Kijk omhoog Sammy

Sammy is blind. Maar Sammy is dan ook al 20. Hij behoort zo’n beetje tot de onsterfelijken.

Sammy is de broer van Zoë en Zoë was mijn eerste eigen poes. Sammy woont bij mijn ouders. Wat er van Zoë is geworden weet niemand, want Zoë liep weg. Laten we hopen dat Zoë een huis vond en net als Sammy de herfst van haar leven tot op het bot heeft uitgebuit.

Want hoewel Sammy blind is, lijkt hij niet ongelukkig. Okee, okee, hij is te oud om zijn eigen nagels te scherpen, dus hij loopt als een hooggehakte travestiet te tikken op het parket. En zijn actieradius is wat kleiner geworden, want voor een blinde poes speelt het leven zich meer en meer af op de begane grond. Je neemt wat minder makkelijk een schuttinkje mee als je in het duister tast, zullen we maar zeggen. Maar verder is Sammy een gezapige kater, die met zijn rafelige oren – Sammy was een vechterbaas – kan terugkijken op een leven met kippen, kikkers en kroelende vingers in zijn vacht.

Sammy’s eerste schreden op het blindenpad waren hartverscheurend. Ooit een blinde poes gezien? Nee? Stel u voor wat er gebeurt in een wereld zonder wit- rode blindenstokken. Een wereld waarin de blinde zijn handen achter zijn rug gebonden krijgt. Een wereld waarin vooruit tasten onmogelijk is. Het is ‘boem of niet’, meer opties bestaan er niet. In die wereld leeft Sammy.

Gevolg is dat Sammy de hele dag botst en weer terugdeinst, botst en weer terugdeinst en botst en weer terugdeinst. Er komt geen einde aan.

In het begin sloeg ik telkens mijn handen voor mijn mond. Niets zieliger dan een poes die tegen een muur/deur/tafelpoot botst en daarna even niet meer verder durft, uit angst voor weer een muur/deur/tafelpoot.

Maar na een tijdje werd het grappig, want zelfs het mensonwaardige bestaan van een poes went namelijk. En Sammy roepen en dan gauw weglopen zodat hij in het verkeerde deel van de kamer tegen een muurtje botste, was toch wel een dijenkletser van jewelste.

En het moet gezegd: de conditionering van zo’n poes is ook niet mis. Niet lang nadat hij volledig blind was, wist hij de belangrijkste routes zonder brokken af te leggen. Het kattenvoer, het luikje en mijn moeders knieën kon Sammy nog steeds zonder veel problemen bereiken.

Maar daar ging het fout. Als je zonder ogen – met als enige hoop je conditionering – op de tast door het leven moet, dan is een verbouwing funest. En zo gebeurde het dat blinde Sammy, totaal gedesoriënteerd door het leeghalen der huiskamer, op trot ging door woelig Amsterdam. Luister en huiver: de avonturen van bejaarde Sammy in het Amsterdamse verkeer volgen spoedig in ‘Kijk omhoog Sammy 2’.