De snuit­cul­tuur geduid

Weet je waar je nou nooit iemand over hoort? De snuit­cul­tuur. Niemand die ooit even de snuit­cul­tuur voor mij duidt, de geschie­de­nis, de ver­schil­len van land tot land, de relatie tussen neus en mens en de wetgeving omtrent deci­bel­len.

Me dunkt dat snuiten een taboe is. Maar daarmee zijn we er nog niet, want was het maar zo eenduidig: men neme een taboe, en hup, klaar. Nee, er zijn nogal wat ver­schil­len in snuit­ta­boe tussen mijn Amster­dam­se roots en mijn Leuvense nieuwe wereld.

In ver­ge­lij­king met de Rand­ste­de­lin­gen, waar ik heel mijn leven mee te maken heb gehad, gedraagt men zich hier als een kudde olifanten. In elke bij­een­komst, groot of klein, binnen of buiten, stil of rumoerig, klinkt zeker een paar keer wat trom­pet­ge­schal. In het Noord‐Westen kon ik dagen lesgeven zonder dat iemand een zakdoek tevoor­schijn haalde, maar hier hoor je op elk stil moment wel een keer een ferme pèèèp.

De katoe­nen­zak­doek­fa­bri­kan­ten doen goede zaken, vermoed ik. Waar katoenen zakdoeken in mijn groot­ste­de­lij­ke beleving zijn voor­be­hou­den aan double breasted bestuur­ders van ama­teur­voet­bal­clubs, is hier sprake van wijd­ver­breid zak­doek­be­zit. Zelfs de meeste hippe twintiger vist hier een from­mel­tje uit zijn slim jeans, om daarmee een stille trein­wa­gon wakker te schudden.

Maar wakker schudden: ho maar. Niemand die op‐ of omkijkt als er tijdens een the­a­ter­voor­stel­ling geschet­ter door de zaal klinkt. Behalve ik dan dus. Ik kijk altijd op. Of om. En daarmee plaats ik mezelf buiten de groep. De laatste keer dat ik een katoenen zakdoek bij me droeg, was toen ik klein was en ik met een kleu­ter­strijk­ij­zer mijn katoenen kleu­ter­zak­doek­jes streek.

Ik heb me al vaak afge­vraagd of ik een viespeuk ben. En of wij allen, daar in het noorden, niet een viespeuk zijn. Wij schrapers, neus­op­ha­lers, stiekeme pielers met de mouw van onze jas. Maar ik kom elke keer tot de conclusie dat dat maar een deel van ons verhaal is.

Eigenlijk is het taboe bij ons nog groter. Wij wachten met snuiten tot we in de een­zaam­heid van onze auto verkeren, binnen de veilige bescher­ming van de wc‐muren, in bed. Dan snuiten wij Noor­der­lin­gen naar hartelust het Wilhelmus. En natuur­lijk doen wij dan ook nog wat dingen die je in de open­baar­heid nooit zou doen, met gepulk en een neusgat dicht­hou­den en zo. Maar wij wassen daarna altijd onze handen. Tenminste, ik wel.

En dan heb ik het dus nog niet gehad over het verschil in hygiène tussen de weg­werp­zak­doek en een aan‐elkaar‐geplakt katoenen lapje dat de hele dag in je zak mag opdrogen. Ik bedoel, ik ben helemaal voor mili­eu­vrien­de­lijk en zo, maar mijn broekzak hoort ook bij het milieu, vind ik.

De grote vraag blijft dus wie er viezer is. De Belg, die alle omstan­ders deel­ge­noot maakt van zijn inwendige huis­hou­ding met een kweekje in zijn broekzak. Of de Noor­der­ling, die soms zelf niet doorheeft dat hij schraapt en ophaalt als een gorgelend goot­steen­put­je, maar die in momenten van stilte de boel netjes ophoudt. Zoals je dat doet met scheten of boeren.

En ik begrijp dus niet dat niemand het daar ooit over heeft. Maar misschien kleeft dat aan taboes. Dat zou zomaar kunnen.

16 reacties

  1. Haal op die wekker, snot is lekker!! Zo ranzig vind ik dat, snuit maar gewoon uit­ge­breid je neus, dan ben je er na 1x meestal wel van af. Ik kan me mateloos irriteren aan neus­op­ha­lers, vooral als ze het elke 20 seconden doen.

