Hoe mijn lief geen middel schuwt om mij een seventiesinterieur aan te praten

‘Nou ja, en toen bleef die man daar maar staan…’
‘…’
‘ … wat ik heel brutaal vond, maar dat is natuurlijk heel normaal voor insluipers, dat ze brutaal zijn.’
‘…’
‘Anyway, ik werd wakker, dacht ik, en toen stond-ie daar nog stééds.’
‘…’
‘Dus ik stak mijn hand uit om hem te slaan…’
‘…’
‘…wat natuurlijk een heel suffe manier is om een insluiper weg te jagen. Ik bedoel: ik ben er niet eens bij gaan staan.’
‘…’
‘En toen hoorde ik heel hard ‘kadeng!’. Dat was mijn hand tegen het nachtkastje.’
‘…’
‘Waardoor ik besefte dat die man niet op die plek kon hebben gestaan. Want je hand tegen een insluiper doet ‘plof’ en geen ‘kadeng’.’
‘…’
‘Toen voelde ik me heel stom, omdat ik al die tijd al dacht dat ik wakker was. En dat er dus écht een insluiper was.’
‘…’
‘Maar hij stond bij een wit barretje, dat had me te denken moeten geven…’
‘Een wit barretje?! Dus je droomt van een wit barretje? Dus toch? Yes!!!’

In plaats van dat hij mij gelukzalig vastklemt, omdat ik zojuist aan een insluiper ben ontkomen, pint hij me vast op dat witte barretje. En mijn liefs ‘smaak’ in ogenschouw nemend, moet ik oppassen dat ik niet binnenkort word verrast met een zitkuil, grove muurstuc en, o hell, een wit barretje.