De Prille Zoen

Dit stukje verscheen als column op VPRO’s Café De Liefde.

De eerste keer dat ik een tong proefde was die van mijn moeder. Dat klinkt misschien heel incorrect, maar het was heel onschuldig. Mijn moeder stak haar tong uit en hoppakee, ik als bloeddorstige peuter beet er zachtjes in.

Ik schrok ervan, de smaak van andermans speeksel was nieuw voor me en aanrakingen op intieme plaatsen waren doorgaans eenrichtingsverkeer. Ik bedoel: mijn moeder veegde mijn billen af, maar zelf raakte ik andere mensen alleen ‘van buiten’ aan.

Vanaf dat moment wist ik hoe een vreemde tong smaakt. Zacht, glad (aan de onderkant), ruw (aan de bovenkant), een beetje zoetig en weird. Heel weird. En omdat seksuele gevoelens als peuter nog weinig te maken hebben met vochtige plaatsen, was de ervaring vooral een reden tot vergelijken: mijn eigen tong was lekkerder dan mijn moeders tong – maar een Raket was nog lekkerder. En zoals dat gaat in de peuterpraktijk: ‘minder lekker’ heeft geen prioriteit. De tong had voorgoed afgedaan.

Gelukkig keerde het tij toen tongzoenen een daad van volwassenheid werd. Ik was een jaar of twaalf en op borsten moest ik wachten. Maar ik kon mijn volwassenheid wel een boost geven als ik zo snel mogelijk de eervolle uitspraak ‘ik heb al eens gezoend’ kon doen. En jammer maar helaas: bij die strategie is de smaak van een tong van geen belang.

De pubertongzoen zit tussen de oren. En alleen om díe reden beginnen we eraan. Als het om de tong zelf zou gaan, zou een twaalfjarige die nog geen koffie en olijven lust er – no way! – aan beginnen. Twaalfjarigen zijn nog erg van het ulg-dalussiknie. En een tong komt zeker in aanmerking voor die kwalificatie.

Nee, zonder die status van een ticket-tot-volwassenheid zou de tongzoen gedoemd zijn tot een bezigheid voor liefhebbers van champignons en haring. De stevige structuur met gladde, pezige stukjes en veel slijm zou voorbehouden blijven aan mensen die zonder knipperen oesters en lady’s fingers verorberen. Tongzoenen zou zonder die psychische factor nooit behoren tot fase 1 van hoe-zit-het-andere-geslacht-in-elkaar-en-wat-kan-ik-daarmee.

Dus ook ik, die de tong al jaren in de ban had, liet mij als beginnend seksueel wezen toch weer verleiden tot het sabbelen op andermans tong op de bushalte. Met als enige doel: de volgende dag in de tram om me heen kijken en me afvragen. ‘Wie van deze mensen heeft al eens gezoend?’ Om vervolgens met een glimlach van oor tot oor te bedenken: ik wel!
En me dan heel volwassen te voelen.