Synesthesie is een gelig woord

Er zijn dingen waarvan ik vroeger dacht dat iedereen ze kon. Bijvoorbeeld een gootje in je tong maken, je knieschijf naast je been duwen en cijfers in kleur zien. En omdat ik geen enkele reden had om aan te nemen dat anderen dat niet hadden, kwam het niet bij me op om het te vragen. Van het gootje in je tong leerde ik bij biologie dat het genetisch bepaald is, en dat er dus mensen zijn die dat pertinent niet kunnen. Mijn knieschijf naast mijn been duwen, bleek iets waardoor ik maanden in het gips belandde, dus dat was ook niet alledaags. Maar die cijfers in kleur: niemand die mij ooit vertelde dat slechts een deel van de mensheid dat heeft.

Het was een jaar of tien geleden dat ik het woord synesthesie voor het eerst hoorde (klik op de link voor uitleg). Waar of hoe ik ermee in aanraking kwam, weet ik niet meer, maar wat ik me wel herinner, is dat mijn mond openviel van verbazing. Omdat ik vroeger een nogal filosofisch aangelegde kleuter was, verkeerde ik in de veronderstelling dat ik al die ‘zie jij wat ik zie?’-
probleemstellingen wel zo’n beetje had geslecht. Ik was er na lang nadenken achtergekomen dat ik nooit kon weten of een ander de kleur blauw net zo zag als ik en dat beleving van ruimte en afstand danig konden verschillen. Maar geen haar op mijn hoofd die ooit in twijfel trok dat cijfers, klanken, ervaringen, woorden en begrippen een kleur hadden. Ik geloof dat ik me wel ooit heb afgevraagd of het dezelfde kleur was. Zo van: is Portugal voor jou ook oranje met wit? Maar dat zulke dingen per definitie in kleur aan je geestesoog verschijnen, dat was evident.

Eenmaal gewend aan het idee dat ik bij een minderheid hoorde, liet ik het varen. Als ik iets over synesthesie of synestheten tegenkom, denk ik natuurlijk nog wel ‘hee!’, maar verder blijft het een eigenschap als alle anderen. Zoals je ook niet elke dag beseft dat je rechtop staat. – sommige dingen horen nou eenmaal bij ‘de mens’. Dat de klank van de lage G bruin was, bleef een gegeven waarover ik niet nadacht.

Maar soms bots ik op tinternet op een testje om te bepalen of ik synestheet ben en dan besef ik weer dat er talloze mensen zijn voor wie een woord of een klank niet in vorm of kleur voorbij komen. En eigenlijk vind ik dat onbegrijpelijk. Zó onbegrijpelijk dat ik er, als ik er écht diep over nadenk, gek van word. Want als ‘jullie’ een woord niet in kleur zien, wat zien jullie dan wél? En als je niks ziet, wat ‘is’ een woord of een klank dan voor jou? Kennelijk geen ruimtelijke ervaring, maar – in hemelsnaam! -wat dan wél? Ik raak in paniek van al te grote abstracties.

(Omdat ik nu ik erover nadenk al hartkloppingen krijg, buig ik even af naar een ander aspect van mijn late, nog nauwelijks doorgedrongen besef dat niet alle mensen overal een kleur aan geven.)

Dát alles voor mij een kleur heeft (dagen, maanden, jaren, namen en seizoenen) wist ik al, maar ik had tot vorige week geen flauw benul of ik ook consequent was in die kleuren. Ik doe graag mee aan wetenschappelijke onderzoekjes over synesthesie (zie ook het stukje dat ik in 2006 schreef, Het cijfer 4 is appelgroen). Maar meestal zijn die testjes zo ingesteld dat je de vragen (die je binnen korte tijd zo impulsief mogelijk moet beantwoorden) maar één keer krijgt. Dus de vraag ‘welke kleur heeft het cijfer 2’ kreeg je zelden twee keer, zo kon ik er dus nooit achterkomen of elk woord elke keer dezelfde kleur heeft. En die enkele keer dat ik de vragen wel meer dan eens moest beantwoorden, kreeg ik mijn eigen antwoorden niet terug te zien. Soms stond eronder dat ik synestheet was, maar wat ik precies had ingevuld en hoe consequent ik daarin was geweest: geen idee.

Tot ik vorige week een test van een uur (!) deed. Ik kreeg honderd vragen in hoog tempo voorgeschoteld. Ik moest kleuren en vormen van klanken, noten, akkoorden, woorden, cijfers en tijdseenheden aangeven en voor het eerst kreeg ik alle woorden en klanken meer dan eens te zien. Toen ik na afloop een totaaloverzicht van mijn antwoorden onder ogen kreeg, zag ik voor het eerst hoe ongelooflijk consequent ik daarin ben. Okee, okee, bij de noten en akkoorden lijkt het nergens op, maar ik weet hoe dat komt. Niet de noot bepaalt de kleur maar de afstand tussen een noot en de volgende noot die ik hoor, bepaalt welke kleur ik zie. En aangezien de noten drie keer in een andere volgorde langskwamen, viel er ook niet te verwachten dat daar een lijn in zat.

Mijn verbazing over de consequentheid van mijn antwoorden valt nog het best te vergelijken met de verbazing die je hebt als je in een computeranimatie ziet hoe een mens zijn nek rechthoudt. De verbazing wordt dan niet veroorzaakt door het feit dát je je spieren aanspant, maar het feit dat het er zoveel zijn en dat die spieren relatief veel moeite moeten doen. Kortom: ik ben verbaasd over het hoe.

En weet je wat ik nu heel erg hoop? Dat er meer eigenschappen zijn waarvan ik dénk dat iedereen ze heeft, maar die mij op een dag brengen tot malle testjes die mij laten zien ‘hoe’ ik dat doe. En dat ik dan weer zo verbaasd zal zijn over iets dat tot dan toe zó vanzelfsprekend was.

 

Lees ook Synesthesie is een gelig woord (2)