  2. Jeetje, je had me eens moeten bezig zien de afgelopen twee dagen. Onmen­se­lijk! Mijn lippen en mijn neus liggen open van het snuiten. Overal heb ik het gedaan: op een kamer van zes (iedereen uit z’n slaap gehouden), in het vliegtuig, op het toilet, op straat, aan het ontbijt, op de Spaanse trappen, in winkels, in tavernes,…

    Wat doet een Neder­lan­der als hij ver­schrik­ke­lijk verkouden is en een loopneus heeft? Dat wil ik gewoon even weten.

    Oh ja, en sommigen onder ons slepen zo’n doos doekjes mee en een zakje voor de gebruikte doekjes. Hoewel dit stukken gezonder en hygi­ë­ni­scher is, zal je me dit niet vlug zien doen. Ik ben een katoe­nen­zak­doek­fan. Ik strijk ze niet graag als ze gewassen zijn, maar zowel ik als mijn lief hebben er altijd eentje op zak.

  3. Ik snuit dat het een lieve lust is. Ik kan niet tegen ophalen. Niet met mijn eigen neus, en helemaal niet bij een ander. Heb zelfs wel eens iemand die om de 20 sec ophaalde een zakdoekje aan­ge­bo­den. Hij wilde niet, had hij niet nodig. Maar hij vergat daarbij dat ik het niet voor hem vroeg…

  4. Mijn man is een neus­op­ha­ler, een chro­ni­sche. Ik heb daardoor weleens een scheiding overwogen. Tot er vanalles mis bleek te zijn met zijn neus en er een operatie voor nodig was om de boel te her­stel­len. Nu snuft hij nog weleens, maar lang zo erg niet. Ik blijf nog maar even ;)

  5. Katoenen zak­doek­jes zijn onhy­gie­nisch. Dat is een weten­schap­pe­lijk feit. Papier is beter. Tenminste… als je hem na gebruik ook echt weggooit. Bac­te­rie­kwe­ken zijn snel gemaakt in (lekker warm in de broekzak) bewaarde zakdoeken. Ophalen is eigenlijk gezonder. Afvegen met een zakdoekje is prima, maar met echt snuiten blaas je veel bacterien (samen met andere onsma­ke­lij­ke en dus niet nader te noemen vie­zig­heid) je bijholten in. Daar kan het dan weer lekker voor infecties zorgen.

    Tot zo ver mijn les: Hygiene en Ver­koud­heid.

  6. Aangezien ik bijna constant chronisch verkouden ben en/of heftige hooi­koorts heb, krijg ik snel bloed­neu­zen (da’s pas ranzig in het openbaar, ja ja) als ik mijn neus ga snuiten. Maar ik vind snuiten wel netter, hoor. Ik zit dus een beetje in een tweespalt en dat zo’n 300 dagen per jaar, jakkes.

