De Och­tend­zoen – Zezoenja

Dit stukje verscheen als column op VPRO’s Café De Liefde

Degene die de och­tend­zoen heeft bedacht, verdient pek en veren. Minstens. De ver­lei­ding is groot om bij een och­tend­zoen te denken aan lome lijven, de zon die een streep van zij tot zij trekt en slaperige lippen die willoos én gewillig zijn. Maar de wer­ke­lijk­heid is weer­bar­sti­ger.

De wer­ke­lijk­heid is er een van in je hand ademen en a. con­sta­te­ren dat er een goede smoes nodig is om die zoen niet te hoeven geven, of b. gokken dat die ander evenmin naar viooltjes ruikt en dat min maal min plus is. Tenminste als je van elkaar houdt.

Want dat is belang­rijk. Van elkaar houden. Met een one­nightstand die de avond ervoor werd geflat­teerd door het juiste licht, wat geest­ver­rui­men­de middelen en een portie goede wil, is de och­tend­zoen gedoemd er een te zijn van c. why the fuck blaast die gast niet even in zijn hand, en kiest hij niet voor de goede smoes uit antwoord a? Als je niet van iemand houdt, is min maal min geen optie. Dan is dat gewoon smerig.

Je kunt je afvragen waarom je de och­tend­zoen zou geven. Waarom zou je niet – praktisch als je bent – eerst ontbijten, je tanden poetsen, je tong poetsen, je bovenlip epileren, en je begin­nen­de baard aan banden leggen? Easy toch?

Welnu, dan heb je het magische moment gemist. De och­tend­zoen is namelijk de rela­ti­o­ne­le kickstart van de dag. Het is een belang­rij­ke sta­tus­be­ves­ti­gen­de daad; onzekere meisjes pruilen als ze ‘m niet krijgen, veel­ei­sen­de echt­ge­no­tes ver­or­don­ne­ren een och­tend­zoen, en in een begin­nen­de relatie is het een teken van con­sis­ten­tie, van ‘yup, ik vind je vandaag nog steeds lief’.

Geen van deze zoenen laat het toe dat er een uit­ge­brei­de opfris­beurt aan voor­af­gaat en daarmee staat élk mens, élke dag voor een vreselijk dilemma: laat ik mijn beminde uit­ge­breid onder­vin­den hoe het diner van gis­ter­avond na dertien uur ruikt, als teken van liefde, met het risico dat het slacht­of­fer in kwestie minder van kebab houdt dan ik en de benen neemt. Of weiger ik de och­tend­lij­ke gelofte koel­bloe­dig en kies ik voor ratio in plaats van romantiek – met alle pruilende meisjes vandien?

Het lijkt erop dat min maal min een dikke min blijft. Me dunkt dat het dilemma van de och­tend­zoen de nodige pek en veren waard is.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.