Columns

De Eenzame Planeet van Onmin: Over­nach­tin­gen

Voor VPRO’s Café De Liefde schrijft Zezunja een reisgids in tien delen over het eeu­wen­ou­de ves­ting­stad­je Onmin en schetst het mistige dal waar de liefde op de helling staat. Ze duidt de cultuur, de taal en de mensen in het universum van ruzie, rotzakken en jij‐bakken.


‘We moeten het eerst uitpraten, anders kan ik niet slapen.’
‘Maak niet zo’n scène, we praten er morgen wel over.’
‘Maar dan kan ik niet slapen.’
‘Ik ben doodop, ik moet er morgen vroeg uit.’
‘Maar… boehoe… dan lig ik de hele nacht wakker!’
‘Sjezus, zit niet zo te zeiken!’
Over­nach­tin­gen in Onmin zijn duister. Woorden vallen harder in het donker en tranen smaken zouter in het maanlicht. Zonder con­tact­len­zen is het leven onzeker, om van de liefde nog maar niet te spreken.

Toch zijn er talloze redenen waarom juist de nacht zich zo goed leent voor een ferme ruzie: de dag laat sporen achter, drank en stress verenigen zich op de valreep in De Grote Emotie – tanden gepoetst, water tegen de kater, je geliefde naast je, de dag achter je en klaar voor de grote droom.

Maar dan: jij zat nog met iets, hij deed te onver­schil­lig, jij zeurde te lang en er speelde nog van alles door je hoofd. Tja, en dan is het gebeurd voor je er erg in hebt, zeker met dat ene glaasje te veel: enter de Eenzame Planeet van Onmin.

En waar het overdag al een hele heisa kan zijn om dat éne plekje te vinden waar je over­een­stem­ming kunt bereiken, ’s nachts is de grote boeman van ik‐begrijp‐niks‐van‐jou‐en ik‐flip‐daarvan nog veel pro­mi­nen­ter aanwezig. Dan is het een kwestie van kiezen tussen enerzijds het sche­mer­pad van isolatie gevolgd door een dikke snurk en ander­zijds de donkere wolken van verdomme‐dit‐gaan‐we‐tot‐het‐bot‐uitvechten. Niet zelden volgt dan de voet­bal­wed­strijd van FC Dra­ma­queen tegen VV Laat me met rust.

Vooral de dra­ma­queens doen het goed ’s nachts. Ze lopen te hoop tegen de toe­ge­draai­de rug. Ze drammen. Ze willen dat alles wordt uit­ge­praat – en wel nú – zelfs als er niets uit te praten valt, zoals maand­ston­den.

Mannen doen het doorgaans minder goed na twaalven. De meesten willen er nog een nachtje over slapen. Morgen, is hun gevleu­gel­de uitspraak, mañana. En als er iets is dat een dra­ma­queen tergt, dan is het wel uitstel.

En dus gaat zij kauwen. Rug tegen rug. Dwingen en dringen en dan heel hard proberen de wrok te bewaren. Hopen dat ze morgen nog weet wat ze hem kwalijk nam. De volgende dag het kutgevoel plaatsen en kijken of ze hem met terug­wer­ken­de kracht kan straffen. Haar zin krijgen bij daglicht, omdat dat in het duister niet lukte.

En hij weet dat. Dus kiest hij eieren voor zijn geld, onderwijl stevig het onderspit delvend. Hij offert zijn schaarse uurtjes nachtrust op aan een robbertje vrouw­t­je­paai­en. Nood­ge­dwon­gen. Hij moet wel. Want een dra­ma­queen in het duister is een soort voet­bal­len­de Duitser: aan het eind wint ze áltijd.

Alle hoofd­stuk­ken in de Eenzame Planeet van Onmin
1. over­nach­tin­gen
2. beziens­waar­dig­he­den
3. eten & drinken
4. officiële papieren
5. wis­sel­koers
6. historie
7. taal
8. zeden en gewoonten
9. kin­der­ple­zier
10. omgeving

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.