Hoe zou het dán zijn?

Een stukje als antwoord op de vraag van Esther.

I

Het leven is een chaos, een puinhoop. Je bent hals­over­kop ver­trok­ken uit een relatie van zeven jaar en je probeert te settelen in je nieuwe leven op een waas van adre­na­li­ne, gebrek aan calorieën en een strak­ge­span­nen toe­komst­ver­wach­ting.

In dat grote gevoel, waarin ik met een grimas de woorden ‘ik-wil-een-nieuw-leven’ droomde, hoorde ik altijd één grondtoon. ‘Het komt wel goed met mij.’ Hoe hard ik ook huilde, hoe wanhopig ik ook nieuwe liefjes uitkoos, hoe donker het ook was in mijn veel te dure huurhuis: met mij zou het goedkomen.

Vanuit dat gevoel lukte het me soms om in het wind­stil­le oog van de orkaan vooruit te denken. Niet een uur vooruit, maar soms een vol jaar vooruit. En als ik echt heel dapper was, dacht ik twee jaar vooruit. Met de meest kin­der­lij­ke for­mu­le­ring denkbaar bezweerde ik de toekomst. ‘Hoe zou het dán zijn?’.

In mij ont­brand­de een vurige hoop. Dat ik over een jaar misschien wel gelukkig zou zijn. Écht gelukkig. Soms was dat in het Spanje van mijn gees­tes­oog, soms met een yup in de Pijp. Soms waren dat momenten van verlangen naar avontuur, soms was dat een kwestie van een huisje, een boompje en een beestje. Maar altijd sijpelde erdoor­heen: het komt wel goed met mij.

II

‘Hoe zou het dán zijn?’
Nu is dan.

Het Spanje van mijn gees­tes­oog lijkt op Leuven. Ik droomde mij in een ver vreemd land en ik belandde in een dichtbij vreemd land, met een huisje, een boompje en maar liefst drie beestjes. Mijn wereld is over­ge­schil­derd op een manier die ik toen niet durfde te dromen.

Ik tart al mijn ver­wach­tin­gen en dat geeft vleugels. De vibratie van het free­lan­cen, de harts­tocht waarmee ik me overgeef aan mijn verkering en de flip­per­kast­ach­ti­ge cre­a­ti­vi­teit die mijn klui­ze­naars­be­staan in dit pro­vin­cie­stad­je oplevert: wie had dat ooit gedacht.

De vraag hoe ik omga met heimwee en het gemis van vrienden is daarmee beant­woord: ik tel mijn zege­nin­gen. En gek genoeg zijn heimwee en gemis een turfje op mijn zege­nin­gen­lijst. Huilen is niet erg, missen is mooi en verder dat verhaal van kwaliteit en kwan­ti­teit. Alle contacten – met vrienden, familie, de stad Amsterdam – con­cen­tre­ren zich in weldadige week­end­jes en dat voelt doel­ge­rich­ter dan een vriend­schap tussen de soep en de pattaten. Een vleugje afge­dwon­gen doel­ge­richt­heid is nooit weg voor een gren­ze­lo­ze veelvraat als ik.

‘Hoe zou het dán zijn?’
Het is goed. Mijn planeet draait in de juiste baan om de zon en zo had ik het drie jaar geleden in het oog van de orkaan stie­kem­pjes gehoopt. En in weerwil van mijn wis­pel­tu­ri­ge aard, blijf ik maar even zitten waar ik zit. Afhan­ke­lijk van aardse zaken als financiën, werk en de daarbij behorende voor­uit­gang, kan het zijn dat ik met mijn lief onder mijn arm nog eens mijn biezen pak. Maar er is geen haast geboden, want ik weet nu wat ik me toen zo harts­toch­te­lijk afvroeg: amaai, wat is het goed.

10 reacties

  1. Klinkt goed en vol ver­trou­wen!
    Lang keek ik zelf niet vooruit, omdat ik graag bij de dag wilde leven om te zien wat er gebeurde. Er gebeurde van alles, maar veel was rich­ting­loos. Het voor­uit­kij­ken, dromen en beelden vormen is goed om richting te geven (en als het dan uit­ein­de­lijk net of heel iets anders wordt, dat is bijzaak).

  2. @ Katyo: Die rich­ting­loos­heid maakte bij mij dat ik nau­we­lijks vooruit dúrfde te kijken. Mijn blik was danig getroe­bleerd door allerlei niet-te-overziene gebeur­te­nis­sen. Vandaar ook het woord ‘stie­kem­pjes’ in de laatste alinea.

  3. esther

    Heel mooi, in sommige dingen denken we ‘alike’.
    Zit nu in A’dam enorme heimwee te hebben naar m’n stek in Drenthe :( Gek hoe dingen kunnen lopen.

  4. Zie je maar zelden. Dat iemand onpret­ti­ge dingen( Heimwee, gemis) gewoon aanvaardt. Dat au gewoon au is. Dat de andere kant van de medaille brood­no­dig is om je zege­nin­gen te kunnen tellen. Daarom boeit je blog zo. Je zeikt niet over de gebeur­te­nis­sen in je leven, maar leeft het. Omdat je(uiteindelijk) gezegend, bege­na­digd, geta­len­teerd en behangen bent met de gave van het ver­trou­wen. Jij ziet in het oog van de orkaan, maar het mag ook anders. Jij hebt wat goed is voor je, niet gede­fi­ni­eerd. Het mag er ook anders uitzien.Leven met open handen.Zie je niet veel.

  5. Leven met open handen. Dat vind ik mooi.
    Blijkbaar durfde je, ook zijnde in het oog van de orkaan, je handen te openen voor je ver­lan­gens. In de toekomst. Een grondtoon ‘het komt wel goed met mij’, is dan wellicht het meest wezen­lij­ke dat ‘nodig’ of ‘je gegeven’ is.

    Nu ben ik na 6 jaar relatie in het niets. Ik kan het je niet nazeggen. Maar, ik ga het wel proberen – juist omdat jij dan nu inderdaad een stukje levend bewijs bent.

    Dankje, voor alle dage­lijk­se stukjes die mijn aandacht even afleiden van mijn dage­lijk­se stuk.

  6. karoline

    ‘Ik-wil-een-nieuw-leven’ droomde ik ook hardop na een relatie van 5 jaar, droom ik nog steeds hardop, en ik durf ook ver (in tijd en ruimte) vooruit te blikken … En het mag wel een keer ‘juist’ aanvoelen. Gelukkig ben je op je 40ste geen oudje meer en kan je aan een tweede leven beginnen.

    Ik wou alles haar­scherp voelen, de pijn toelaten, en weer in ‘balans’ komen. En toen ik weer in balans was, en met open armen iets nieuws omhelsde, bleek het zo’n teleur­stel­ling. En toch blijf ik mijn armen open­hou­den … Het komt wel goed, het komt …

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.