg mails van opdrachtgevers of ik iets wil schrijven in ‘mijn stijl’, en dan komen ze met kwalificaties als ‘stout, prikkelend en vrolijk’. Dat had ik nooit bereikt als ik de rem erop had gehouden.

Tot slot de vraag van Nina of ik het vervelend vind dat ‘nieuwe’ contacten al zoveel over mij weten door mijn weblog. Dat is een lastige, want dat wisselt. Zowel de aanwas van nieuwe contacten is wisselend, als het feit dat ze ‘zoveel’ van mij weten. Allereerst moet ik zeggen dat mijn ‘echte’ vrienden mijn weblog nauwelijks lezen. Hoe dat precies komt, weet ik niet, maar na vier jaar ben ik aan dat idee gewend. Nieuwe contacten krijg ik heel vaak door mijn weblog en het zou merkwaardig zijn als ik dan zou zeggen dat ik last had van mijn weblog, want veel van die contacten had ik niet gehad zónder dat weblog. Sinds ik België woon is het weblog een goede manier om mij ouders, mijn zus en het handjevol vrienden dat mijn weblog wel leest op de hoogte te houden van mijn wel en wee. Andere mensen doen dat via bulkmails, ik doe dat via mijn weblog.

Maar dat is eigenlijk nog geen antwoord op haar vraag. Na nog even nadenken, kom ik tot de volgende conclusie: hoewel alles hierboven suggereert dat mijn hele leven op het web staat, is dat verre van waar. Ik schrijf alleen over schrijffà¤hige dingen. Dingen die mooi afgerond met een specifieke invalshoek kunnen leiden tot een leuk stukje. Mijn leven is niet mooi afgerond, kent geen specifieke invalshoek en duurt elke dag 23 uur 45 minuten langer dan het stukje dat ik schrijf. Iedereen die denkt alles over mij te weten, komt dus bedrogen uit. En zodoende valt er tijdens het klinken van de glazen met een nieuw contact nog voldoende te bespreken.

Gelukkig maar, anders zou ik direct ophouden met webloggen. Want hoe Holly Hobbie het ook klinkt: het echte leven is nog altijd een tikkeltje belangrijker dan dat in enen en nullen.