Naïef en boeklezend (4)

Lees eerst: Naïef en boeklezend, dat was het devies
Dan: Naïef en boeklezend (2)

En ook nog: Naïef en boeklezend (3) 

Toen ik weer op het perron stond, duurde het even voor ik mijn gedachten had geordend. Goed, ik was nog steeds in Maastricht, de trein naar Luik stond aan ditzelfde perron voor me klaar en ik was bestolen van mijn hasj. Kortom: de missie was niet geslaagd. Ambitieus als ik ben, overwoog ik de missie alsnog tot een goed einde te brengen. Dat zou betekenen: op een drafje naar de eerste de beste coffeeshop, wederom vijf gram stuff aanschaffen en vervolgens op hoop van zegen weer zo’n trein naar Luik betreden.

Terwijl ik dat dacht, kwam de rechercheur met de hasjhond over het perron aanlopen, met in zijn kielzog wederom een stel Waalse jongetjes met een beteuterd gezicht. Juist ja. Dus de hasjhond was nog steeds de almachtige op dit station. Mijn ambities ten aanzien van een geslaagde missie werden – godzijdank – in de kiem gesmoord. Ik legde me erbij neer, met moeite. En toen pas begon ik te beven als een riet. Damn! Deze trip was verdomme helemaal voor niets geweest. En als ik over twee uur eindelijk thuis zou zijn, zou ik geen jointje kunnen roken om van het gedoe bij te komen. Zucht.

Ik belde Yuri en vertelde hem van mijn avonturen met de joviale agent en de dame die mij naakt zag. Hij troostte en suste, en – zoals die dingen gaan – plotseling barstte ik in tranen uit. Aboe, aboe, snottersnif, hele dag kwijt, stuff kwijt, geen resultaat, uitkleden, billen van elkaar, huil ende ween.

Eenmaal uitgesnift, stuurde ik een kus door de telefoon en hing ik op. Ik stapte in de juiste trein, koos een plekje en pakte mijn boek er weer bij. Om mij heen zaten talloze bekende koppen. Allemaal Waalse jongetjes die ik kort daarvoor schaapachtig had aangestaard, allemaal Waalse jongetjes die mijn glimlach zo irritant hadden gevonden, allemaal Waalse jongetjes die zojuist ook beroofd waren van hun duurbetaalde waar. Lezen lukte niet.

Op het moment dat de trein eigenlijk moest vertrekken, hoorde ik de deur van de wagon opengaan. In de deuropening stond de rechercheur met de hasjhond en zijn kompaan. Er ging een benauwd geroezemoes door het treinstel, ik tuurde over mijn boek naar mijn medepassagiers. Toen de hasjhond nonchalant langs mij liep, voelde ik me de beste leerling van de klas. Ik was glansrijk geslaagd voor deze test en een zelfingenomen glimlach was onvermijdelijk. Terwijl ik ze eigenlijk haatte. In de ererij der triomfen zijn dat de ergste. De glorie die je beleeft, wanneer je eigenlijk met geheven vuist zou willen opstaan. Wanneer je braaf bevelen opvolgt en vervolgens geprezen wordt voor dát waar je met heel je hart tegen bent. Heel fout.

Maar toen ik zag hoe dezelfde mensen als een uurtje daarvoor nu opnieuw uit de trein werden geplukt, kon ik een gevoel van ‘Pfoei, dat heb ik goed gedaan’ wederom niet onderdrukken. Een stuk of negen jongetjes in mijn treinstel hadden, kennelijk, net als ik, niet kunnen verkroppen dat hun missie mislukt was. Met als gevolg dat ze nu voor de tweede keer de sessie met het wegen en de latex handschoentjes moesten ondergaan. You don’t fool een hasjhond, dat moge duidelijk zijn.

Toen de deuren tien minuten later eindelijk dicht gingen en de trein het perron afreed, zag ik nog net dat er een nieuw meisje met meisjeshaar bij de douane naar binnen werd geleid. Het was tijd voor mijn boek.