Het gaat over spuug en het is niet zo kort als ik wilde

De eenzaamheid kan enorm toeslaan als iemand op mijn wang spuugt. En dan bedoel ik niet spugen als in klodders en zo, maar zo’n minispatje op je wang of in je mondhoek. Zelden voel ik me meer aan mijn lot overgelaten als op het moment dat ik in de vuurlinie sta van iemand die met consumptie praat.

Ik ben zelf ook een met-consumptieprater, wegens beugelverleden en balk in mijn mond (waarover later meer), dus als er iemand is die weet dat zoiets kan gebeuren, ben ik het wel. Ik trek mij dan ook niet terug in mijn hoofd met een stapeltje verwijten, zo van ‘hee, jij spuugt op mijn wang’, nee, ik trek mij terug in mijn hoofd met empathie, schuldgevoel (!) en de overtuiging dat ik de redder van de situatie moet zijn.

De redder van de situatie, dat is een belangrijke job in een jong en dynamisch bedrijf. Aan mij de taak om iedereen met een big smile de situatie uit te loodsen. De eerste vraag die ik dan moet beantwoorden is: ga ik mijn instinct volgen en met mijn hand dat korte, koude spetje wegvegen?

Dat is gelijk een moeilijke vraag, want soms weet de spuger in kwestie niet dat-ie in je gezicht spuugde en dan is doen alsof er niets is gebeurd ook nog een mogelijkheid. Een zeer plausibele mogelijkheid zelfs, als je bedenkt dat het enige doel is: de situatie redden. Ik bedoel: zijn wij niet allen in wezen conservatief en willen we niet het liefst altijd doen alsof er niks is gebeurd?

Kortom: met die ene veeg zeg je tegen die ander: ‘Je spuugde in mijn gezicht en dat ga ik NU wegvegen.’ Probeer dan nog maar eens te doen alsof er niets is gebeurd.

Het probleem is echter dat je niet altijd weet of de ander het gezien heeft, waardoor de merkwaardige situatie kan ontstaan dat jij angstvallig probeert te doen alsof er niets is gebeurd, terwijl de ander zijn ogen gericht houdt op zijn eigen spatje. Hij zag het gebeuren, hij ziet hem nog zitten, maar er is een schijnsituatie ontstaan van mantels der liefde en goede vrede. En intussen zit jij met iets kouds op je wang.

Als je geluk hebt, droogt de spetter op, bij wat pech kan je de veegneiging niet bedwingen. In het ergste geval is hij verrast en beschaamd, omdat hij door die veeg fijntjes wordt gewezen op zijn orale tekortkomingen. Waarna je samen met de bal van je voet in de grond zit te poeren, terwijl je met gebogen hoofd allerlei sorry’s en tisnietergs stamelt.

En mijn god, hoe eenzaam is dat?