  7. Een socioloog, met de naam Norbert Elias, schreef in de jaren ’30 van vorige eeuw een boek met als titel “Het civi­li­sa­tie­pro­ces”. Het is nog steeds een best­sel­ler voor elke his­to­ri­cus die iets wil zeggen over cultuur in de Lage Landen (de wel­be­ken­de Herman Pleij is bij­voor­beeld een fan). Elias beschrijft in zijn boek hoe het gedrag van de West‐Europese mens doorheen de eeuwen ver­an­der­de. Een van zijn hoofd­stuk­ken is gewijd aan het neus­snui­ten. In de mid­del­eeu­wen was het bij­voor­beeld de gewoonte je neus te snuiten in het tafel­la­ken. Dat mocht niet meer in de zestiende eeuw. In je stoffen hoed werd aan­ge­ra­den. Mocht je een rochel in je mond hebben, werd van je verwacht dat je die uitspuwde. Hier waren ook regels voor te vinden: sommige ettiquette‐boekjes raadden aan wat zand erover te gooien na het spuwen, terwijl anderen bena­druk­ten dat je je voet zo snel mogelijk op de rochel moest plaatsen, om te voorkomen dat iemand die zag. Vooral in de zestiende en in de zeven­tien­de eeuw wordt het neus­snui­ten aan banden gelegd: geen geluid maken, je snot niet tonen aan mensen, je neus niet afvegen aan je mouw, etc. Elias zijn civi­li­sa­tie­the­o­rie beweert dat men kan spreken van een steeds groter wordende zelf­be­teu­ge­ling. Er werd odner­scheid gemaakt tussen prive en publiek en de schei­dings­lij­nen werden er steeds strenger op. Pleij heeft dit toegepast op de Lage Landen en in zijn analyse is zelf­be­heer­sing en zelf­dis­ci­pli­ne een van de kenmerken van de bur­ger­cul­tuur die zich vanaf de late mid­del­eeu­wen in de Neder­lan­den zich ont­wik­kel­de. Een bur­ger­cul­tuur die in de republiek verder tot bloei kwam in de gouden eeuw maar onder de moerdijk stag­neer­de na de tach­tig­ja­ri­ge oorlog.
    Met andere woorden (en ik ga hier kort door de bocht): Het verschil tussen Nederland en Belgie in snuit­cul­tuur is niet zo onschul­dig. Het is een gevolg van een eeu­wen­lan­ge ont­wik­ke­ling. Hoe meer de mid­den­klas­se de macht heeft in een land, hoe meer zelf­be­heer­sing en dis­ci­pli­ne van de bevolking wordt geeist.
    Je ziet bij­voor­beeld ook dat in landen als china spuwen nog heel gewoon is, zelfs in de klas­lo­ka­len!
    Zo dat was mijn his­to­ri­sche analyse, maar mocht je ooit wat lite­ra­tuur nodig hebben voor je snuit­cul­tuur, Elias is je man!

  8. Willem, mijn zoon(22) is geïm­po­neerd door de wijze waarop Nepalese kinderen hun snot­huis­hou­ding regelen. Zit hun neus vol, dan halen ze de inhoud daarvan luid­ruch­tig schrapend naar de keelholte.
    Dat doen ze een keer of vier en dan hebben ze genoeg om een fluim te pro­du­ce­ren waar je mee voor de dag kunt komen.
    En die klatsen ze dan op straat.

    Als ze vergeten hun snot naar hun keel toe te rochelen, laten ze hem traag over hun bovenlip zakken. Daar vreten ze hem op, of ver­sprei­den hem met hun mouw verder over hun gezicht. Dat zit dan binnen de kortste keren vol gedroogde korsten. Het geeft prachtige foto’s en het is hygi­ë­ni­scher dan ons beschaafd bedoelde getrom­pet­ter in een papieren tissue, zoals je terecht opmerkt.
    Je hebt Neder­lan­ders die ver­vol­gens hun zakdoek open­vou­wen om grootte en kwaliteit te bepalen van hun nasaal orgasme.
    Dát is pas smerig.

    Onze zakdoeken zijn feitelijk snot­con­tai­ners vol bacteriën.

  9. @ Lilimoen: De NL’er snuit dan ook hoor. Maar echt niet dat alle mensen die ik hier hoor snuiten ‘vreselijk verkouden’ zijn. No way.

    @ hr ‘ti: En bij ver­wis­se­ling zit er dus snot op je bril. Spannend. ;)

    @ Susan: Ik ben zo bij de tijd… ;)

    @ Kat en Hond: Ja, een boeiende les. Met als conclusie dat je maar beter gewoon helemaal geen slijm­vlie­zen kunt hebben.

    @ Rosalie: Ik zie je pleonasme niet… :(

    @ Jeroen­jos­maar­ten: Kijk, daar hebben we wat aan. Merci dat jij zo hard studeert om mij een beetje bij te praten…!

    @ Mark: Maar of een korstige mouw en een korstig gezicht echt zo hygie­nisch zijn, durf ik te betwij­fe­len.
    En dat kijken naar je snot is net zoiets als het pla­teau­tje in onze wc’s. Wij houden onze inwenn­di­ge mens graag in de gaten.

    @ eddiefro­mo­hio: Een vier­uur­tje is dat bij jullie ook iets knab­bel­baars? Want daarmee krijgt je opmerking dus wel een ranzige lading. ;)

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.