In de ideale wereld

We zaten met een jointje en een kopje thee de wereld te ver­be­te­ren. Inmiddels waren we er al uit dat een verlicht despoot en een reële ruil­han­del de enige oplossing is, want met bloedige revo­lu­ties de armen een plek geven in de huidige maat­schap­pij leek ons niet echt haalbaar. We hebben dus wereld­wij­de indoc­tri­na­tie door een leuk, goed, slim mens nodig. We wisten alleen nog niet wie van ons drieën dat moest zijn.

Toen we naar huis fietsten, stond er een ver­fom­faai­de man op de brug bij het Tro­pen­mu­se­um. Hij wees op een papiertje en vroeg of‐ie could ask us something.
‘Yes’, zei ik en ik stapte af.
‘I am looking for a place to sleep, I’ve been to HVO, to the Stoe­len­pro­ject, to the Salvation Army and I’ve been all the way to the Bijlmer, but it’s all full, or it costs eight euro’s, or I’m too old, or I’ve been there already three times this week… Where should I go?’

Als je net hebt bedacht hoe de ideale wereld er moet uitzien, is dit een heuse strik­vraag. Mijn het‐is‐koud‐en‐ik‐moet‐over‐vijf‐uur‐alweer‐opstaan‐instinct raakte verstrikt in mijn in‐de‐ideale‐wereld‐is‐men‐solidair‐instinct.
En dan sla ik dus door. Want het eerste wat ik tegen hem zei, was dat ik zelf niet meer in Amsterdam woon, dus dat‐ie niet bij mij kon logeren. En omdat‐ie daar uiteraard helemaal niets aan had, was dat een volkomen over­bo­di­ge opmerking en moest ik dus koorts­ach­tig nadenken hoe ik hem alsnog mijn hulp kon bieden.

Ik had nog muntjes.
‘Don’t you have some coins for me?’, zei hij, al gedach­ten­le­zend.
We leegden onze por­te­mon­nee en kwamen tot een euro of zes.
‘Thank you very much’, zei hij, waarna hij ons nog zo lang aan de praat hield dat mijn het‐is‐koud‐en‐ik‐moet‐over‐vijf‐uur‐alweer‐opstaan‐instinct zo getergd raakte dat ik ineens botweg zei: ‘We gotta go.’

Nog geen honderd meter verder kwam een pafferig uitziende dertiger het fietspad oplopen met een mini‐jerrycan in de hand. ‘Mag ik u iets vragen’, zei hij.
‘Je kunt ons alleen nog de weg vragen, want ik heb al mijn geld honderd meter eerder aan iemand anders gegeven’, zei ik.
Hij deed alsof hij zowat moest huilen en hij vertelde een verhaal over benzine, snelweg, kilo­me­ters lopen en nog wat van die klas­sie­kers.
‘Maar luister’, zei ik, ‘wij hebben echt – helemaal – geen – geld – meer.’
Op zijn gezicht verscheen een ver­vaar­lij­ke grimas, wat voor mij aan­lei­ding was mijn in‐de‐ideale‐wereld‐is‐men‐solidair‐instinct voorlopig uit te schakelen.

Terwijl we weg­fiet­sten, voelde ik me schuldig. Tege­lij­ker­tijd wist ik niet of ik hem wel wat gegeven zou hebben als ik nog wel geld had gehad.
Een verlicht despoot zou dat geweten hebben.

19 reacties

  1. MC

    Een aantal jaren geleden vertelde een vriend me dat hij in Leuven iemand geld gegeven had die aan de unief een gast­col­le­ge gevolgd of gegeven had ofzo (dat herinner ik me niet meer precies) en niet meer terug naar UK kon en een heel erg verhaal. Met twintig eur kon hij thuis­ge­ra­ken en hij zou het beslist terug­stor­te. Een paar dagen later zie ik in Leuven twee meisjes die aan­dach­tig aan het luisteren zijn naar een man die er helemaal uitzag zoals die vriend hem beschre­ven had. Ik ging even in de etalage gluren om stiekem mee te luisteren en hoorde identiek hetzelfde verhaal. Ik heb me niet kunnen inhouden en heb hem gevraagd of hij ook niet zou vergeten om het geld van mijn vriend terug te storten. (trouwens,nooit terug­ge­kre­gen).

    Stom zullen velen zeggen. Maar: mijn avon­tuur­lij­ke zoon heeft ook al in Lissabon iemand om geld gevraagd omdat hij zijn kre­diet­kaart alweer kwijt was en heeft dat effectief later terug­ge­stort. Dus je kan het echt niet weten.

