Mijn leven heeft mij nodig en daarom heb ik weblogstress

Ik denk dat bijna alle webloggers het wel kennen: weblogstress.
Weblogstress is de stress die je hebt als je geen stukjes schrijft, als om wat voor reden dan ook je bezoekersaantal daalt, of als je ’s nachts in bed bezig bent met wat er aan je weblog moet veranderen.

Vroeger had ik heel overzichtelijke weblogstress. Het was de stress van een kleuter: geen verantwoordelijkheden, alleen maar lol. Je moeder ruimt de rotzooi wel op. Als beginnend weblogger heeft namelijk niemand nog verwachtingen: jijzelf niet, je lezers niet en het internet als opdrachtgever is ook al geen baas die veel van je verwacht.

In de begintijd was eigenlijk alles gemakkelijk. Ik weblogde nog bij punt.nl en omdat ik daar een van de dinosauriërs was, had ik gelijk een handjevol bezoekers. Die bezoekers waren de schrijvers van de andere paar oerweblogs op punt.nl en door een beetje heen en weer te linken, stuurden we onze familieleden over en weer.

Na verloop van tijd bloeide punt.nl op en bood het platform me een enorm voordeel: ik verscheen bij elk stukje in de categoriëen ‘laatste berichten’ en als iemand reageerde in ‘laatste reacties’. Daardoor genereerde ik sowieso bezoekers, zonder dat ik daar zelf iets voor hoefde te doen. Toegegeven: ik heb zelf ook inspanningen geleverd, zoals daar zijn: beter gaan schrijven, virtuele vriendjes maken en bij anderen reageren.

Punt.nl had nog een ander voordeel en dat was hun toptien van best bezochte blogs. Wegens dinosauriërstatus stond ik in het begin zelfs met maar honderd bezoekers per dag hoog in die toptien en wegens iets beter gaan schrijven, bleef ik daar nog lang in. Misschien was dat nog wel een groter voordeel dan de categoriëen met laatste berichten en laatste reacties, want elke doler op punt.nl wilde natuurlijk weten welke weblogs zoveel bezocht werden. En dan zit je dus in een fijne opwaartse spiraal, want hoe meer mensen willen weten wie je bent, hoe hoger je in dat lijstje komt, hoe meer mensen willen weten wie je bent.

Eén nadeel: de weblogstress werd groter naarmate ik hoger in dat lijstje kwam. Woorden als ‘best bezocht’ gaven mij plots rode vlekken zodra de cursor begon te knipperen. Want, woei, de mensen hadden misschien nog niet eens zulke hoge verwachtingen van mij, maar ík… ik had huizenhoge verwachtingen van mijzelf.

Gelukkig was er een meevaller: ik zat grotendeels in de ziektewet en ik had voldoende tijd om me te ontdoen van de rode vlekken en om de knipperende cursor te geven wat hij verwachtte. Ik tikte erop los, netwerkte virtueel een eind in de rondte, deed gekke wervingsactietjes en had een hoop lol, óndanks de weblogstress.

We teletijdmasjienen even naar nu.

Alles is anders, maar één ding is hetzelfde: de weblogstress. Die bestaat nog steeds, al zeg ik ‘m al bijna met een zachte g.
Twee jaar geleden verhuisde ik van punt.nl naar een eigen domeintje. Dat was spannend, want plots had ik geen automatische aanwas van bezoekers meer. De bussen met Japanners die via de lijstjes van het platform bij mij uitgeladen werden, zouden voorgoed verleden tijd zijn en voortaan moest ik op eigen houtje zorgen dat de boel niet stilviel.

Wie schetste mijn verbazing toen dat behoorlijk goed bleek uit te pakken. Natuurlijk duikelden mijn bezoekersaantallen een beetje; er zijn altijd slordige rrs-lezers die niet meeverhuizen, of mensen die geen zin hebben in alweer een nieuwe bladwijzer. Bovendien waren wapenfeiten als Dutch Bloggies en een Volkskrant-publicatie al niet meer van invloed op mijn ‘unique visitors’. Maar al met al bleef alles enigszins op peil.

En toch had ik grote weblogstress en dat had één belangrijke oorzaak: mijn leven heeft mij tegenwoordig nodig. Mijn vroegere leven kabbelde ook wel voort als ik achter het computerscherm zat te kauwen op een stukje. Mijn werk, de muziek, mijn vrienden: alles kabbelde wel verder terwijl ik me bezighield met webloggen. En als het stukje goed uitgekauwd op jullie bordje lag, was het vrijwel altijd gedaan met mijn weblogstress. Maar tegenwoordig kauw ik de hele dag door. Op het leven. Op betaalde stukjes. Op lesopzetjes. Soms gebeurt dat eveneens achter het computerscherm, andere keren ben ik op toernee naar Brussel, Antwerpen of Gent. En ’s avonds ben ik uitgekauwd.

En nu komt het ergste: ik vind een weblog dat niet een paar keer per week wordt ververst geen weblog. En dat is precies wat ik in 2008, mijn jubileumjaar heb gedaan: ik heb mijn weblog ontdaan van het predicaat weblog door soms weken niet te schrijven. Tot 2008 flipte ik al de pan uit als ik zonder aankondiging drie dagen niets liet horen. Dan vreesde ik al voor een crash van mijn bezoekersgrafiekje, dan putte ik me uit in duizend excuses en dan deed ik daarna extra mijn best. Dit jaar lapte ik al mijn principes aan mijn laars en zweeg ik soms wel drie weken.

Je zou zeggen dat weblogstress went, na vijf jaar. Maar neen, want de enige remedie tegen weblogstress is ‘het goed doen’. Dus: je weblogt of je weblogt niet, maar niet iets ertussenin. En als weblogstress iets teweeg brengt, dan is het wel ambivalentie. Ik wil het wel, maar ik kan het even niet. Of ik kan het wel, maar ik wil het even niet. En dat leidt tot een halfbakken weblog.

Goed, en dan nu to the point: ik worstel hiermee. Ik heb al van alles geprobeerd. Mezelf beperkingen opleggen met hooguit driehonderd woorden per stukje of de hele maand een thema. Dat hielp eventjes, maar was niet afdoende. Mezelf nergens toe dwingen en alleen schrijven als het vanzelf gaat. Dat leidde tot enorme writersblocks. Mezelf uithuwelijken aan collectieve weblogs, maar dan schreef ik niet méér voor zezunja.nl. Mezelf uitdagen door andere weblogs te beginnen: die waren hetzelfde lot beschoren. Kortom: een worsteling.

Dus mocht u af en toe denken: wat veel stukjes met een Droste-effect (bloggen over bloggen), dan weet u waar het aan ligt. Morgen wilde ik eindelijk eens de mensen bedanken die me een award of iets anders liefs toestopten de afgelopen maanden, maar ik voorzie nu al dat dat weer gaat over hoe ik het weblog heb verwaarloosd en dat ik het niet waard ben.

Nu is het nog weblogstress, maar als ik niet oppas, wordt het een weblog-burn-out. Mijn nieuwste maatregelen zijn: geen statistieken checken, ook kutstukjes plaatsen, want als mijn perfectionistische zelf de overhand neemt, verschijnt er nooit meer iets. En zelfs als een stukje veel te lang is: gewoon plaatsen.