De Hasj Uitdelende Dronkaard In De Ban Van Overmoed

Er stond geen bacchanaal op de planning. Er stond ‘biertje drinken met Vriend’. In Brussel.
Het begon met thee trouwens. En een warme chocolademelk. Maar toen een cognac, en nog een, en nog een.

En toen zou ik naar huis. Met nadruk op zou. Want Vriend zei: ‘Waarom ga je niet mee naar de receptie van Het Grote Congres?’ Het Grote Congres vond op dat moment plaats in het Belangrijke Gebouw aan de overkant en Vriend had een duurbetaald kaartje. Ik niet. Maar geef mij drie cognacjes en ik vind dat geen enkel probleem. Kortom: ik zou meegaan naar het Grote Congres waar de Belangrijkste Meneren van het land toespraken zouden houden en waar Belangrijke Mensen Belangrijke Prijzen zouden ontvangen.

We waggelden naar de overkant en sloten aan in de rij bij het Belangrijke Gebouw. Het zag er niet naar uit dat ik binnen zou komen. Er stond een portier die de deur maar een klein beetje openhield en vervolgens uitgebreid elke badge bestudeerde. Goedgekeurde gasten moesten zich door de nauwe deuropening wurmen, anderen kregen een gehumeurd ‘non, c’est privé’. Maar geef mij drie cognacjes en ik word optimistisch, en terwijl Vriend zijn badge liet zien, liep ik door alsof het de normaalste zaak van de wereld was. De portier sloeg er geen acht op en ik stond binnen. Totaal ongepland, totaal underdressed en op de rand van dronkenschap.

Gelukkig was het een Belangrijk Congres van mijn eigen beroepsgroep, dus ik kende veel mensen. En die mensen kennen mij en staan er niet van te kijken als ik op een Belangrijk Congres kom aanzetten in mijn campingsmoking.

De receptie werd gesponsord door een groot biermerk dat bier schenkt met alcoholpercentages van 8 procent. En geef mij drie cognacjes en ik denk dat daar ook nog wel een pint van 8 procent overheen kan. Waarna ik een onuitwisbare indruk maakte op de oud-hoofdredacteur van het Belangrijke Nieuwsprogramma en de directeuren van de Belangrijke Omroepen die zich om onduidelijke redenen om dat springerige meisje met capuchon heen hadden geschaard.

Omdat mijn ogenschijnlijke succes en de gulle sponsor mij overmoedig maakten, zei ik meteen ja toen Vriend aan het einde van de receptie voorstelde dat ik dan ook nog wel even mee kon gaan naar het Duurbetaalde Diner van het Belangrijke Congres. Na een slingerende gang door de regen kwamen we aan bij het restaurant. Buiten stond een lange rij die deed vermoeden dat ook hier mannetjes met monocles de badges van de congresgangers moesten controleren. Maar geef mij drie cognacjes en een pint van 8 procent in en ik houd de moed erin. Dus ik bleef wachten.

Toen we eenmaal bij de deur waren, bleek de rij te ontstaan door slome garderobemedewerkers. Opgelucht liep ik door en ik legde mijn jas op de balie. Terwijl ik geduldig stond te wachten op mijn nummertje, kwam er een dame naar mij toe die me vroeg of ze mijn badge mocht zien. ‘I don’t have a badge’ zei ik, zo nonchalant als ik kon. ‘O, I will have a look at the back, maybe we have your badge there.’ Ze gaf een teken dat ik even moest wachten en verdween naar achteren. Het duurde lang, wat niet verwonderlijk was, want één ding was zeker: partycrashers hebben geen badges.
Toen ze terugkwam zei ze dat het haar speet, maar dat er geen badge voor mij lag. ‘But that’s no problem, you can do without. Just take a seat.’

Ik haalde opgelucht adem en trok een sprintje richting Vriend.
Het restaurant was volgezet met ronde tafels voor tien, waaraan de congresgangers willekeurig plaats mochten nemen. ‘Waar zullen we gaan zitten?’, zei Vriend terwijl hij om zich heen spiedde en zijn ogen liet hangen op een paar blonde hittepetitjes.
‘Nou, daar niet in elk geval’, zei ik in de overtuiging dat deze meisjes geen partij waren voor Vriend en zeker niet voor mij.

We zagen tafels met mensen die we kenden, maar we vonden dat een goede reden om daar niet bij te gaan zitten: die kenden we al. En we zagen een tafel met de Belangrijkste Sprekers van die dag.
‘Daar gaan we zitten’, zei ik, terwijl ik op de hotshots wees. Want geef mij drie cognac een een pint van 8 procent en ik denk dat Belangrijke Sprekers op een Belangrijk Congres op mij zitten te wachten.
We namen plaats en stelden ons voor. De tafel zat vol met Overzeese Journalisten van Belangrijke Broadcasting Companies en Belangrijke Newspapers en geen van hen had door dat ze aan tafel zaten met iemand die hun lezingen niet had gehoord, die niet had betaald en die er simpelweg niet hoorde te zijn.

Na verloop van tijd ontspon zich een geanimeerd gesprek tussen mij en mijn eveneens behoorlijk aangeschoten tafelheer – een Belangrijke Journalist op leeftijd die aan de andere kant van het Kanaal naam en faam had gemaakt bij Belangrijke Broadcasting Companies. We keuvelden en giechelden erop los en men schonk onze wijnglazen driftig bij.

Plots vroeg de Belangrijke Journalist: ‘Do you smoke marihuana?’
‘Yes’, zei ik.
‘Do you have some?’, vroeg de Belangrijke Journalist.
‘Well, yes…’, zei ik. Het toeval wilde namelijk dat Vriend een presentje voor mij had meegebracht die middag.

En zo kwam het dat ik een kwartiertje later in de stromende regen tussen twee BMW’s een stukje hasj overhandige aan een Belangrijke Overzeese Journalist van bijna zeventig. Hij was zó blij dat hij niet wist hoe hij mij moest bedanken. ‘What can I do for you?’, vroeg hij terwijl hij mijn hand vastpakte.
‘Well, if you have a freelance job for me…’ Geef mij drie cognac, een pint van 8 procent en een paar glazen wijn en ik kan ineens heel goed overvragen.
‘Do you have a card?’, zei hij.
Maar die had ik niet meer, want ik had er maar weinig bij me wegens geen Belangrijk Congres op de planning.
‘Okay’, zei hij, terwijl hij mij zà­jn kaartje gaf, ‘just send me an e-mail, refer to these two BMW’s and I’ll see what I can do.’

En zo kwam het dat ik de volgende dag met de kater van de eeuw een e-mail stuurde met als subject ‘business card in disguise’. Met als gevolg dat ik nu een Heel Belangrijk Contact heb dat mij voorstellen doet die ik nooit had gekregen als ik geen Hasj Uitdelende Dronkaard In De Ban Van Overmoed was geweest.