    Wat ik dus doe, enkel en alleen om mijn geweten te sussen, als ik het geld kan missen, dan geef ik het gewoon, het kan ook uw lief of iemand anders zoon zijn, en ik geef liever tien eur dan een hele dag en gewe­tens­wroe­ging te hebben.

    En wanneer ik geen geld meer op zak heb, dan lig ik er ook de hele nacht van wakker.

  2. ik moet aan een liedje denken dat wij vroeger bij de scouts zongen

    de wereld is een toverbal
    geen mens weet hoe het worden zal
    maar één ding, dat weet iedereen
    je kunt het niet alleen

    nu nog verzinnen waarom ik dat hieronder schrijf…

  3. Ik voel me altijd zo in ‘t zak gezet (zo zeggen wij hier in antwerpen – kan even niet meer op het mooie Neder­land­se equi­va­lent komen, te lang gewerkt vandaag of zo) door bedelaars. Daarom geef ik nooit geld, maar liever een (trein/tram/bus)kaartje of een kof­fie­koek of zoiets. Als ze dan dat trein­kaart­je weigeren, tja, dan klopt er ook niets van hun verhaal.

  4. Tenzij je iemand’s drugs‐/drankverslaving wilt spekken, zou ik het niet doen.
    Als je echter wilt voorkomen dat iemand bruut beroofd wordt voor 6 euro of een inge­sla­gen autoruit en een auto zonder radio terug­vindt, zou ik overwegen om het wel te doen.
    Welk een dilemma.

  5. Ik sluit me aan bij biezonder. Ik koop ook liever de Z dan dat ik een net niet genoeg geld voor een trein­kaart­je maar wel een halve liter heineken in mijn andere hand verhaal beloon met een paar euro.

  6. Wat een leuk stukje dit. Zo had ik ook eens geen geld bij me. Maar wel een tas met bood­schap­pen. Gek genoeg had die man geen behoefte aan wat van mijn gezonde, maag­vul­len­de etens­wa­ren. Later kwam ik er achter dat hij een junk was. Maar ja, dat hoort bij het wereld­ver­be­te­raars­schap, die naïviteit.

  7. het geven van eten lijkt een goeie oplossing te zijn, maar er schort toch ook iets aan. Een bedelaar die op straat bedelt voor wat geld, en je geeft die een kof­fie­koek, of een broodje dat is mooi, maar het is ook heel erg pater­na­lis­tisch. ‘ik zal eens bepalen wat goed voor jou is, wat jij nodig hebt’. En als je niet dankbaar bent, mag je oprotten. Zo deden mensen het honderd jaar geleden ook. Nu worden armen iets ge‐emancipeerder behandeld: ze moeten zelf meer leren om om te gaan met geld, ze worden – met een mooi woord – geres­pon­sa­bi­li­seerd. Ik heb ooit ruzie gemaakt met een antwerpse junk‐bedelaar. Ik kocht er een broodje gezond en een kffiekoek voor. En die werd kwaad: hij wilde dat ongezond voedsel niet, die fastfood. En had hij eigenlijk geen gelijk?

  8. @Ysabje,
    U zei junk‐bedelaar. Dus mogen we gerust ver­on­der­stel­len dat die medemens zijn dage­lijk­se portie gezonde spul spuit, rookt en snuift. Daar blijft hij onge­twij­feld met in top­con­di­tie. Alleen al het idee hem willen ver­gif­ti­gen met een broodje gezond in dat super­rei­ne lijf van hem te stouwen.

    Was getekend

  9. Bij mij in de buurt loopt een vrouw die al twee jaar lang precies hetzelfde bedeltje doet. Ze heeft de laatste trein naar Duitsland gemist en wil geld om in een jon­ge­ren­ho­tel te slapen. Super­zie­lig natuur­lijk, als je jarenlang aan een stuk door de trein naar huis mist.

  10. Per­soon­lijk peil ik als volgt: ziet diegene eruit alsof hij iets nodig heeft een shot/eten/slaapplaats/drank? En if so: gun ik het hem en speelt mijn soli­da­ri­teits­gen op? Als ik op beide ja kan ant­woor­den en ik heb geld, geef ik wat.
    In dit geval zag de eerste man eruit alsof hij geen stap meer kon verzetten: ik gunde hem alles en als dat drugs waren, dan maar drugs.
    De tweede man zag eruit alsof hij nog wel naar Abcoude kon lopen, daar speelde mijn soli­da­ri­teits­gen dus nog niet op.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.