De Niet Lief Collectie: Een dag vol dis­ci­pli­ne

Dit stukje verscheen op 19 januari 2008 op nietlief.com. Esther zwengelde het aan met de volgende inleiding:
“Niet­lief­jes, ik ben heel benieuwd hoe een gemid­del­de dag uit jullie leven eruit ziet. Bevallen je dagen je goed, of zou je het anders willen?”

Onderwerp: Een dag uit je leven.
Geschre­ven door: Zezunja

Dis­ci­pli­ne is een waan. Een lou­te­ren­de waan, dat wel, maar onte­gen­zeg­ge­lijk een waan. Een op ver­zin­sels geba­seer­de gehoor­zaam­heid die ons houvast geeft, maar die in zichzelf niks anders behelst dan het naleven van een aan de fantasie ont­spro­ten stelsel van afspraken.

Dat mijn deadline op 28 februari ligt heeft iemand op een moment verzonnen en ver­vol­gens lopen allerlei mensen als hamsters in een rad zichzelf op te jagen, omdat er een deadline is op 28 februari. Terwijl, als de persoon die de deadline verzon dyscal­cu­lie had gehad de zaken er misschien heel anders voor­ston­den. Of als de dochter van die persoon op 28 februari jarig zou zijn, wie weet wat er dan gebeurd was.

Zo is het ook met mijn doorsnee dag. Mijn dag bestaat uit een aan de fantasie ont­spro­ten stelsel van afspraken met mezelf. Ik heb door de jaren heen een beeld ont­wik­keld van de werkdag van een zelf­stan­dig onder­ne­mer en sinds enige tijd voer ik dat toneel­stuk­je met mezelf op. Het script is nog onder­he­vig aan wij­zi­gin­gen – we zijn als het ware nog in de try‐out‐periode – maar zo hier en daar heeft het scenario al wat vaste vormen.

Ik sta bij­voor­beeld altijd vroeg op. Ik zou kunnen werken van twaalf tot acht, ons avondeten staat immers zelden eerder op tafel, en ik zou ook kunnen werken van vier tot mid­der­nacht, niemand die er erg in heeft, niets dat mij in de weg ligt. Maar in mijn toneel­stuk begint de dag om zeven uur – en als ik te laat naar bed ga, om acht uur. Ik prijs mijn dis­ci­pli­ne, omdat dat bijna altijd lukt – ik prijs mijzelf voor het strikt naleven van mijn wanen.

In mijn wereld van zelf­op­ge­leg­de afspraken mag ik tot half tien lummelen. Sommige mensen zullen dat veel vinden, maar ik gedij daar goed bij. Ik heb veel kopjes koffie met geklopte melk, veel aandacht van het poe­zen­volk en veel lieve woorden van mijn metgezel nodig, alvorens de dag met een kickstart kan beginnen.

Die kickstart vindt dus doorgaans plaats om half tien. Dan begin ik te stomen en verlaten witte wolkjes langs de bovenkant mijn hoofd. Als door een wonder komen er dan ineens facturen, stukjes, inter­vie­w­af­spra­ken, cur­sus­op­zet­jes en pro­mo­tie­tekst­jes uit mijn iMac rollen en uiteraard vind ik mijzelf dan de meest gedis­ci­pli­neer­de persoon op aarde. Onge­ë­ve­naard.

Toen Yuri nog buiten de deur werkte, kwam hij ‘s middags altijd thuis lunchen. Dat was destijds een uur van nooit geziene dis­ci­pli­ne (dat rijmt). In dat uur ver­troe­tel­de ik hem met broodjes tonijnsla en omhel­zin­gen. Om klokslag twee uur keerde de rust in huis weer terug. Die schijn­wer­ke­lijk­heid van lunch­dis­ci­pli­ne is nu vervangen voor de schijn­wer­ke­lijk­heid van werk­dis­ci­pli­ne. Ik vind mezelf een krak als ik me om half vier realiseer dat ik nog niets gegeten heb, zó gecon­cen­treerd kan ik bezig zijn. Alles is relatief, maar dis­ci­pli­ne is het rela­tiefst.

Mijn doel is om ongeveer acht uur per dag te werken, dus als ik om half tien ben begonnen, moet ik werken tot half zes, tenzij ik geluncht heb, dan moet ik langer door. Welnu, daar botsen mijn waan­beel­den op elkaar, want mijn beeld van de zelf­stan­dig onder­ne­mer mag er dan een zijn van ‘9‐to‐5’, en bikkelen tot je groen ziet en genoeg verdient, mijn per­soon­lij­ke wereld­beeld is een prak­ti­sche. Als ik groen zie, komt er alleen nog maar drek uit mijn handen, dan blijven de witte wolkjes uit en kan zelfs een wel­wil­len­de iMac daar niets meer aan ver­an­de­ren. Mijn dag eindigt dus als het werk dat ik aflever klote wordt. En dat kan ook om half vijf zijn.

Meestal stel ik dan vast dat ik weer zeer gedis­ci­pli­neerd was, waarmee ik niet meer wil zeggen dan dat ik het heilige geloof in mijn eigen ver­zin­sels tot het einde heb weten vol te houden. Ik vind dat doorgaans een staande ovatie waard, een beter toneel­stuk zag ik zelden. Ver­vol­gens duik ik de foyer in en laaf ik mij aan een avond after­par­ty­en met daarin veel lief, veel lol en veel bank­han­gen. Totdat het elf uur is en ik weer denk aan de voor­stel­ling van de volgende dag. Dan toon ik dis­ci­pli­ne en duik ik braaf in bed. Om mijzelf de volgende dag om zeven uur weer op onna­volg­ba­re wijze te gehoor­za­men.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.